De kleine generaal van DONK
Ik zat vorige week woensdag op het stembureau toen iemand mij vertelde dat Jober Thoen die ochtend vroeg was overleden. Ik wist dat hij in het ziekenhuis lag, maar dit bericht kwam als een klap in mijn gezicht binnen. Jober Thoen, voor velen dat kleine mannetje met die karakteristieke stem dat altijd en overal op het complex van zijn cluppie DONK was te vinden.
Jober Thoen is dood en hij laat een enorm gat achter. De Goudse voetbalwereld heeft een kleurrijke en zeer geliefde icoon verloren. Tijdens de nieuwjaarsreceptie in januari werd hij benoemd tot erelid en als er één dat verdiende was het Jober Thoen.
Zoals velen heb ook ik mooie herinneringen aan Jober Thoen. Ik zal er eentje vertellen. Jaren geleden, toen DONK een wedstrijd bij VEP speelde, liep een dame te leuren met lootjes. ‘Hoeveel heb je er nog’ vroeg Jober en toen de dame min of meer beteuterd zei dat zij nog twee volle boekjes had, trok Jober zijn portemonnee en kocht zonder blikken of blozen alles op. Na afloop had hij uiteraard prijzen gewonnen, maar hij kon of had geen zin om al die prijzen mee naar Gouda te nemen. ‘Hou maar, voor de jeugd’ zei hij tegen de verblufte Woerdenaren.
De naam Jober Thoen zal hopelijk nog lang in het geheugen van voetbalminnend Gouda voortleven. Is het misschien een idee om als ultiem eerbetoon aan de kleine generaal bv.. de tribune van DONK om te dopen in de Jober Thoen tribune?
De kleine generaal
‘Met Jober Thoen’. Deze bekende drie woorden hoorde ik regelmatig zondagmorgen via de telefoon als ik naar SV DONK belde om te vragen of Jober Thoen mee ging naar de uitwedstrijd van DONK 1. Eigenlijk was het vragen naar de bekende weg, want natuurlijk ging Jober naar de uitwedstrijd van zijn cluppie. ‘Moet ik verslag geven’ vroeg hij dan met zijn karakteristieke stem. ‘Ja Jober, graag, dan zet ik je ook in het draaiboek van Gouwestad Sport’. ‘Ja ja, doe ik’ was altijd zijn antwoord.
Maar ik hoef nu helaas zondagmorgen niet meer naar SV DONK te bellen want we zullen de krakende stem van Jober nooit meer horen. Ik hoefde hem vanmorgen niet meer te vragen of hij naar Groeneweg – DONK ging. De sympathieke Donkiaan overleed woensdagmorgen. Zo sta je midden in het leven en zo is het ineens afgelopen. Alles van waarde is weerloos schreef de dichter Lucebert en dat is weer een waarheid als een koe.
Voor velen is het nog niet te bevatten dat deze kleine generaal zoals ik hem altijd liefkozend noemde er niet meer is. Zijn dood heeft een groot gat geslagen. Niet alleen in de DONK familie maar in de gehele Goudse voetbalwereld. Wie kende hem niet, dat kleine mannetje dat altijd en overal aanwezig leek te zijn. Ik zou wel eens willen weten hoeveel wedstrijd-formulieren hij als wedstrijdsecretaris heeft ingevuld. En hoeveel scheidsrechters hij heeft ontvangen. Hoeveel bekertjes thee zal hij tijdens de rust van voetbalwedstrijden hebben uitgedeeld. We zullen het nooit meer te weten komen.
Zoals velen heb ook ik heel mooie herinneringen aan Jober Thoen. Ik zal er eentje vertellen. Jaren geleden liep een dame bij VEP te leuren met lootjes. ‘Hoeveel heb je er nog’ vroeg Jober en toen de mevrouw min of meer beteuterd zei dat zij nog twee volle boekjes had, trok Jober zijn portemonnee en kocht tot verbazing van de mevrouw alles op. Na afloop had hij uiteraard prijzen gewonnen, maar hij kon of had geen zin om al die prijzen mee naar Gouda te nemen. ‘Hou maar, voor de jeugd’ zei hij tegen de verblufte Woerdenaren.
Jober Thoen is dood en hij laat zoals gezegd een enorm gat achter. Hartverwarmend waren de vele reacties naar aanleiding van zijn overlijden. Hieruit blijkt zijn ongelofelijke populariteit.
De Goudse voetbalwereld is een kleurrijk persoon kwijt. Zeg maar gerust dat ze een icoon hebben verloren. Tijdens de laatste nieuwjaarsreceptie werd hij benoemd tot erelid en als er één dat verdiende was het Jober Thoen. De naam Jober Thoen zal hopelijk nog lang in het geheugen van voetbalminnend Gouda voortleven. Is het misschien een idee om als ultiem eerbetoon aan de kleine generaal bv. de tribune van SV DONK om te dopen in de Jober Thoen tribune?
Rust in vrede kleine generaal!
Het mysterie van het thuisvoordeel
Er zijn veel mysteries in de sport. Neem bij voorbeeld de vorm van de dag. Wat moet je daar voor doen? Goed en gezond eten, goed slapen, geen seks vlak voor de wedstrijd? Of juist wel! Ben je mentaal in vorm omdat je de nacht er voor gedroomd hebt dat je de winnende treffer scoorde? Speelt de temperatuur een rol? Maakt het uit of het regent of dat de zon schijnt? Wie het weet mag het zeggen.
Een ander mysterie is het zgn. thuisvoordeel. Hoe groot is de rol van de fanatieke supporters? Kustgras wordt ook wel als een voordeel gezien. ‘Thuis fluitende’ scheidsrechters? Clubgrensrechters die ‘punten voor hun club pakken’ door hun vlaggedrag?
Ook hier kan ik geen afdoende verklaring vinden. Laat ik me beperken tot het Goudse voetbal. Jodan Boys heeft dit seizoen slechts 2 van de 10 thuiswedstrijden gewonnen, terwijl ze kunstgras hebben en er aardig wat publiek komt kijken. Gouda moet het wel van zijn thuiswedstrijden hebben, maar die hebben geen kunstgras en om nou te zeggen dat elke wedstrijd uitverkocht is, nee.
Zondag was ik bij Olympia dat zijn 7e nederlaag in 9 thuiswedstrijden leed. Ik heb hier en daar eens rondgevraagd, maar niemand kon een afdoende verklaring geven. Misschien het slechte veld, maar ja daar heeft de tegenstander ook last van. Publiek was er wel, hoewel veel supporters in de kantine voor de tv naar een Eredivisiewedstrijd kijken. Wellicht een psycholoog inhuren? A.s. zondag speelt Olympia in Poortugaal. Uitvoordeel. Drie punten!
Sport en politiek
Het zijn drukke tijden voor de politici. Volgende week woensdag zijn de verkiezingen voor de 2e Kamer en iedereen wil scoren om in sporttermen te spreken. De lijsttrekkers geven als aanvoerder het voorbeeld en gaan hun team voor in de strijd. Aangemoedigd door hun fans proberen ze de overwinning uit het vuur te slepen. De strijd om de bovenste plek is spannend en niemand wil natuurlijk degraderen. Maar om nou te beweren dat de neutrale toeschouwer naar een boeiende wedstrijd zit te kijken, nee. Veel risicoloze breedtepasses, bange terugspeelballen en ongecontroleerde ballen naar voren in de hoop dat er wordt gescoord. Om nog maar niet te spreken van de vele overtredingen en het spelbederf. Doellijntechnologie ontbreekt.
Sport en politiek. De een zegt dat het twee gescheiden werelden zijn, terwijl anderen roepen dat het een twee-eenheid is. Sport is voor velen een verbindende factor, althans zou dat moeten zijn. Ik heb een groot aantal verkiezingsprogramma’s gelezen, maar daar wordt je als sportliefhebber niet echt vrolijk van. Sommige partijen wijden een korte paragraaf aan sport, maar er zijn ook programma’s waar het woord sport helemaal niet in voor komt, of hooguit in een kleine verstopte bijzin. In de verkiezingswijzer komt het woord sport niet voor! In de debatten heb ik het woord sport niet horen vallen, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik ze niet allemaal heb gevolgd.
Sport en politiek, het blijft een moeizame relatie. En daar verandert een beroemde lijstduwer als Foppe de Haan ook niet veel aan vrees ik.
De toekomst van het zondagvoetbal
Er is in district West II van de KNVB al jaren een merkwaardige tendens zichtbaar. Steeds meer voetbalverenigingen stoppen met prestatievoetbal op de zondag. Voorbeelden zijn SC Feyenoord, SV Nieuwkoop, VV Schoonhoven, VV Bergambacht, GSV en UNIO. Soms kappen ze er zelfs midden in het seizoen mee zoals vorig jaar SV Gouda en het bestuur van Floreant uit Boskoop trok er een aantal weken geleden ook acuut de stekker uit.
Het einde is nog niet in zicht want ook OVV en Woerden gaan met prestatievoetbal op zondag te stoppen. Deze week las ik dat gerenommeerde clubs als DRL en Hermes DVS het volgend seizoen ook voor gezien houden. En ik hoorde dat VV Moordrecht het ook overweegt, maar ik weet niet wat daar van waar is.
Het wordt rustig op de voetbalvelden op zondag. Bij sommige verenigingen wordt er op de Dag des Heren nog recreatief tegen een balletje getrapt, maar het Groenhovenpark is op zondag een oase van rust.
‘Het zondagvoetbal is ten dode opgeschreven’ hoor ik steeds vaker beweren. Zo somber zie ik het (nog) niet in, maar het is wel een zorgwekkende ontwikkeling. Wat b.v. te denken van de logistieke problemen. Langere reistijden voor de overblijvende zondagteams en het aantal wedstrijden op de zaterdag neemt dusdanig toe dat ik me afvraag of de capaciteit van de velden genoeg is.
Ik vind het wel frappant dat het vooral in district West II speelt. Ik weet niet of de KNVB hier zicht op heeft anders zou ik dit maar snel onderzoeken.
De sportvrijwilligers
Buiten Noord Brabant hadden tot voor kort denk ik weinigen gehoord van voetbalvereniging VV Bladella. Maar afgelopen week was de wereld te klein en werd het bestuur van de Bladelse club van alle kanten verketterd en door eencelligen zelfs bedreigd vanwege het besluit om vier jeugdspelers die te weinig Nieuwjaarsloten hadden verkocht te royeren. Ook de KNVB deed een duit in het zakje, maar die moeten eigenlijk helemaal hun mond houden. Ik heb de indruk dat deze bond er vooral ter meerdere eer en glorie van zichzelf is. Maar dat is een ander verhaal.
Ik vind het royement van de spelertjes ook nogal wat. Die voetballertjes kun je niets kwalijk nemen, maar de rol van de ouders is voor zover ik kan beoordelen dubieus. Het beleid was al jaren geleden door de leden goedgekeurd en dan moet je achteraf niet zeuren.
Vrijwilligers liggen niet meer voor het oprapen. Regelmatig lees je oproepen voor vrijwilligers. Het is al zo ver gekomen dat verenigingen hun horeca hebben uitbesteed. En dat de bar niet meer altijd meer open is.
Het zal de tijdgeest zijn, maar het is erg gemakkelijk om langs de lijn commentaar te leveren zonder zelf de handen uit de mouwen te steken. Je bent tenslotte lid van een vereniging en dan heb je ook verplichtingen. Betrokkenheid heet dat! Is het nou echt te veel gevraagd om 2 of 3 keer per seizoen een keer achter de bar te staan? Of andere klusjes voor je club te doen? Ik dacht het niet.
De vrijwilliger
Buiten Noord Brabant had deze week volgens mij nog nooit iemand gehoord van de voetbalvereniging Bladella uit Bladel. VV Bladella, opgericht op 10 augustus 1910. Een voetbalvereniging die dus al meer dan een eeuw bestaat. De afgelopen week was de wereld te klein en struikelde Jan en Alleman over het besluit van het bestuur van Bladella om vier jeugdspelers te royeren die niet genoeg loten voor de Nieuwjaarsloterij hadden verkocht. “Schande, hoe durven ze” was nog zo ongeveer de minst verregaande reactie. Maar zoals altijd zijn er ook eencelligen bij wie de stoppen meteen doorslaan en de meest idiote bedreigingen uitten. En vaak zijn dat figuren die van de hoed noch de rand weten, maar bij het eerste beste moord en brand schreeuwen. Zelfs de KNVB mengde zich in de discussie, maar die moeten wat mij betreft helemaal hun mond houden. Ik heb regelmatig de indruk dat deze bond er niet voor de verenigingen is, maar ter meerdere eer en glorie van zichzelf.
Ik vind het ook nogal wat dat het bestuur overgaat tot het royeren van die vier spelertjes. Die kun je niets kwalijk nemen, want zij worden ook maar met een opdracht opgezadeld. Op de rol van hun ouders is wel het nodige aan te merken, want ik begrijp dat dit beleid tijdens een Algemene Leden Vergadering van de club is aangenomen. Dan moet je achteraf niet zeuren en gewoon het ontbrekende bedrag bij leggen. En dat het bestuur desondanks de rug recht houdt is ook wel te prijzen.
Vrijwilligers liggen de laatste jaren niet meer voor het oprapen. De tijden dat er bij sportclubs voorzitters rondliepen die dat meer dan 25 jaar deden liggen ver achter ons. Voorzitterstypes als Dolf van der Speld van ONA en Bart van der Sprong van DONK zie je niet meer. De heer Oussoren stond decennia lang synoniem voor GRTC Excelsior. Regelmatig lees je oproepen voor vrijwilligers. Oproepen voor jeugdleiders, scheidsrechters, ouders die hun kinderen naar de wedstrijden willen rijden. En vooral ook barmedewerkers. Het komt regelmatig voor dat de bar wegens gebrek aan personeel op bepaalde tijden gewoon gesloten is. Bij CVC Reeuwijk was de nood een aantal jaren zelfs zo hoog dat de gehele horeca van de club is uitbesteed.
Maar gelukkig zijn ze er nog, die vrijwilligers die bijna al hun vrije tijd opofferen. Iedere sportvereniging heeft wel een of meerdere van die mensen die ik er van verdenk dat ze zelfs een bed bij hun club hebben staan. Mooie voorbeelden zijn de schoonmaakploegen die vaak op maandmorgen de rotzooi van het weekend opruimen. Tijdens het Sportgala vorige week vrijdag werd ook een aantal vrijwilligers in het zonnetje gezet. Iemand die meer dan 20 jaar elke zaterdag achter de kassa zit moet je koesteren. Ik kwam gistermorgen Ronald van Zwienen tegen. Jaren zelf voorzitter geweest van Vires et Celeritas en nog steeds actief binnen de Goudse handbalvereniging. Net als zijn halve familie. Je moet er als club toch niet aan denken dat de firma van Zwienen er om welke reden dan ook de brui aan geeft. Dan heb je als club een groot probleem lijkt mij.
Het zal allemaal wel met de tijdgeest te maken hebben. De individualisering slaat toe in onze maatschappij. Een gegeven waar je nu eenmaal mee te maken hebt. Maar het is wel erg gemakkelijk om langs de lijn allerlei commentaar te leveren zonder zelf de handen uit de mouwen te steken. Je bent tenslotte lid van een vereniging en kies je daarvoor dan betekent dat niet alleen de lusten, maar ook de lasten te dragen. Het is wel heel gemakkelijk om zaterdagmorgen om 9 uur je kind te droppen, hem of haar 5 euro in de hand te stoppen om een frietje en een colaatje te kunnen kopen en zoon-/dochterlief ’s middags om 3 uur weer te komen ophalen. Bestuursleden doen het in de ogen van velen nooit goed. Maar doe het dan lekker zelf zou ik willen zeggen.
De meeste sportverenigingen hebben een vrijwilligersbeleid. Een beleid waarin het ook mogelijk is om vrijwilligerstaken af te kopen. Nu zijn er principiële tegenstanders van, maar je moet als club toch wat. Ik ben hier in ieder geval niet op tegen, maar het komt het echte clubgevoel niet ten goede. Is het nou echt te veel gevraagd om b.v. 2 of hooguit 3 keer per seizoen een keer achter de bar te staan? Of andere klusjes te doen? Ik dacht het niet.
Het jaarlijkse Goudse sportfeest
De jaarlijkse Goudse sportverkiezingen zijn weer achter de rug. Sporthal De Mammoet was vrijdag jl. weer het sfeervolle trefpunt van sportminnend Gouda. Genomineerden met hun familie en fans namen vol verwachting hun plaatsen in. Na jaren van de grappen en grollen van de joviale Koert Westerman en de strakke en professionele presentatie van Gert van ’t Hof vorig jaar mocht nu oud wielrenster Marijn de Vries het geheel in goede banen leiden. Een andere stijl dan haar voorgangers, maar een pluim voor haar inlevingsvermogen van en interesse voor de genomineerde sporters. Je kon echt zien dat Marijn zelf topsportster is geweest.
Helaas waren niet alle genomineerden aanwezig, maar eigenlijk was dat een goed teken. De genomineerde sportvrouwen waren in actie in het buitenland of in voorbereiding op het NK. Druk bezig om al weer te werken aan een nominatie voor 2017.
Waar winnaars zijn zijn ook verliezers, maar dat heb ik vrijdagavond niet gemerkt. Er waren alleen winnaars. Ik heb geen onvertogen woord gehoord. Wel via enkele reacties op social media. Daar werd gerept van een lachertje en meewarig gesproken over kampioenen figuurzagen en juryleden die de ballen verstand hebben van topsportprestaties. Ach we worden de laatste tijd wel vaker geconfronteerd met alternatieve feiten.
O ja, nog een tip voor de verenigingen die hun vrijwilligers voordragen voor een onderscheiding. Zorg er dan ook voor dat deze helden, want dat zijn ze, ook aanwezig zijn. Alleen vakantie of ziekte is een excuus. Laat ze hun feestje niet missen.
Een zondagmiddagje rugby
Liefhebbers van American football waren zondagnacht in de ban van de Super Bowl, het grootste sportevenement van de Verenigde Staten. The New England Patriots versloegen in Houston in de finale The Atlanta Falcons. Quarterback Tom Brady was de superster en Lady Gaga bumgeejumpte van het dak.
Ik heb het ‘gedoe’ van de Super Bowl voor kennis aangenomen. Ik kijk liever naar een sport die verwantschap vertoont met American football. Zondagmiddag was ik in sportpark de Uiterwaarden, waar RFC Gouda de strijd aanbond tegen een team van het roemruchte Ascrum. Wat een verschil met de glamour en glitter van de Super Bowl. De eenvoud straalt er van af. Spelers komen niet in grote bolides aangescheurd en hebben ook geen koptelefoons op hun hoofd. De van oorsprong Australische scheidsrechter had zijn hond meegenomen en staat na afloop van de wedstrijd rustig een sigaretje te roken en is al heel blij met een paar biertjes en een broodje frikandel met mayonaise.
Dan de wedstrijd zelf. Spelers die wegens onsportief gedrag een gele kaart kregen en voor straf 10 minuten naar de kant moesten accepteerden dit deemoedig en zonder protest en worden na die straf weer door de tegenstander met applaus werden begroet alsof er niets was gebeurd. Het publiek was wel kritisch, vooral op hun eigen spelers, maar verbale en andere ellende heb ik niet gezien. Het woord hooligan kennen ze niet. Een verademing!
De Goudse rugbyers namen sportief wraak voor de in Amsterdam geleden nederlaag. De handen werden geschud en men ging gezamenlijk op weg naar de 3e helft.
Broers en zussen in de sport
Het was zaterdag weer feest bij de familie Williams. Voor de zoveelste keer werd de Sister Act opgevoerd. De zussen Serena en Venus lieten de tenniswereld weer eens versteld staan van hun grote kwaliteiten. De voetbalbroertjes Jordan en André Ayew schoten zondag met hun doelpunten hun land Ghana naar de halve finales van de Afrika Cup.
Broers en zussen in de sport, het is van alle tijden. Wie kent ze niet. De voetbalbroers Ronald en Frank de Boer, Erwin en Ronald Koeman, Willy en René van de Kerkhof. De schaatsers Ronald en Michel Mulder. De Vlaamse wielrenners Eddy, Willy en Walter Planckaert. De judobroers Elco en Dennis van der Geest. Zo kan ik nog even door gaan.
Dichter bij huis herinner ik me de gebroeders Ard en Remco Blok van Jodan Boys. Menno en Jeroen de Jong van SV DONK. Hassan en Hoessein Ouahabi bij SV Gouda. De snelle aanvallers Jelle en Thomas van de Poel bij RVC’33. Bij ILAC was het vroeger allemaal Raghunath wat de klok sloeg. roep bij WDS de naam de Koning en half Driebruggen kijkt om.
Als voetbalverslaggever is het soms wel lastig om broers uit elkaar te houden. Gelukkig bieden rugnummers uitkomst. Maar als je ze na afloop van de wedstrijd in de kantine tegenkomt wordt het soms lastig, want op hun burgerkloffie staan nu eenmaal geen rugnummers. Zeker bij tweelingen zoals de gebroeders Ouahabi krab ik me dan wel eens achter de oren wie ik voor me heb. Maar daar heb ik mijn trucs voor.