WEEKENDVOETBAL
Er wordt al jaren gesproken over het fenomeen weekendvoetbal. Ik ben in mijn archief gedoken en toen bleek dat ik aan dit onderwerp in 2019 en 2020 ook al een sportcolumn had gewijd. Een van de overwegingen van de KNVB om weekendvoetbal in te voeren was de enorme terugloop van het zondagvoetbal. Inmiddels is de kaalslag in district West II volledig en speelt er vrijwel geen enkel standaardteam meer op zondag. In district West I dreigt het dezelfde kant op te gaan. De KNVB sloeg aan het denken hoe deze ramp te bestrijden en dacht met de invoering van weekendvoetbal het Ei van Columbus gevonden te hebben.
In de 2e divisie is sinds 2016 sprake van weekendvoetbal en in de 3e en 4e divisie sinds 2023 ook (zij het beperkt). KNVB-directeur amateurvoetbal Jan Dirk van der Zee c.s. hebben in juni tijdens de voorjaarsvergadering besloten dat het weekendvoetbal met ingang van het seizoen 2026-2027 ook wordt ingevoerd in de 2e en 3e klassen.
Ik las in die oude sportcolumn van mij uit februari 2020 dat ik mijn eerdere scepsis tegen de invoering van weekendvoetbal opzijzette. Ik schreef dat als er niets gebeurt het zondagvoetbal ten dode is opgeschreven. Inmiddels zijn we ruim vijf jaar verder en heerst er op de voetbalvelden op zondag een serene rust.
Traditionele Goudse zondagverenigingen Olympia, DONK en ONA voelden zich een aantal jaren geleden gedwongen over te stappen naar zaterdagvoetbal. Inmiddels zijn hun supporters misschien gewend geraakt dat hun cluppie op de zaterdagmiddag speelt. Olympia en DONK en wellicht ook ONA, mogen dus het volgende seizoen kiezen of ze ook wedstrijden weer op de zondagmiddag willen gaan spelen. Maar ja, zitten ze daar op te wachten, want als een principiële zaterdagclub dat niet wil, dan gebeurt het niet. Olympia bevalt het spelen op de late zaterdagmiddag. Aan de andere kant behoren stadsderby’s tussen DONK en Olympia en misschien ONA dan weer tot de mogelijkheden. Maar u begrijpt, mijn scepsis tegen de invoering van weekendvoetbal is weer terug. Er zijn nog veel hobbels te nemen.
DEBUUT IN DE 1E KLASSE
Terwijl de najaarsstorm Amy aan de uiterwaarden van de Hollandse IJssel raasde, maakten de rugbyers van RFC Gouda zich gereed voor de competitiewedstrijd tegen USRS. De regen kwam soms met bakken uit de hemel en de wind gierde door de bomen. Maar dat weerhield de trouwe supporters er niet van om langs de lijn hun favorieten aan te moedigen.
“Het zal een zware klus worden vanmiddag Gerrit”, was een veel gehoorde zin voorafgaand aan de wedstrijd. En dat bleek na afloop inderdaad een waarheid als een koe. De Gouwenaars begonnen verrassend met een lange sprint vanaf eigen helft, gevolgd door een try van Ties Witzier en de benutte conversie door Nander de Bruin. Maar uiteindelijk waren de Utrechtse studenten toch een maatje te groot voor RFC Gouda en stond er na een ruststand van 19-31 een einduitslag van 24-64 op het scorebord.
RFC Gouda debuteert dit seizoen in de 1e klasse. De eerste maand zit er op. De balans: twee keer verlies en twee keer winst. Met acht punten staan de Gouwenaars nu op een 9e plaats. Wat mogen we dit seizoen verwachten van RFC Gouda? Dat het team dit jaar niet voor de 3e achtereenvolgende keer kampioen wordt is niet te verwachten met gerenommeerde tegenstanders als b.v. Ascrum, Hilversum, USRS en Oemoemenoe, om er maar een paar te noemen. In de 1e fase bij de eerste zes eindigen en dan in de promotiepoule belanden zou prachtig zijn. Maar handhaving in de 1e klasse zou op zich al een mooie prestatie zijn vind ik.
Het wordt wel kilometers maken voor de Goudse rugbyers. met uitwedstrijden naar b.v. Heerenveen, Groningen, Apeldoorn, Middelburg en zelfs over de grens naar Aken.
Ondanks herfststorm Amy en de nederlaag was het afgelopen zaterdag goed toeven aan de Uiterwaardseweg. En het spelen op de zaterdagmiddag bevalt de club tot nu toe ook. Komende zaterdag gaan het team, en ongetwijfeld ook de nodige supporters met de bus naar Friesland. Op Sportpark Buitenbaan in Heerenveen zal het ambitieuze RC Feanster er aan moeten geloven.
HISTORIE
Om nu te spreken van een historische dag is wat overdreven, het woord gedenkwaardig is wellicht een betere typering. In ieder geval was er afgelopen zaterdagmiddag een reden tot feest, want het 1e elftal van SV Gouda was weer terug van weggeweest. “We zijn er weer Gerrit” hoorde ik menigeen opgelucht zeggen. Ruim een jaar geleden werd de stekker er uit getrokken en zag de toekomst voor de roemruchte voetbalclub uit het Groenhovenpark er vrij donker uit. Het zou toch niet gebeuren dat de vereniging die op 5 september 1906 werd opgericht in navolging van ook oude regioclubs als GSV en VV Bodegraven na ruim 100 jaar geen standaardelftal meer heeft.
We mogen bij het noemen van de naam SV Gouda gerust spreken van een roemruchte club, al is dat roemruchte vooral van toepassing op een ver verleden. De gedachten van oude(re) Goudse fans gaan ongetwijfeld nog wel eens terug naar de jaren 1959 en 1960 toen Gouda landskampioen werd bij de zondagamateurs. Met toen bekende namen als Piet Frederiks, Rinus Luxen, Fred de Gruijl, Jan Kruitbosch, Arie van Schaik, Jan Revet en Cor Neven. Gouda behoorde in die tijd tot de top van het Nederlands amateurvoetbal. Ik woonde toen nog niet in Gouda, heb die tijden dus niet meegemaakt, maar geluiden uit deze roemruchte jaren zoemen nog steeds rond.
Terecht dat die mooie herinneringen nog worden gekoesterd, maar of die tijden ooit nog terugkomen moet ten zeerste worden betwijfeld. De tijden zijn ook in het voetbal behoorlijk veranderd. Roemruchte verenigingen zijn gefuseerd, lijden een zieltogend bestaan of zijn zelfs helemaal verdwenen. Prestatievoetbal op de zondagmiddag is in onze regio zelfs vrijwel uitgestorven.
SV Gouda 1 is weer terug van weggeweest en dat is een felicitatie waard. Hoewel de supporters de laatste jaren al gewend waren geraakt aan het feit dat successen steeds zeldzamer werden, is het voor menigeen misschien toch even wennen dat er in het Groenhovenpark nu op het 10e niveau wordt gevoetbald. Maar ik zag zaterdagmiddag dat het plezier weer terug is. Maak er een mooi seizoen van Gouda.
SPORTGEMEENTE
De Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) nodigde ook dit jaar weer gemeenten uit om mee te dingen naar de titel Sportgemeente van het jaar. Het was voor de 16e keer dat deze wedstrijd werd georganiseerd. Gouda nam deze uitdaging aan en stelde zich met een uitgebreide motivatie kandidaat voor deze eervolle titel. Uit alle inzendingen kwamen uiteindelijk drie kandidaten bovendrijven. Wie zou de opvolger worden van de gemeente Dordrecht die de titel vorig jaar won.
Gouda was een van de drie genomineerde middelgrote steden in Nederland voor de titel ‘Sportgemeente van het jaar 2024 – 2025’. Concurrenten voor deze titel waren de gemeente Veendam en Nissewaard. Zo’n nominatie is natuurlijk al prachtig, maar “Ik ga wel om te winnen” hoorde ik wethouder Michiel Bunnik in een interview bij RTV Gouwestad zeggen.
Tijdens het jaarcongres van de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) op 18 september jl. in Venlo kon een trotse Goudse wethouder van sportzaken juichen en de bokaal en een cheque uit handen van VSG voorzitter en juryvoorzitter Michel Bezuijen in ontvangst nemen. Een jury bestaande uit vertegenwoordigers van VNG, NOC*NSF, Kenniscentrum Sport, Mulier Instituut, Platform Ondernemende Sportaanbieders en de VSG, waren onder de indruk van Gouda. Bijzonder positief was men over de samenwerking tussen de gemeente en de vele partners en partijen. Samenwerking is ook volgens wethouder Bunnik het kernbegrip. Terecht als je kijkt naar het aantal zeer diverse partijen waarmee wordt samengewerkt. De gemeente Gouda heeft een solide en compleet sport- en beweegbeleid constateerde de jury van de VSG. Sport en bewegen hebben een centrale plek.
Ook op het gebied van topsport speelt Gouda regelmatig een toonaangevende rol. Het bewijs leverden de waterpolovrouwen en –mannen van GZCDONK het afgelopen weekend maar weer eens met het winnen van de Supercup.
Gouda heeft zelfs een burgemeester die jarenlang voetbalde in het Nederlands Burgemeesters Elftal (NBE). Burgemeester Pieter Verhoeve nam vorige week afscheid als speler en scoorde in zijn afscheidswedstrijd ook nog een doelpunt. Als burgervader van onze kaasstad is ook hij ongetwijfeld in zijn nopjes met de eretitel ‘Sportgemeente 2024-2025’.
CULTFIGUREN
Ik wil het deze keer eens hebben over cultfiguren. Wat is een cultfiguur eigenlijk? Volgens Van Dale is een cultfiguur iemand die in een bepaalde kring of subcultuur bijzonder populair is en wordt bewonderd.
Ook in de sportwereld wemelde en wemelt het nog steeds van de cultfiguren. In de dartsport denk je dan al snel op Andy Fordham (the Viking) en Ted ‘the count’ Hankey. Een cultfiguur in de damwereld was Jannes van der Wal, de onbegrepen dammer met ludieke uitspraken als “een mens wordt geboren en een mens gaat dood, daartussen bestaat er de mogelijkheid om te dammen”. Wielerfans brachten bewondering op voor Bram Tankink, Tom Boonen en Freddy Maertens om er slechts een paar te noemen.
De voetbalwereld is ‘vergeven’ van culthelden zoals ras Hagenees Tom Beugelsdijk, de Franse aanvaller van Manchester United Eric Cantona, de Groninger Martin Drent, Folkert Velten van Heracles en de Braziliaan Wamberto van Ajax. Bij Feyenoord had je Jozseph Kiprich, de tovenaar van Tatabanya, de Zweed John Guidetti en de Italiaan Graziano Pelle, die vooral ook de vrouwenharten sneller deed kloppen. En uiteraard niet te vergeten de Goudse doelman Ed de Goeij, ook wel Ed Konijn genoemd.
Ik moest aan de term cultfiguur denken toen ik zaterdag verslag deed van de voetbalwedstrijd Jodan Boys – SC Feyenoord. Bij de Rotterdammers speelde Junior Obiku, zoon van Mike Obiku, een van de grootste cultfiguren die er in de Kuip hebben rondgelopen. Deze Nigeriaanse spits maakte zich onsterfelijk in Amsterdam met zijn ‘golden goal’ in de bekerwedstrijd tegen Ajax. En door na het maken van een doelpunt tegen Willem II juichend in de hekken met prikkeldraad te vliegen. Shirt uittrekken na een treffer was ook routine.
Ik heb zaterdag Mike Obiku zelf niet gezien, maar volgens omstanders was hij aanwezig aan de Sportlaan. En hij zal ongetwijfeld met veel plezier hebben gezien dat zijn zoon Junior uit een strafschop de gelijkmaker (1-1) op het scorebord bracht. Junior juichte tamelijk ingetogen, hield zijn shirt aan en klom niet in de hekken. En helaas voor hem bleek het ook geen golden goal.

Doc Bowling and His Blues Professors – Sing the americana songbag
Doc Bowling and His Blues Professors zijn geïnspireerd door de helden van de blues, jazz en country uit de jaren ’20, ’30, ’40 en ’50 van de vorige eeuw. Al meer dan 15 jaar speelt de band van de gepensioneerde hoogleraar criminologie Ben ‘Doc’ Bowling voor een enthousiast publiek in grote en kleine zalen in het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Duitsland. Hun debuutalbum Down home blues komt in 2012 uit.
Onlangs verscheen hun nieuwe (4e) album Sing The American Songbag vol. 1, een album met 11 iconische songs die belangrijk zijn in de geschiedenis van de Amerikaanse populaire muziek uit het begin van de 20e eeuw. Het boek The American Songbook, een verzameling van Amerikaanse folksongs uit 1927 van de Amerikaanse dichter Carl Sandburg, was een inspiratie voor Bowling voor dit nieuwe album. “Het is een terugkeer naar de roots van de blues”, aldus Bowling. “In totaal hebben we 22 nummers opgenomen. Deel 2 brengt ons naar Chicago en de periode naar de oorlog”.
Het album opent relaxt met Me and the devil blues van Robert Johnson. Door de viool krijgt het nummer een aparte sfeer. Keltische sferen zijn er door de viool in de klassieker Irene, good night van Lead Belly. De traditional Going down the road (feeling bad) is swingend uptempo met banjo, mondharp en heerlijke harmoniezang. Viool, banjo en harmoniezang zijn ook een lust voor het oor in de vrolijke traditional Cotton-eyed Joe. Het door Ada Blenkhorn en Howard Entwistle in 1899 geschreven Keep on the sunny side, dat vooral in 1928 populair is geworden door The Carter Family, krijgt hier een ronduit schitterende vertolking. Fijne gitaarlicks, een fraaie bas en geweldige vioolsolo’s zijn er in de gospel I’ll fly away, een song van Albert E. Brumley uit 1929. Het prijsnummer is voor mij de jazz- en bluesstandard St James Infirmary blues, met een ‘huilende’ viool en een fantastische saxofoon. De traditionele folksong Midnight special, door velen opgenomen, is een prachtige countryblues met een mooi acapella intermezzo. I wish I was a mole in the ground is een traditionele folksong van Bascom Lamar Lunsford uit 1928, De accordeon komt volop in beeld in de vrolijke door Mississippi John Hurt geschreven countryblues My creole belle. Het slotnummer is de door jazzpianist Richard M. Jones in 1924 geschreven bekende bluesstandard Trouble in mind, door heel veel artiesten op de plaat gezet (o.a. Aretha Franklin, Nina Simone, Dinah Washington en Lightnin’ Hopkins). De uitvoering van Dow Bowling c.s. is ook niet te versmaden met piano en jazzy saxsolo’ s.
Conclusie: Sing The American Songbag vol. 1 vanDoc Bowling and His Blues Professors is een ontroerend mooi album met respect voor traditie. Laat deel 2 maar snel komen.
Tracks cd:
- Me and the devil blues
- Irene, good night
- Going down the road (feeling bad)
- Cotton-eyed Joe
- Keep on the sunny side
- I’ll fly away
- St James Infirmary blues
- Midnight special
- I wish I was a mole in the ground
- My creole belle
- Trouble in mind
Line-up:
- Doc Bowling – gitaar, zang, mondharmonica
- Donnie Burke – gitaar, backing vocals
- Simon Minney – bas, backing vocals
- Roger Chapman – drums, backing vocals
- Johannes Bowling – saxofoon
- Mlle Chat Noir – viool
- Jens Skwirblies – accordeon
- Kenny Bruno – keys
- Eamonn McKeever – banjo