Gerritschinkel.nl Columns & meer

29apr/200

Webb Wilder – Night without love

De Amerikaanse zanger-gitarist (en acteur) John ‘Webb’ McMurry, beter bekend als Webb Wilder, is geboren op 19 mei 1954 in Hattiesburg, Mississippi. Hij kan al heel vroeg zingen (zijn familie beweert zelfs dat hij eerder kon zingen dan lopen). Op zijn 12e begint hij met gitaarspelen en vanaf zijn 14e speelt hij in bandjes. In de jaren ’80 maakt hij deel uit van The Drapes, The Beatnecks en The Nashvegans. In 1993 is Wilder als acteur te zien in The thing called love, een film van Peter Bogdanovic. De muziek van Wilder is een mengeling van rock & roll, americana, country, soul, blues en hillbilly. In 1986 verschijnt zijn debuutalbum It came from Nashville. Webb Wilder woont tegenwoordig in Nashville, Tennessee.

Op 10 april kwam er een nieuw album uit van Webb Wilder. Op het elf nummers tellende Night without love staan covers en nieuwe nummers. Het album opent met Tell me what’s wrong, een krachtige rocker van de Britse pubrockband The Inmates uit 1980. Het titelnummer Night without love is ook een oud nummer geschreven door R.S. Field, met wie Wilder destijds in The Drapes zat. Het nummer is nooit op de plaat gezet en dus werd het hoog tijd dat het nu eens gebeurde. Letterlijk fluitend gaat men door het melodieuze nummer heen. Van de Amerikaanse countrygroep The Amazing Rhythm Aces is de countryrocker Hit the nail on the head, met een flonkerende piano van George Bradfute. Prachtig is de vertolking van Chip Taylor ‘s Holdin’ on to myself, maar het prijsnummer is de schitterende akoestische ballad Be still, een cover van de tex-mex rockers Los Lobos. In het samen met Joe MacMahan geschreven melodieuze Illusion of you is af en toe een vleugje E-Street Band te horen als Bradfute zijn piano beroert. De twangy gitaren voeren de boventoon in het samen met R.S. Field en Suzy Elkins geschreven Buried our love. De geest van Nick Lowe hangt duidelijk boven dit nummer. Samen met Dan Penn schreef Wilder de ballad Sweetheart deal, met weer een fraaie bijdrage van Bradfute op keys. Ache and flake (go with the flow), een coproductie met bassist Tom Comet, is een typische Webb Wilder midtempo rocker. Prachtig en ingetogen is Wilder’s zang in de met strings versierde ballad The big deal. Het slotakkoord is een lekkere versie, met een strakke ritmesectie, het orgeltje en gitaarsolo’s, van Hi heel sneakers, de bluesklassieker van Tommy Tucker uit 1963.

Conclusie: Met Night without love heeft Webb Wilder weer een vertrouwd goed album afgeleverd.

Tracks:

  1. Tell me what’s wrong
  2. Night without love
  3. Hit the nail on the head
  4. Holdin’ on to myself
  5. Be still
  6. Illusion of you
  7. Buried our love
  8. Sweetheart deal
  9. Ache and flake (go with the flow)
  10. The big deal
  11. Hi heel sneakers

Line-up

  • Webb Wilder – zang, gitaar, percussie
  • George Bradfute – gitaren, keyboards, strings
  • Tom Comet – bas
  • Jimmy Lester – drums
  • Rick Schell – drums, backing vocals
  • Richard Bennett – gitaar (track 5)
28apr/200

Freddie King – Blues journey vol. 1 (live)

Freddie King werd geboren op 3 september 1934 in Gilmer, Texas. In de jaren ’50 speelde hij samen met groten uit de Amerikaanse bluesscene. King is beïnvloed door Eddy Taylor, Jimmy Rogers en Robert Lockwood Jr. Blanke gitaristen als Eric Clapton, Jeff Beck, Peter Green, Mick Taylor, Stevie Ray Vaughan en Lonnie Mack op hun beurt zeggen door Freddie King beïnvloed te zijn. Begin jaren ’70 tekende King een contract bij Shelter Records, het label van Leon Russell en maakte drie albums die goed verkochten. In 1974 tekende hij bij RSO Records, het label waar ook Eric Clapton onder contract stond. Freddie King overleed op 28 december 1976 aan een hartaanval in Dallas, Texas. Hij werd slechts 42 jaar.

Van de zgn. ‘Three Kings’ was ik altijd, zonder de grote BB en Albert tekort te zijn (ik zou niet durven), vooral een liefhebber van de muziek van Freddie King. Ik maakte ruim 50 jaar geleden kennis met zijn muziek en de eerste lp die ik van hem kocht was My feeling for the blues uit 1970. Het album The Texas Cannonball (was ook de bijnaam van Freddie King) uit 1972 heb ik helemaal grijs gedraaid. Helaas heb ik hem nooit live zien optreden.

Freddie King toerde veel in de jaren ’70 en van zijn liveoptredens zijn in de loop van de jaren de nodige cd’s uitgebracht. Deze maand verscheen een deluxe 3-cd met concerten uit de jaren ’70. De cd’s zijn ook afzonderlijk verkrijgbaar.

Op de cd Blues journey vol. 1 staan 12 tracks. In het openingsnummer Let the good times roll van Shirley Goodman & Leonard Lee uit 1956 zijn meteen al de kenmerkende vlijmscherpte gitaarsolo’s te horen. San-ho-zay is de bekende instrumental van King uit 1961. Boogie funk staat in twee versies op het album. Een snelle boogie, striemende gitaarsolo’s over een bad aan orgeltonen en aan het slot een lange drumsolo. Van het album Texas cannonball wordt de prachtige slowblues Ain’t no sunshine gespeeld, een cover van de onlangs overleden Bill Withers. Ain’t nobody’s business, de bluesstandaard uit de jaren ’20, krijgt een typische King uitvoering met spetterend gitaarwerk en zijn expressieve sterke zang, die ook in Woman across the river is te horen. Natuurlijk ontbreekt Hide away niet, King’s grote instrumentale hit uit 1961 met het flamboyante gitaarwerk. Vlammende gitaarlicks, orgel en een bassolo zijn daarna te horen in Goin’ down, de rock ‘n’ roll standaard van Don Nix. Wee baby blues is een prachtige slowblues van Big Joe Turner. Something you got van R&B zanger Chris Kenner uit 1961 is veel gecoverd en in de uitvoering van Freddie King zijn er de felle gitaarlicks en een zeer aanwezig drummer. Het laatste nummer op deze cd is Key to the highway, de bluesstandaard van Charles Segar & Big Bill Broonzy. Naast de strakke ritmesectie en een flonkerende pianosolo is Freddie King ook hier weer te horen met zijn felle gitaarlicks en sterke zang.

Conclusie: Freddie King live blijft een genot om naar te luisteren.

Tracks:

  1. Let the good times roll
  2. San-ho-zay
  3. Boogie funk
  4. Ain’t no sunshine
  5. Ain’t nobody’s business
  6. Woman across the river
  7. Hide away
  8. Goin’ down
  9. Boogie funk (version 2)
  10. Wee baby blues
  11. Something you got
  12. Key to the highway
23apr/200

Peter Karp – Magnificent heart

De Amerikaanse singer-songwriter, gitarist en pianist Peter Karp wordt geboren in Leona, New Jersey. Hij groeit op in zowel New Jersey als Alabama. Hij begint als tiener in clubs in New York City te spelen in de art-blues-punkband They Came From Houses. Karp gaat vervolgens in de filmindustrie werken terwijl hij een gezin sticht. Hij keert in de jaren negentig terug in de muziekscene met de band Peter Karp en The Roadshow Band. in 2000 verschijnt hun live-album Live at the American Roadhouse.

Critici vergelijken Karp’s manier van songs schrijven met die van John Hiatt en John Prine. Hij heeft een voorliefde voor de muziek van Freddie King en Elmore James. Met de Canadese zangeres-gitariste Sue Foley neemt hij twee albums op, He said she said (2010) en Beyond the crossroads (2012). Peter Karp wordt bij het grote publiek bekend als hij op tournee gaat en platen opneemt met gitarist Mick Taylor (John Mayall’s Bluesbreakers, The Rolling Stones).

Volgende maand komt het nieuwe album Magnificent heart uit, de opvolger van het in 2018 verschenen en goed ontvangen album Blue flame. Magnificent heart opent met de bluesstomper Sitting on the edge of the world. Lekkere gitaarlicks, gruizige zang en een huilende mondharp. In het stevige The letter is een mooie gastrol weggelegd voor gitarist Paul Carbonara. De blazers van The Cold City Horns schitteren daarna in de soulblues She breaks her own heart. This world verrast met een zeer fraaie orgelsolo en backing vocals. Na de gruizige blues The grave, met mondharpsolo, slide en orgel, trakteert zoon James Otto Karp in de prachtige bluesballad Scared op lyrische gitaarsolo’s. Chainsaw is een rudimentaire gospelachtige countryblues en de blazerssectie is weer volop aanwezig in de funky soulblues Let it on out. Cool cool thing is een Tony Joe White achtige swampblues met een daverende orgelsolo. Soulvol is Karp’s zang in de schitterende bluesballad The last heartbeat. De huilende mondharp scheurt weer in de indringende countryblues Going home en de soulblues Compassion is ‘vergeven’ van piano, gitaren en een spetterende orgelsolo. Het album wordt in stijl afgesloten met de zeer fraai georkestreerde ballad Face the wind. 

Conclusie: Peter Karp blijft de laatste jaren een serie voortreffelijke albums afleveren en Magnificent heart mag zonder dralen aan dat mooie rijtje worden toegevoegd.

Tracks:

  1. Sitting on the edge of the world
  2. The letter
  3. She breaks her own heart
  4. This world
  5. The grave
  6. Scared
  7. Chainsaw
  8. Let it on out
  9. Cool cool thing
  10. The last heartbeat
  11. Going home
  12. Compassion
  13. Face the wind

Line-up

  • Peter Karp – gitaren, piano, zang
  • Kim Wilson – mondharmonica
  • Jason Ricci – mondharmonica
  • John Ginty – orgel
  • Jim Eingher – keyboards
  • Paul Carbonara – (solo)gitaar (track 2 en 4)
  • James Otis Karp – sologitaar (track 6)
  • Niles Terrat – bas
  • Edward Williams – bas
  • Michael Catapano – drums, percussie
  • Jacob Wynne – trompet
  • David Kasper – tenor sax
  • Eym O’ree – backing vocals
21apr/200

Jim Lauderdale – When Carolina comes home

De Amerikaanse singer-songwriter Jim Lauderdale is geboren op 11 april 1957 in Troutman, Noord Carolina. Hij groeit op in Due West, Zuid Carolina. Behalve zingen leert Lauderdale op zijn 11e drummen, op zijn 13 mondharmonica en op zijn 15e banjo spelen. Hij wordt al op jonge leeftijd gegrepen door de bluegrassmuziek van Ralph Stanley. De muziek van Lauderdale bestrijkt een breed spectrum, van bluegrass, country, blues tot americana. Hij speelt in verschillende bands waaronder die van Floyd Domino en Buddy Miller. In 1991 verschijnt zijn solodebuutalbum Planet of love, dat geproduceerd wordt door Rodney Crowell en John Leventhal.

Vorige maand verscheen When Carolina comes home again, het 33e album van Jim Lauderdale. Op dit album gaat de in Nashville, Tennessee, woonachtige Lauderdale terug naar zijn roots, de bluegrassmuziek en brengt hij een muzikaal eerbetoon aan zijn geboortestaat Noord Carolina. Lauderdale schreef een aantal van de dertien songs op het album samen met anderen. Het album is opgenomen in Echo Mountain Recording in Asheville, Noord Carolina. Muzikaal wordt hij o.a. bijgestaan door leden van de uit Noord Carolina afkomstige bands Balsam Range, Songs from the Road Band, Steep Canyon Rangers en Town Mountain. En door Matt Pruett (banjo), Aaron Ramsey (mandoline), Pattie Hopkins Kinlaw (fiddle) en de gitaristen Nick Dauphinais en Presley Barker.  

Het samen met John Oates geschreven openings- en titelnummer When Carolina comes home again begint heel rustig met een akoestische gitaar maar al snel gaat het tempo omhoog en evolueert het nummer tot uptempo bluegrass. Ook As a sign, de 1e single van het album, dat Lauderdale samen schreef met de vorig jaar overleden singer-songwriter en dichter Robert Hunter (o.a. bekend van zijn teksten voor The Grateful Dead), is pure bluegrass. Drie songs zijn mede geschreven door Charles R. Humphrey III, bassist van Steep Canyon Rangers, het countryachtige Misery’s embrace, de tranen trekkend mooie countryballad The last to know en het met een bluegrasssaus overgoten You’ll have to earn it. In het met activist Si Kahn geschreven Cackalacky is de rauwe fiddle van Pattie Hopkins Kinlaw de aandachtstrekker. Banjospeler Graham Shapre van Steep Canyon Rangers is mede auteur van It just takes one to know. Lekkere uptempo country met mooie samenzang en fraaie banjo en mandoline. You’ve got this is uptempo countryrock in de stijl van The Flying Burrito Brothers en in het melodieuze Mountaineer lossen de akoestische gitaar-, de banjo- en de mandolinesolo’s elkaar vrolijk af. Schitterend is de countryballad I’m her to remind you, met een huilende fiddle en een fraaie akoestische gitaarsolo. Lauderdale schreef dit nummer samen met countryzangeres Sara Douga (the ‘pistol’ in Nashville). De laatste drie nummers zijn weer pure bluegrass. In Moonrider horen we weer een spetterende fiddle en in Spin a yarn mag de mandoline excelleren. Met Better than you found it, mede geschreven door Logan Ledger, wordt het album voortreffelijk en geheel in stijl afgesloten.

Conclusie: Jim Lauderdale heeft met When Carolina comes home again een prachtige ode gebracht aan de bluesgrass in het algemeen en aan Noord Carolina in het bijzonder.

Tracks:

  1. When Carolina comes home again
  2. As a sign
  3. Misery’s embrace
  4. The last to know
  5. It just takes one to wander
  6. Cackalacky
  7. You’ll have to earn it
  8. You’ve got this
  9. Mountaineer
  10. I’m here to remind you
  11. Moonrider
  12. Spin a yarn
  13. Better than you found it
17apr/200

Lucinda Williams – Good souls better angels

De op 26 januari 1953 in Lake Charles, Louisiana, geboren Amerikaanse singer-songwriter Lucinda Williams loopt ruim vier decennia mee in de muziekscene. Ze begint op haar zesde te schrijven en heeft al vroeg belangstelling voor muziek. Ze komt in aanraking met de muziek van Bob Dylan (Highway 61 revisited) en later met de muziek van The Band en legendarische bluesmannen als Skip James, Bukka White en Robert Johnson. In 1979 verschijnt haar debuutalbum Ramblin’. Het grote succes komt in 1998 met het album Car wheels on a gravel road. Dit betekent haar doorbraak naar een groter publiek en het album levert haar een Grammy Award op.

Lucinda Williams, die in januari jl. haar 67e verjaardag vierde, weet van geen ophouden. We hebben er vier jaar op moeten wachten maar op 24 april komt er weer een nieuw album van haar uit. Op dit album, Good souls better angels, de opvolger van The ghosts of highway 20, wordt Williams begeleid door haar trouwe band bestaande uit drummer Butch Norton, gitarist Stuart Mathis en bassist David Sutton. Het album is geproduceerd door Tom Overby en Ray Kennedy, de man die verantwoordelijk was voor haar album Car wheels on a gravel road. In de songs, waarvan Lucinda Williams er een aantal schreef samen met echtgenoot Overby, komen menselijke, sociale en politieke issues aan bod.

Good souls better angels is een stevig album en dat blijkt meteen al bij het openingsnummer You can’t rule me. Rauwe blues, gruizig gitaarwerk, een straffe ritmesectie naast de karakteristieke zang van Williams. In Bad news blues zingt Williams over het spervuur aan nieuws dat dagelijks over ons wordt uitgestort. Het idee voor Man without a soul werd aangedragen door Overby. Het kan haast niet anders dat in deze indringende ballad president Trump het onderwerp is. Overby was ook de inspirator voor Big black train, een song over de wolken van depressie die boven ons hoofd hangen. De band houdt zich in deze met vibrerende stem gezongen ballad redelijk ‘koest’, maar in Wakin’ up, met als thema huiselijk geweld, gaat de band weer los, met fraaie baslijnen en een gitaarsolo als een kettingzaag. Pray the devil back to hell begint akoestisch, maar langzamerhand rockt het weer stevig. Williams is vocaal daarna in topvorm in de melodieuze ballad Shadows & doubts. Gedreven is haar zang in Bone of contention, waarin de basis gelegd wordt door het strakke drumwerk. Explosief zijn  Down past the bottom en Big rotator. Het mooiste wordt voor het laatst bewaard, want met de tamelijk ingetogen spelende bandleden is de intens gezongen schitterende ballad Good souls een perfect eindschot.

Conclusie: Lucinda Williams blijft ons op prachtige albums trakteren en ook dit fraaie exemplaar wordt weer met veel plezier dankbaar in ontvangst genomen.

Tracks:

  1. You can’t rule me
  2. Bad news blues
  3. Man without a soul
  4. Big black train
  5. Wakin’ up
  6. Pray the devil back to hell
  7. Shadows & doubts
  8. When the way gets dark
  9. Bone of contention
  10. Down past the bottom
  11. Big rotator
  12. Good souls
15apr/200

The Proven Ones – You ain’t done

De bandleden van The Proven Ones hebben hun sporen allemaal al ruimschoots verdiend in de muziekscene bij toonaangevende bands als The Fabulous Thunderbirds, Ronnie Earl and the Broadcasters, The Radio Kings, The James Harman Band, Rod Piazza and the Mighty Flyers en Sugar Ray and the Bluetones. Zij speelden op platen van o.a. John Lee Hooker, Big Mama Thornton, Chuck Berry, Big Walter Horton, Big Joe Turner, Otis Rush, Bo Diddley en Pinetop Perkins. Kortom een samenwerkingsverband dat het klappen van de muzikale zweep kent.

The Proven Ones bestaat uit Brian Templeton (zang, mondharmonica), Kid Ramos (gitaar), Anthony Geraci (keyboards), Willie J. Campbell (bas) en Jimi Bott (drums, percussie).

In 2018 bracht de band het album Wild again uit en deze maand verschijnt hun nieuwe album You ain’t done. Het album is geproduceerd door Jimi Bott en Mike Zito. Alle twaalf nummers zijn geschreven door de verschillende bandleden..

De openingsminuut Get love is een psychedelisch intro van een kleine minuut om de luisteraar vervolgens met Get love een vette bluesrocker met een groot Stones gehalte voor te schotelen. Het tempo wordt met een ‘jagende’ drummer in de melodieuze uptempo rocker Gone to stay verder opgevoerd. De geest van The Free waart duidelijk rond in het titelnummer You ain’t done, Felle gitaarlicks, een strakke ritmesectie, een orgelsolo en uitstekende zang.  Melodieus is ook Already gone, dat begint met acapella zang. Werkelijk schitterend is de gospel Whome my soul loves, met de verpletterende soulvolle zang van Ruthie Foster, de blazers en de wervelende orgelsolo. Na de mooie countryballad Milinda is het latin wat de klok slaat in Nothing left to give, waarin naast de blazers en het orgel vlammend Santana achtig gitaarspel is te horen. Het prijsnummer van het album is wat mij betreft de soulballad She’ll never know met de indringende zang van Templeton, de blazers, de scherp gitaarsolo van Ramos en de alom aanwezige golvende orgeltonen van Geraci. Ramos neemt de vocalen voor zijn rekening in I ain’t good for nothin’, waarin we in New Orleans sferen belanden met het Dr. John achtige pianospel van Geraci. Templeton ’s mondharp maakt het nummer compleet. Het J. Geils Band achtige Fallen rockt fel en in de afsluiter, het Stones achtige Favorite dress, worden alle muzikale registers nog eens helemaal opengetrokken.

Conclusie: You ain’t done is een topalbum van een stel doorgewinterde uitstekende musici.

Tracks:

  1. Get love (intro)
  2. Get love
  3. Gone to stay
  4. You ain’t done
  5. Already gone
  6. Whome my soul loves
  7. Milinda
  8. Nothing left to give
  9. She’ll never know
  10. I ain’t good for nothin’
  11. Fallen
  12. Favorite dress

 

13apr/200

Eamonn McCormack – Storyteller

De Ierse gitarist. songwriter en muziekproducent Eamonn McCormack is op 27 juni 1962 geboren in Dublin en begint op 9-jarige leeftijd akoestische gitaar te spelen. Hij wordt in die tijd beïnvloed door Slade, Cat Stevens, Neil Young en Rory Gallagher en later, als hij de elektrische gitaar heeft ontdekt, door Jimi Hendrix, Eric Clapton, Jan Akkerman, Thin Lizzy en uiteraard nog steeds door Rory Gallagher. Van 1979 tot 1983 woont en toert hij in de Verenigde Staten en daar ontstaat zijn eigen persoonlijke stijl van blues en bluesrock. Als hij weer terug is in Europa begint hij onder het pseudoniem Samuel Eddy op te treden in clubs en op festivals. Hij krijgt een platencontract en hij maakt met die band drie albums. In 2002 treedt Samuel Eddy in Nederland op tijdens Parkpop en toert met o.a. Walter Trout, ZZ Top, Johnny Winter, Robert Plant en Popa Chubby. In 2002 besluit McCormack uit de muziekscene te stappen, maar sinds 2009 is hij weer actief als gitarist, songwriter en producer.

Begin april verscheen het nieuwe album van McCormack. Op Storyteller staan elf zelfgeschreven songs met verhalen over dingen die hij in zijn leven heeft meegemaakt en over dingen die hem hebben beïnvloed.

Kerkklokken luiden The Great Famine in, het dramatische verhaal over de Ierse hongersnood van 1845 – 1850. McCormack vraagt zich vertwijfeld af waarom al die mensen moesten sterven. Een hartverscheurend nummer. Gypsy women is een blues met een strakke ritmesectie, indringende zang, fel gitaarwerk en een mondharp. Zeer fraaie baslijnen zijn er in de stevige ballad Help me understand, met een smekende stem van McCormack. The one on is een bluesrocker in de beste Thin Lizzy traditie. Phil Lynott is dichtbij. In de snelle rocker Cowboy blues, met bonkende drums en een fraaie slide, vertelt McCormack waar zijn muzikale roots liggen, nl. in de blues! Prachtig lyrisch gitaarwerk is daarna te horen in de slowblues In a dream. Na de prachtige bluesballad Every note that I play, wordt in With no way out het tempo weer hard en strak en met striemende gitaarsolo’s opgevoerd. Het nummer doet me trouwens hier en daar denken aan One hit to the body van The Rolling Stones. De sterke ritmesectie doet weer van zich spreken in de met spetterend gitaarwerk gelardeerde boogie  Cold cold heart. Ook South Dakota bound, met een sprankelende piano, wordt weer lekker strak gespeeld. Met de spetterende gitaarrocker Make my love wordt het album daverend afgesloten.

Conclusie: Storyteller is een uitstekend album dat je niet vaak genoeg kunt draaien.

Tracks:

  1. The Great Famine
  2. Gypsy women
  3. Help me understand
  4. The one on
  5. Cowboy blues
  6. In a dream
  7. Every note that I play
  8. With no way out
  9. Cold cold heart
  10. South Dakota bound
  11. Make my move

Line-up

  • Eamonn McCormack – gitaren, mandoline, zang, mondharmonica
  • Edgar Karg – bas
  • Max Jung-Poppe – drums, percussie
  • Arne Wiegmand – piano, orgel
7apr/200

Early James – Singing for my supper

Early James (geboren als Frederick James Mullis jr.) is een jonge singer-songwriter uit Birmingham, Alabama. Zijn muziek is een mengeling van folk, blues, jazz en country.

Van James and The Latest verscheen in november 2017 een ep met vier songs, maar vorige maand verscheen zijn eerste volledige debuutalbum Singing for my supper. Het album is uitgekomen op het Easy Eye Sound label van Dan Auerbach, de frontman van The Black Keys. Auerbach is tevens een van de twee co-producers en speelt ook op het album mee. James weet zich verder omringd door een groot aantal uitstekende musici.

Blue pill blues is de opener en tevens de eerste single van het album en verhaalt over de tijd dat hij nogal depressief was. Opvallend zijn de zeer heldere gitaarklanken en de gruizige stem van James. Stockholm syndrome begint heel rustig, maar wordt steeds uitbundiger. Lekkere jazzy soul die herinneringen oproept aan Steely Dan. Zompig is Way of the dinosaur en het orgel, de groovy bastonen en de indringende gitaarlicks zijn nadrukkelijk aanwezig in Clockwork town. Na het country getinte Easter eggs en de gruizige zang van James in It doesn’t mater now is High horse een van de hoogtepunten van het album. Een zeer mooie ballad met steel, orgel en prachtige arrangementen. Latin invloeden zijn te horen in At down hill en Gone as a ghost. Een ander hoogtepunt is het akoestische slotnummer Dishes in the dark.

Conclusie: Early James heeft wat mij betreft met zijn debuutalbum Singing for my supper meteen raak geschoten. Het is een mooi en gevarieerd album.

Tracks:

  1. Blue pill blues
  2. Stockholm syndrome
  3. Way of the dinosaur
  4. Clockwork town
  5. Easter eggs
  6. It doesn’t matter now
  7. High horse
  8. At down hill
  9. Gone as a ghost
  10. Dishes in the dark

Line-up

  • Early James – zang, akoestische en elektrische gitaar
  • Dan Auerbach – drums, elektrische gitaar, mellotron, backing vocals
  • Sam Bacco – drums, marimba, percussie
  • Gene Chrisman – drums
  • Matt Combs – strings
  • David ‘Fergie’ Ferguson - percussie
  • Paul Franklin – dobro, steelgitaar
  • Leisa Hans – backing vocals
  • Ronnie McCoury – mandoline
  • Pat McLaughlin – percussie, backing vocals
  • Russ Pahl – bas, dobro, akoestische en elektrische gitaar, steelgitaar, gut string gitaar
  • Dave Roe – bas
  • Mike Rojas – clavinet, Hammond B3, harpsichord, piano, wurlitzer
  • Billy Sanford – bas, elektrische gitaar, gut string gitaar, sitar
  • Ashley Wilcoxson – backing vocals
  • Bobby Wood – elektrische piano, vibrafoon, wurlitzer
3apr/200

John Blues Boys – What my eyes have seen

De Amerikaanse singer-songwriter John Blues Boyd wordt in 1945 in Greenwood, Mississippi, geboren. Op zijn 7e plukt hij katoen op grote katoenplantages en neemt in 1963 deel aan de Freedom Mars van dominee Martin Luther King. Boyd steunt de beweging voor de burgerrechten en komt op voor de rechten van de zwarte bevolking van de VS, hetgeen hem niet door iedereen in dank wordt afgenomen. Hij is getuige van de moorden op John F. Kennedy (1963), Malcolm X (1965) en Martin Luther King (1968). Hij verhuist op een gegeven moment met zijn geliefde Dona Mae naar Californië en leidt daar een goed leven.

Bij Gulf Coast Records is men onder de indruk van de vocale kwaliteiten van John Blues Boyd en begin maart verscheen op dat label zijn nieuwe album What my eyes have seen. De titel zegt het al een beetje want het album staat vol van zijn herinneringen.

In het openingsnummer, de Chicagoblues In my blood zingt Boyd dat de blues in zijn bloed en in zijn DNA zit. In vijf korte stukjes (My memory) vertelt hij, begeleid door orgel en gitaar, gebeurtenissen uit zijn bewogen leven. What my eyes have seen, het titelnummer met een indringende gitaarsolo, is een funky soulballad over diverse onrechtvaardigheden die Boyd in zijn leven heeft gezien. In de bluesstomper I heard the blues somewhere verhaalt Boyd hoe hij, zittend in zijn stoel, de blues ontdekte. Ryan Walker scheurt op zijn mondharp en het orgel doet de rest. Een fantastische orgelsolo is daarna ook te horen in On the run, waarin Boyd teruggaat naar 1963. Indrukwekkend mooi is de slowblues Her name was Dona Mae, waarin Boyd zijn eeuwige liefde voor zijn overleden vrouw Dona Mae bezingt. Een radiostem zegt aan het begin van Why did you take that shot dat Martin Luther King is doodgeschoten. In deze dramatische slowblues vraagt Boyd zich af waarom James Earl Ray de schoten heeft gelost die een einde maakten aan het leven van de voorvechter van burgerrechten voor de Afro-Amerikanen. Een ontroerend nummer met mooie baslijnen, blazers, een schitterende orgelsolo en een fraaie gitaarsolo. in Oh California!, met een scheurende saxsolo en een orgelsolo, brengt Boyd een ode aan de blues van California Hij is van mening dat men in California de blues net zo goed kan spelen als in het zuiden van de VS. Na de gruizige swingende boogie That singing roofer vertelt Boyd in de lange emotionele slowblues Forty nine years het levensverhaal van hem met zijn geliefde Dona. Hoe hij haar na 49 gelukkige jaren moest begraven en hij vraagt zich vertwijfeld af hoe het nu verder moet met zijn leven. Het album wordt afgesloten met het funky I got to leave my mark. De zang van Boyd doet mij ook hier soms weer denken aan die van Albert King. Een lekkere afsluiter met flonkerend pianospel, een saxofoonsolo en vette gitaarlicks.

Conclusie: John Blues Boyd heeft mijn hart gestolen met dit ontroerend mooie album What my eyes have seen.

Tracks:

  1. In my blood
  2. My memory part. 1
  3. What my eyes have seen
  4. I heard the blues somewhere
  5. On the run
  6. My memory part 2
  7. Her name was Dona Mae
  8. My memory part 3
  9. Why did you take that shot
  10. My memory part 4
  11. Oh California!
  12. That singing roofer
  13. Forty nine years
  14. I got to leave my mark
  15. My memory takes me there

Line-up:

  • John Blues Boyd – zang
  • Quantae Johnson – bas
  • June Core – drums
  • Kid Andersen – gitaar, orgel, percussie
  • Jimmy Pugh – piano, orgel
  • Eric Spaulding en Jack Sanford – saxofoon (track 2)
  • Nancy Wright – saxofoon (track 5,11,12)
  • Rick Feliziano – trombone
  • John Halbleib – trompet
  • Ryan Walker - mondharmonica
1apr/200

Ben Rice & RB Stone – Out of the box

De muziek van de uit Portland, Oregon, afkomstige zanger-gitarist Ben Rice is geworteld in de traditionele blues. Hij combineert soul, deltablues, rockabilly met jazz en funk. Via de platencollectie van zijn ouders maakt hij kennis met de muziek van Al Green, Alice Cooper en The Marshall Tucker Band. Later wordt hij beïnvloed door BB King, Muddy Waters, Mississippi Fred McDowell, Robert Johnson, Skip James en Big Bill Broonzy. Met zijn krachtige (resonator) gitaarspel en zang maakt Rice indruk in het noordwesten van de VS, en wint de laatste jaren meerdere prijzen. In 2014 maakt hij zijn debuut op het internationale toneel. Rice interesseert zich ook voor zelfgemaakte  sigarenkistgitaren (cigar box guitar).

Singer-songwriter R(oland) B(ennett) Stone is geboren in Huntingburg, Indiana en verhuist als hij 1 jaar is met zijn ouders naar Ohio. Tegenwoordig woont RB Stone in Nashville, Tennessee. Zijn ouders waren grote muziekliefhebbers. Zijn vader houdt van blues, boogie en rock ‘n ‘ roll en zijn moeder is van fan van Tennessee Ernie Ford, Janis Joplin, Johnny Cash en Elvis Presley. Van zijn moeder leert Stone op 12-jarige leeftijd de pianoakkoorden van Bill Withers’ hit Lean on me. En zo begint zijn carrière als componist. Hij brengt in de loop van de jaren 18 albums uit.

Omdat zowel Rice als Stone de veelzijdigheid van sigarenkistgitaren willen laten horen en de bouwers ervan promoten, begonnen ze het zgn. ‘Cigar box guitar project’. Dit is ook de ondertitel van hun album Out of the box, dat op 6 maart jl. verscheen. Op dit album, opgenomen in Roseleaf Recording in Portland, Oregon, o.l.v. Jimi Bott (drummer van The Proven Ones en The Fabulous Thunderbirds), staan 11 songs met een hoog ‘cigar box guitar ‘gehalte.

Het album opent stomend met de vette dampende rocker Hot rod mama, gevolgd door de indringende deltablues Easy rollin’ down the road. Het tempo blijft er stevig in met de gierende gitaren en de strak hamerende drummer in Hey politician. In de ‘droge’ rock & roll song met invloeden van de Stray Cats, Hoodoo workin’ overtime, pakt Stone zijn mondharp er bij. Gierende gitaren en een ‘jagende’ ritmesectie zetten de broeierige boogie Swamp east boogie in vuur en vlam. De invloeden van J.J. Cale zijn aanwezig in Jesus needs a gig. Meet your maker dendert daarna met felle gitaren en mondharp als een trein door de speakers. De ruige gitaren bepalen het geluid in de midtempo deltabluesrocker Bad blood on mean whiskey. Crushin’ on the bartender had zo op het repertoire van ZZ Top kunnen staan. Mooi ingetogen is de countryblues Train of time. In het slotnummer, de felle rudimentaire instrumental Lobo jam worden alle gitaristische registers nog een keer open getrokken.    

Conclusie: Out of the box is een opwindend album waar de energie van af spat.

Tracks:

  1. Hot rod mama
  2. Easy rollin’ down the road
  3. Hey politician
  4. Hoodoo workin’ overtime
  5. Swamp east boogie
  6. Jesus needs a gig
  7. Meet your maker
  8. Bad blood on mean whiskey
  9. Crushin’ on the bartender
  10. Train of time
  11. Lobo jam

Line-up:

  • Ben Rice – zang, gitaar,
  • RB Stone – zang, gitaar, mondharmonica,
  • Dave Melyan – drums
  • Joseph Barton – bas
  • Jimi Bott – tamboerijn