Billy Branch & The Sons of Blues – Blues is my biography
Billy Branch (3 oktober 1951) is een Amerikaanse mondharmonicaspeler uit Chicago. In 1956 verhuist hij naar Los Angeles. Op zijn 10e koopt Branch zijn eerste mondharmonica en leert zichzelf spelen. Zijn inspirerende voorbeelden zijn later Junior Wells, James Cotton, Carey Bell, Big Walter Horton en bassist Willie Dixon. In 1969 keert hij weer terug naar Chicago, waar hij gaat studeren aan de universiteit van Illinois. In augustus 1969 bezoekt Branch het door Willie Dixon geproduceerde Chicago Blues Festival. Na zijn afstuderen toert Branch met de Chicago Blues All-Stars, onder leiding van Willie Dixon. Als Carey Bell die band verlaat wordt Billy Branch in 1975 de vaste nieuwe mondharpist. In 1977 richt Billy Branch zijn eigen groep The Sons of Blues op. Ze nemen zo’n 15 albums op en Branch speelde sindsdien ook op meer dan 300 albums van o.a. Willie Dixon, Eric Bibb, Son Seals, Keb Mo, Johnny Winter, Koko Taylor, Ronnie Baker Brooks en Taj Mahal. Branch ontving drie Grammy nominaties en werd opgenomen in Blues Hall of Fame. In 2017 werd tijdens het Chicago Blues Fest het 40-jarig jubileum van Billy Branch en de Sons of Blues gevierd.
Begin november 2025 verschijnt na jaren weer een nieuw album van Billy Branch and the Sons of Blues. Op dit album, The blues is my biography, blikt Branch terug op de rijke geschiedenis van de Chicago blues. Hij vat die rijke geschiedenis samen in elf persoonlijke songs die elk een speciale betekenis hebben voor hem. Branch noemt dit album het belangrijkste werk dat hij tot nu toe heeft gemaakt.
Het album opent met Hole in your soul, heerlijke funky uptempo soulblues met een fijne pianosolo en een mooie gastrol voor veteraan mondharmonicaspeler en zanger Bobby Rush. Het tempo zakt daarna in Call your bluff met een droge ritmesectie, een felle gitaarsolo en een huilende mondharp. Begging for change is een protestsong met gastgitarist Ronnie Baker Brooks en de flamboyante zang van zangeres Shemekia Copeland. De backing vocals geven aan dit nummer een gospeltintje. In het met soulvolle blazers opgesierde Dead end street zingt Branch zijn levensverhaal en trakteert op een verschroeiende mondharpsolo. Het nummer doet me hier en daar denken aan de latin sound van Santana. Het titelnummer The blues is my biography is een schitterende slowblues met naast de mondharp een hoofdrol voor pianist Sumito Ariyoshi. Geweldig zijn weer de mondharpsolo’s in het biografische The harmonica man. Na de strakke uptempo shuffle Real good friends, met weer fraai pianospel, gaat het tempo weer flink omlaag in het funky How you living? Ballad of the million men is opgewekte reggae. Na de emotionele slowblues Toxic love wordt in het instrumentale slotnummer Return of the roaches onder aanvoering van een scheurende mondharp alles nog een keer uit de instrumentale kast gehaald.
Conclusie: Het is een feest om te luisteren naar deze muzikale soundtrack van het muzikale leven van een geweldige zanger-mondharmonicaspeler.
Tracks cd:
- Hole in your soul
- Call your bluff
- Begging for change
- Dead end street
- The blues is my biography
- The harmonica man
- Real good friends
- How you living?
- Ballad of the million men
- Toxic love
- Return of the roaches
Line-up:
- Billy Branch – mondharmonica, zang
- Giles Corey – gitaar, backing vocals
- Sumito Ariyoshi – keyboards, backing vocals
- Marvin Little – bas, backing vocals
- Andrew ‘Blaze’ Thomas – drums
- Bobby Rush – mondharmonica, zang (track 1)
- Shemekia Copeland – zang (track 3)
- Ronnie Baker Brooks – gitaar (track 3)
SPORT EN EMOTIE
De grote held van Eindhoven was zondag Ismael Saibari. De Marokkaans-Spaanse en in België opgegroeide voetballer scoorde in de Rotterdamse Kuip drie keer. De Rotterdamse held Ayase Ueda die dat sterke staaltje die week daarvoor ook uithaalde was weer even de gewone Japanse voetballer die zijn best deed.
De PSV-spits was een van de sporthelden het afgelopen weekend. Ik heb er ook twee gezien en niet van die kleintjes ook. Allereerst baanwielrenner Harry Lavreijsen, die zondag zijn 20e(!) wereldtitel binnenhaalde. Deze man is niet van deze aarde maar komt van Mars. Een fenomeen en een held voor wielerminnend Nederland. En wat te denken van Hetty van de Wouw, Hetty Raketti, die ook aan het gouddelven was drie wereldtitels veroverde. Grote klasse, ook een heldin van velen. Ik heb met veel plezier naar die beelden gekeken. In mijn gedachten ging ik even terug naar december 2024 toen ik met een aantal leden van GRTC Excelsior een avond bij de Wielerzesdaagse van Rotterdam in Ahoy was. Lavreijsen reed toen ook iedereen naar huis en ik hoorde daar voor het eerst de naam Hetty van de Wouw, die vrouw die nu in een roes leeft. Zelfs ‘kannibaal’ Harry Lavreijsen was na zijn 20e wereldtitel een tikje emotioneel.
Sport en emotie horen bij elkaar als een Siamese tweeling. Een mooi voorbeeld zag ik vorige week toen het in veel ogen nietige Go Ahead Eagles in Deventer de Engelse grootmacht en voormalig winnaar van de Europa Cup 1 Aston Villa versloeg. Directeur Jan Willem van Dop liet zijn tranen de vrije loop. Wat Feyenoord niet lukte, lukte zijn cluppie in een euforische Adelaarshorst wel. Ook hier gingen mijn gedachten weer even terug, naar die gedenkwaardige dinsdagavond 25 oktober 2016 toen er ook helden in de Adelaarshorst werden toegejuicht. Deze keer geen Deventer helden maar Goudse helden, afgelopen week alweer 9 jaar geleden. Levi Marengo die met een formidabele vrije trap de 1-1 scoorde en Roald Heerkens die in de slotfase met een fraaie kopbal matchwinner werd. Sport en emotie in optima forma. Heerlijk!

WEEKENDVOETBAL
Er wordt al jaren gesproken over het fenomeen weekendvoetbal. Ik ben in mijn archief gedoken en toen bleek dat ik aan dit onderwerp in 2019 en 2020 ook al een sportcolumn had gewijd. Een van de overwegingen van de KNVB om weekendvoetbal in te voeren was de enorme terugloop van het zondagvoetbal. Inmiddels is de kaalslag in district West II volledig en speelt er vrijwel geen enkel standaardteam meer op zondag. In district West I dreigt het dezelfde kant op te gaan. De KNVB sloeg aan het denken hoe deze ramp te bestrijden en dacht met de invoering van weekendvoetbal het Ei van Columbus gevonden te hebben.
In de 2e divisie is sinds 2016 sprake van weekendvoetbal en in de 3e en 4e divisie sinds 2023 ook (zij het beperkt). KNVB-directeur amateurvoetbal Jan Dirk van der Zee c.s. hebben in juni tijdens de voorjaarsvergadering besloten dat het weekendvoetbal met ingang van het seizoen 2026-2027 ook wordt ingevoerd in de 2e en 3e klassen.
Ik las in die oude sportcolumn van mij uit februari 2020 dat ik mijn eerdere scepsis tegen de invoering van weekendvoetbal opzijzette. Ik schreef dat als er niets gebeurt het zondagvoetbal ten dode is opgeschreven. Inmiddels zijn we ruim vijf jaar verder en heerst er op de voetbalvelden op zondag een serene rust.
Traditionele Goudse zondagverenigingen Olympia, DONK en ONA voelden zich een aantal jaren geleden gedwongen over te stappen naar zaterdagvoetbal. Inmiddels zijn hun supporters misschien gewend geraakt dat hun cluppie op de zaterdagmiddag speelt. Olympia en DONK en wellicht ook ONA, mogen dus het volgende seizoen kiezen of ze ook wedstrijden weer op de zondagmiddag willen gaan spelen. Maar ja, zitten ze daar op te wachten, want als een principiële zaterdagclub dat niet wil, dan gebeurt het niet. Olympia bevalt het spelen op de late zaterdagmiddag. Aan de andere kant behoren stadsderby’s tussen DONK en Olympia en misschien ONA dan weer tot de mogelijkheden. Maar u begrijpt, mijn scepsis tegen de invoering van weekendvoetbal is weer terug. Er zijn nog veel hobbels te nemen.
DEBUUT IN DE 1E KLASSE
Terwijl de najaarsstorm Amy aan de uiterwaarden van de Hollandse IJssel raasde, maakten de rugbyers van RFC Gouda zich gereed voor de competitiewedstrijd tegen USRS. De regen kwam soms met bakken uit de hemel en de wind gierde door de bomen. Maar dat weerhield de trouwe supporters er niet van om langs de lijn hun favorieten aan te moedigen.
“Het zal een zware klus worden vanmiddag Gerrit”, was een veel gehoorde zin voorafgaand aan de wedstrijd. En dat bleek na afloop inderdaad een waarheid als een koe. De Gouwenaars begonnen verrassend met een lange sprint vanaf eigen helft, gevolgd door een try van Ties Witzier en de benutte conversie door Nander de Bruin. Maar uiteindelijk waren de Utrechtse studenten toch een maatje te groot voor RFC Gouda en stond er na een ruststand van 19-31 een einduitslag van 24-64 op het scorebord.
RFC Gouda debuteert dit seizoen in de 1e klasse. De eerste maand zit er op. De balans: twee keer verlies en twee keer winst. Met acht punten staan de Gouwenaars nu op een 9e plaats. Wat mogen we dit seizoen verwachten van RFC Gouda? Dat het team dit jaar niet voor de 3e achtereenvolgende keer kampioen wordt is niet te verwachten met gerenommeerde tegenstanders als b.v. Ascrum, Hilversum, USRS en Oemoemenoe, om er maar een paar te noemen. In de 1e fase bij de eerste zes eindigen en dan in de promotiepoule belanden zou prachtig zijn. Maar handhaving in de 1e klasse zou op zich al een mooie prestatie zijn vind ik.
Het wordt wel kilometers maken voor de Goudse rugbyers. met uitwedstrijden naar b.v. Heerenveen, Groningen, Apeldoorn, Middelburg en zelfs over de grens naar Aken.
Ondanks herfststorm Amy en de nederlaag was het afgelopen zaterdag goed toeven aan de Uiterwaardseweg. En het spelen op de zaterdagmiddag bevalt de club tot nu toe ook. Komende zaterdag gaan het team, en ongetwijfeld ook de nodige supporters met de bus naar Friesland. Op Sportpark Buitenbaan in Heerenveen zal het ambitieuze RC Feanster er aan moeten geloven.
HISTORIE
Om nu te spreken van een historische dag is wat overdreven, het woord gedenkwaardig is wellicht een betere typering. In ieder geval was er afgelopen zaterdagmiddag een reden tot feest, want het 1e elftal van SV Gouda was weer terug van weggeweest. “We zijn er weer Gerrit” hoorde ik menigeen opgelucht zeggen. Ruim een jaar geleden werd de stekker er uit getrokken en zag de toekomst voor de roemruchte voetbalclub uit het Groenhovenpark er vrij donker uit. Het zou toch niet gebeuren dat de vereniging die op 5 september 1906 werd opgericht in navolging van ook oude regioclubs als GSV en VV Bodegraven na ruim 100 jaar geen standaardelftal meer heeft.
We mogen bij het noemen van de naam SV Gouda gerust spreken van een roemruchte club, al is dat roemruchte vooral van toepassing op een ver verleden. De gedachten van oude(re) Goudse fans gaan ongetwijfeld nog wel eens terug naar de jaren 1959 en 1960 toen Gouda landskampioen werd bij de zondagamateurs. Met toen bekende namen als Piet Frederiks, Rinus Luxen, Fred de Gruijl, Jan Kruitbosch, Arie van Schaik, Jan Revet en Cor Neven. Gouda behoorde in die tijd tot de top van het Nederlands amateurvoetbal. Ik woonde toen nog niet in Gouda, heb die tijden dus niet meegemaakt, maar geluiden uit deze roemruchte jaren zoemen nog steeds rond.
Terecht dat die mooie herinneringen nog worden gekoesterd, maar of die tijden ooit nog terugkomen moet ten zeerste worden betwijfeld. De tijden zijn ook in het voetbal behoorlijk veranderd. Roemruchte verenigingen zijn gefuseerd, lijden een zieltogend bestaan of zijn zelfs helemaal verdwenen. Prestatievoetbal op de zondagmiddag is in onze regio zelfs vrijwel uitgestorven.
SV Gouda 1 is weer terug van weggeweest en dat is een felicitatie waard. Hoewel de supporters de laatste jaren al gewend waren geraakt aan het feit dat successen steeds zeldzamer werden, is het voor menigeen misschien toch even wennen dat er in het Groenhovenpark nu op het 10e niveau wordt gevoetbald. Maar ik zag zaterdagmiddag dat het plezier weer terug is. Maak er een mooi seizoen van Gouda.
SPORTGEMEENTE
De Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) nodigde ook dit jaar weer gemeenten uit om mee te dingen naar de titel Sportgemeente van het jaar. Het was voor de 16e keer dat deze wedstrijd werd georganiseerd. Gouda nam deze uitdaging aan en stelde zich met een uitgebreide motivatie kandidaat voor deze eervolle titel. Uit alle inzendingen kwamen uiteindelijk drie kandidaten bovendrijven. Wie zou de opvolger worden van de gemeente Dordrecht die de titel vorig jaar won.
Gouda was een van de drie genomineerde middelgrote steden in Nederland voor de titel ‘Sportgemeente van het jaar 2024 – 2025’. Concurrenten voor deze titel waren de gemeente Veendam en Nissewaard. Zo’n nominatie is natuurlijk al prachtig, maar “Ik ga wel om te winnen” hoorde ik wethouder Michiel Bunnik in een interview bij RTV Gouwestad zeggen.
Tijdens het jaarcongres van de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) op 18 september jl. in Venlo kon een trotse Goudse wethouder van sportzaken juichen en de bokaal en een cheque uit handen van VSG voorzitter en juryvoorzitter Michel Bezuijen in ontvangst nemen. Een jury bestaande uit vertegenwoordigers van VNG, NOC*NSF, Kenniscentrum Sport, Mulier Instituut, Platform Ondernemende Sportaanbieders en de VSG, waren onder de indruk van Gouda. Bijzonder positief was men over de samenwerking tussen de gemeente en de vele partners en partijen. Samenwerking is ook volgens wethouder Bunnik het kernbegrip. Terecht als je kijkt naar het aantal zeer diverse partijen waarmee wordt samengewerkt. De gemeente Gouda heeft een solide en compleet sport- en beweegbeleid constateerde de jury van de VSG. Sport en bewegen hebben een centrale plek.
Ook op het gebied van topsport speelt Gouda regelmatig een toonaangevende rol. Het bewijs leverden de waterpolovrouwen en –mannen van GZCDONK het afgelopen weekend maar weer eens met het winnen van de Supercup.
Gouda heeft zelfs een burgemeester die jarenlang voetbalde in het Nederlands Burgemeesters Elftal (NBE). Burgemeester Pieter Verhoeve nam vorige week afscheid als speler en scoorde in zijn afscheidswedstrijd ook nog een doelpunt. Als burgervader van onze kaasstad is ook hij ongetwijfeld in zijn nopjes met de eretitel ‘Sportgemeente 2024-2025’.
CULTFIGUREN
Ik wil het deze keer eens hebben over cultfiguren. Wat is een cultfiguur eigenlijk? Volgens Van Dale is een cultfiguur iemand die in een bepaalde kring of subcultuur bijzonder populair is en wordt bewonderd.
Ook in de sportwereld wemelde en wemelt het nog steeds van de cultfiguren. In de dartsport denk je dan al snel op Andy Fordham (the Viking) en Ted ‘the count’ Hankey. Een cultfiguur in de damwereld was Jannes van der Wal, de onbegrepen dammer met ludieke uitspraken als “een mens wordt geboren en een mens gaat dood, daartussen bestaat er de mogelijkheid om te dammen”. Wielerfans brachten bewondering op voor Bram Tankink, Tom Boonen en Freddy Maertens om er slechts een paar te noemen.
De voetbalwereld is ‘vergeven’ van culthelden zoals ras Hagenees Tom Beugelsdijk, de Franse aanvaller van Manchester United Eric Cantona, de Groninger Martin Drent, Folkert Velten van Heracles en de Braziliaan Wamberto van Ajax. Bij Feyenoord had je Jozseph Kiprich, de tovenaar van Tatabanya, de Zweed John Guidetti en de Italiaan Graziano Pelle, die vooral ook de vrouwenharten sneller deed kloppen. En uiteraard niet te vergeten de Goudse doelman Ed de Goeij, ook wel Ed Konijn genoemd.
Ik moest aan de term cultfiguur denken toen ik zaterdag verslag deed van de voetbalwedstrijd Jodan Boys – SC Feyenoord. Bij de Rotterdammers speelde Junior Obiku, zoon van Mike Obiku, een van de grootste cultfiguren die er in de Kuip hebben rondgelopen. Deze Nigeriaanse spits maakte zich onsterfelijk in Amsterdam met zijn ‘golden goal’ in de bekerwedstrijd tegen Ajax. En door na het maken van een doelpunt tegen Willem II juichend in de hekken met prikkeldraad te vliegen. Shirt uittrekken na een treffer was ook routine.
Ik heb zaterdag Mike Obiku zelf niet gezien, maar volgens omstanders was hij aanwezig aan de Sportlaan. En hij zal ongetwijfeld met veel plezier hebben gezien dat zijn zoon Junior uit een strafschop de gelijkmaker (1-1) op het scorebord bracht. Junior juichte tamelijk ingetogen, hield zijn shirt aan en klom niet in de hekken. En helaas voor hem bleek het ook geen golden goal.

Doc Bowling and His Blues Professors – Sing the americana songbag
Doc Bowling and His Blues Professors zijn geïnspireerd door de helden van de blues, jazz en country uit de jaren ’20, ’30, ’40 en ’50 van de vorige eeuw. Al meer dan 15 jaar speelt de band van de gepensioneerde hoogleraar criminologie Ben ‘Doc’ Bowling voor een enthousiast publiek in grote en kleine zalen in het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Duitsland. Hun debuutalbum Down home blues komt in 2012 uit.
Onlangs verscheen hun nieuwe (4e) album Sing The American Songbag vol. 1, een album met 11 iconische songs die belangrijk zijn in de geschiedenis van de Amerikaanse populaire muziek uit het begin van de 20e eeuw. Het boek The American Songbook, een verzameling van Amerikaanse folksongs uit 1927 van de Amerikaanse dichter Carl Sandburg, was een inspiratie voor Bowling voor dit nieuwe album. “Het is een terugkeer naar de roots van de blues”, aldus Bowling. “In totaal hebben we 22 nummers opgenomen. Deel 2 brengt ons naar Chicago en de periode naar de oorlog”.
Het album opent relaxt met Me and the devil blues van Robert Johnson. Door de viool krijgt het nummer een aparte sfeer. Keltische sferen zijn er door de viool in de klassieker Irene, good night van Lead Belly. De traditional Going down the road (feeling bad) is swingend uptempo met banjo, mondharp en heerlijke harmoniezang. Viool, banjo en harmoniezang zijn ook een lust voor het oor in de vrolijke traditional Cotton-eyed Joe. Het door Ada Blenkhorn en Howard Entwistle in 1899 geschreven Keep on the sunny side, dat vooral in 1928 populair is geworden door The Carter Family, krijgt hier een ronduit schitterende vertolking. Fijne gitaarlicks, een fraaie bas en geweldige vioolsolo’s zijn er in de gospel I’ll fly away, een song van Albert E. Brumley uit 1929. Het prijsnummer is voor mij de jazz- en bluesstandard St James Infirmary blues, met een ‘huilende’ viool en een fantastische saxofoon. De traditionele folksong Midnight special, door velen opgenomen, is een prachtige countryblues met een mooi acapella intermezzo. I wish I was a mole in the ground is een traditionele folksong van Bascom Lamar Lunsford uit 1928, De accordeon komt volop in beeld in de vrolijke door Mississippi John Hurt geschreven countryblues My creole belle. Het slotnummer is de door jazzpianist Richard M. Jones in 1924 geschreven bekende bluesstandard Trouble in mind, door heel veel artiesten op de plaat gezet (o.a. Aretha Franklin, Nina Simone, Dinah Washington en Lightnin’ Hopkins). De uitvoering van Dow Bowling c.s. is ook niet te versmaden met piano en jazzy saxsolo’ s.
Conclusie: Sing The American Songbag vol. 1 vanDoc Bowling and His Blues Professors is een ontroerend mooi album met respect voor traditie. Laat deel 2 maar snel komen.
Tracks cd:
- Me and the devil blues
- Irene, good night
- Going down the road (feeling bad)
- Cotton-eyed Joe
- Keep on the sunny side
- I’ll fly away
- St James Infirmary blues
- Midnight special
- I wish I was a mole in the ground
- My creole belle
- Trouble in mind
Line-up:
- Doc Bowling – gitaar, zang, mondharmonica
- Donnie Burke – gitaar, backing vocals
- Simon Minney – bas, backing vocals
- Roger Chapman – drums, backing vocals
- Johannes Bowling – saxofoon
- Mlle Chat Noir – viool
- Jens Skwirblies – accordeon
- Kenny Bruno – keys
- Eamonn McKeever – banjo
Mickey Junior – Tribute to Aleck ‘Rice’ Miller (Sonny Boy Williamson)
De op 28 juli 1980 in Trenton, New Jersey geboren Amerikaanse blueszanger en mondharmonicaspeler Mikey Junior is al jaren een begrip in de bluesscene van Philadelphia. Hij staat bekend om zijn grote vaardigheid op de mondharmonica en zijn rijke soulvolle stem. Als zoon van een professionele muzikant komt hij op jonge leeftijd volop in aanraking met muziek. Op zijn 18e is hij al min of meer een veteraan in de lokale muziekscene en maakt hij furore met zijn mondharmonicaspel. Zijn grote voorbeeld is de legendarische mondharpist Aleck ‘Rice’ Miller, oftewel Sonny Boy Williamson II (1912 – 1965). Diens album Real folk blues (1966) heeft een grote invloed gehad op de jonge Mikey Junior.
Onlangs verscheen het nieuwe album van Mikey Junior, Tribute to Aleck ‘Rice’ Miller, een album met elf covers van Sonny Boy Williamson II. Het album werd opgenomen op 24 en 25 april 2023 in de Fat Rabbit Studios in Franklin Lakes, New Jersey. De productie was in handen van Dave Gross, een van de gitaristen op het album, en Mikey Junior zelf.
Het album opent met Eyesight to the blind, een 12-bar blues met mondharp en krachtige soulvolle zang. Don’t start me talking swingt vooral door de geweldige mondharpsolo’s de pan uit. Het tempo zakt in de langzame blues She got next to me, waarin naast de mondharp, de piano en de gitaarlicks de strakke ritmesectie opvalt. De sterk gezongen midtempo blues Little village, met wederom verschroeiende mondharpsolo’s, leunt ook op het droge drumwerk van Michael Bram. Het tempo gaat in Like wolf weer omlaag, maar de geweldige mondharpsolo’s blijven onverminderd aanwezig. Fraai is de contrabas in de fantastische klassieke bluesballad Don’t loose your eye. De intense mondharpsolo’s zijn hier om je vingers bij af te likken. Het is weer swingen geblazen bij het uptempo Keep it to yourself. In de bluesballad Sad to be alone is Junior met zijn stem en mondharp in topvorm en het is opnieuw swingen in Shuckin’ mama, waarin de gitaar meer op de voorgrond treedt. Het overbekende One way out is bij de popliefhebbers vooral bekend in de uitvoering van The Allman Brothers Band. Hun live versie van juni 1971 in The Fillmore East heb ik grijsgedraaid. De geweldige bluesballad Keep your hand out of my pocket is een meer dan voortreffelijke afsluiter van het album met een Mikey Junior in absolute topvorm.
Conclusie: Het is volop genieten van dit geweldige album.
Tracks cd:
- Eyesight to the blind
- Don’t start me talking
- She got next to me
- Little village
- Like wolf
- Don’t loose your eye
- Keep it to yourself
- Sad to be alone
- Shuckin’ mama
- One way out
- Keep your hand out of my pocket
Line-up:
- Mikey Junior – zang, mondharmonica
- Matt Daniels – gitaar
- Dave Gross – gitaar
- Grep Gumpel – gitaar
- Matt Raymond – contrabas
- Michael Bram – drums
- Bill Heid – piano
Mud Morganfield – Deep mud
Blueszanger Mud Morganfield (27 september 1954, Chicago, Illinois) is de oudste zoon van de legendarische McKinley Morganfield, beter bekend als Muddy Waters. Mud werd opgevoed door zijn moeder en zeven ooms. Zijn vader heeft hij nooit echt gekend. Hij groeide op omringd door muziek, maar hij werd pas professioneel muzikant na de dood van zijn vader in 1983. Zijn debuutalbum Fall waters fall verscheen in 2008.
Op 26 september jl. verscheen Deep mud, het nieuwe album van Mud Morganfield, een album met voornamelijk eigen nummers en twee covers van zijn vader. Het album werd opgenomen in de JoyRide Studio in Chicago.
Met het openingsnummer Bring me my whiskey wordt meteen de toon gezet. Pure uptempo Chicagoblues met mondharp, gitaar, krachtige zang en een onverstoorbare ritmesectie. Dat geldt daarna ook voor Big fame met een flonkerende pianosolo van Sumito Ariyo Ariyoshi. Strange woman is een song van zijn vader en de zang van Mud, die op dit nummer ook bas speelt, komt heel dicht in de buurt van vader Muddy. De midtempo blues Don’t leave me wordt gedomineerd door de mondharp van Studebaker John. In de opwindende en funky soulblues She’s getting her groove on zijn de uitbundige trompet van Phil Perkins en het orgel van Roosevelt Purifov de ‘blikvangers’. In het door piano en mondharp gedreven Ernestine doet de krachtige zang van Mud weer sterk aan zijn vader denken. Na de slowblues Strike like lighting komt de vrolijke funky blues Cosigner man, met backing vocals van Felicia Collins en Kristen Lowe, en waarbij Phil Perkins de oren met een spetterende trompetsolo verwent. Lover man is uptempo klassieke Chicagoblues, gevolgd door de gospelachtige soulblues In and out of my life, met backing vocals van Collins en Lowe en een pianosolo van Ariyoshi. Vermeldenswaard zijn ook de fraaie bastonen van E.G. McDaniel. The man that you’re with is er weer eentje in de beste traditie van Muddy Waters. Na het funky midtempo Carolina is het tijd voor de 2e song van Muddy Waters, de slowblues Country boy, met een indrukwekkend fraaie contrabas van Rodrigo Mantovani. Het album wordt afgesloten met A dream walking, een bluesballad met fameus orgelspel van Prifov. De backing vocals van Jacole Avent en Demetrias M. Hall zorgen voor het gospelachtige sfeertje.
Conclusie: Deep Mud is pure en klassieke Chicagoblues. Volop genieten. Vader Muddy zal vanaf zijn wolk in de muzikantehemel ongetwijfeld zijn goedkeuring geven.
Tracks cd:
- Bring me my whiskey
- Big fame woman
- Strange woman
- Don’t leave me
- She’s getting her groove on
- Ernestine
- Strike like lightning
- Cosigner man
- Lover man
- In and out of my life
- The man that you’re with
- Carolina
- Country boy
- A dream walking
Line-up:
- Mud Morganfield – zang, bas (track 3)
- Rick Kreher – gitaar (all tracks)
- Melvin ‘Pooky Styx’ Carlisle – drums (all tracks)
- Studebaker John – harmonica (track 1,2,3,4,6,7,9,11,12,13)
- Mike Wheeler – gitaar (track 1,2,4,5,6,7,8,9,10,11,12)
- E.G. McDaniel – bas (track 1,2,4,5,6,7,8,9,10,11,12,14)
- Sumito Ariyo Ariyoshi – piano (track 1,2,3,4,7,9,10,11,12)
- Roosevelt Purifov – piano (track 5,6,8), orgel (track 5,6,8,14)
- Rodrigo Mantovani – contrabas (track 13)
- Phil Perkins – trompet (track 5,8)
- Felicia Collins – backing vocals (track 8,10,14)
- Kristen Lowe – backing vocals (track 8,10)
- Jacole Avent – backing vocals (track 14)
- Demetrias M. Hall – backing vocals (track 14)