Gerritschinkel.nl Columns & meer

21feb/240

Krokusvakantie

In de krokusvakantie is het sportaanbod bij de amateurs minder dan gebruikelijk. Hier en daar een verdwaalde inhaalwedstrijd waarin sv DONK de koppositie heroverde. Door sommigen wordt al voorzichtig gedroomd van een kampioenschap. Maar zoals Joop Zoetemelk al opmerkte, de weg naar Parijs, in dit geval promotie naar de 1e klasse, is nog ver. Damlust verloor eervol van topteam Van Stigt Thans 1, maar blijft dapper in het linker rijtje van de ereklasse dammen meedraaien. Complimenten!  

Ik heb genoten van het WK afstanden bij het schaatsen. Irene Schouten manifesteerde zich weer, ook met een val, als gouddelfster. Alleen op haar favoriete afstand werd ze afgetroefd door Joy Beune. En de 37-jarige Canadese Gouwenaar Ted-Jan Bloemen verraste weer met een zilveren plak op de 10 km. Femke Bol die doodleuk een wereldrecord loopt op de 400 meter indoor. De Bodegraafse Tes Schouten met haar wereldtitel op de 200 meter schoolslag.  

Zaterdagmiddag deed ik verslag van de waterpolotopper GZCDONK – ZV De Zaan. Anders dan in de coronaperiode, toen er geen publiek bij mocht zijn, en er sprake was van een vrij desolate ambiance, was het nu lekker druk in het Groenhovenbad. In een soms chaotische wedstrijd, waarin ik ook af en toe het spoor bijster was en op een gegeven moment niet meer wist wie er nu het doel van GZCDONK verdedigde, ging de Goudse koploper met 13-14 nipt kopje onder. Maar ook hier zullen de woorden van Joop Zoetemelk doorklinken. Er zijn trouwens ergere dingen op de wereld dan een sportwedstrijd verliezen. Er zijn tenslotte veel ergere dingen op de wereld.  

Maandagmorgen was ik in sporthal De Mammoet om als opa bij de Goudse Sport & Spel Spelen de verrichtingen van mijn vijf kleinkinderen gade te slaan. Ik heb meteen de gelegenheid te baat genomen om een blik te werpen op de Hall of Fame, met de naamplaatjes van heel veel Goudse topsporters. Er is nog ruimte en dat komt goed uit want op zaterdagavond 2 maart a.s. wordt deze eregalerij weer aangevuld met negen Nederlandse, Europese en Wereldkampioenen. Gaat dat zien!

20feb/240

Kirk Nelson & Jambalaya West – Savor the moment

De uit Los Angeles afkomstige zanger-pianist Kirk Nelson heeft in zijn muzikale carrière het podium gedeeld en opnames gemaakt met blueslegendes als Buddy Guy, James Cotton, Bo Diddley, The Neville Brothers, Kenny Wayne Shepherd en Robert Cray. In 2018 richtte hij Jambalaya West op waarmee hij regelmatig optrad in diverse locaties in Zuid-Californië zoals The House of Blues. Tijdens de coronaperiode vielen alle optredens geannuleerd. De band realiseerde zich toen dat dit de kans was om nieuw materiaal te schrijven en op te nemen. Dit resulteerde in 2021 in het uitbrengen van het album Lagniappe. Dat album bereikte in 2022 de eerste plaats in de Roots Music Report hitlijsten voor jazzy blues.

Begin januari jl. verscheen er een nieuw album van Kirk Nelson & Jambalaya West. Dit album, Savor the moment, bevat twaalf songs, tien eigen composities en twee covers. Kirk Nelson combineert op Savor the moment zijn Midwest-roots en zijn West Coast-invloeden met een flinke portie New Orleans funky jazz.

Het feest begint meteen al met het openingsnummer Bounce around. Funky jazz met trompet, bariton sax en trombone. Met Only 12 bars in a day komen we in de New Orleans sferen. Heerlijk die trompet van Steve Crum en de honky-tonk pianosolo van Kirk Nelson. De blazers met een vette trombonesolo van Dan Weinstein en de pianosolo swingen naast de strakke ritmesectie in Stay in your lane. De trompetten en de trombone schitteren weer in het soulvol gezongen Back on up the river. Het fijne gitaarwerk mag er ook wezen. Tom Cunningham soleert er heerlijk op los in het funky jazzy Must be a reason. Als het tempo zakt, zoals in het ingetogen gezongen Swing’ so low, is het toch gewoon swingen. Met Tamale man, met een fameuze trompetsolo Cunningham, keren de sferen van New Orleans weer terug. De instrumental Wake up the rooster is pure funk met Hammond, Synths, blazers en de felle gitaarlicks van Joe Koepfli. Turn yourself in is New Orleans jazz met klarinet, trompet, cornet, tuba en zelfs een banjo. De ritmesectie Mitch Montrose en Brian Beal is goed op dreef in Radical. Basin street blues, de klassieker van Spencer Williams uit 1928, en door velen op de plaat gezet, is ook in de uitvoering van Kirk Nelson & Jambalaya West, zeker door de heel mooie bijdrage van Weinstein op cornet en trombone, een feest om naar te luisteren. In I’m beginning to see the light, de jazzstandard van Duke Ellington, Johnny Hodges, Harry James en Don George uit 1944, is het weer swingen wat de klok slaat.

Conclusie: Savor the moment is een bruisend en opwindend album dat de speakers uit swingt.

Tracks cd:

  1. Bounce around
  2. Only 12 bars in a day
  3. Stay in your lane
  4. Back on up the river
  5. Must be a reason
  6. Swingin’ so low
  7. Tamale man
  8. Wake up the rooster
  9. Turn yourself in
  10. Radical
  11. Basin street blues
  12. I’m beginning to see the light

Line-up:

  • Kirk Nelson – zang, piano, Hammond (track 3,5,8,10) banjo (track 7,9,11,12) Synths (track 8), gitaar (track 4,7)
  • Mitch Montrose – drums
  • Don Read – bas (track 1,4,5,7)
  • Mike Guerrero – gitaar (track 1,2,4,5)
  • Tom Bremer – gitaar (track 1,4,7)
  • Brian Beal – bas (track 2,3,6,10)
  • Ed Rhodes – bas (track 11,12)
  • Jon Koepfli – gitaar (track 2,3,8,9,10)
  • Darrel Wright – bas (track 8)
  • Jeff Dellisante – bariton sax (track 1), klarinet (track 9)
  • Dan Weinstein – trombone (track 1,2,3,4,5,6,7,8,10,11,12), trompet (track 3,8,10), cornet (track 9,11,12), tuba (track 9)
  • Tom Cunningham – trompet (track 1,4,5,6,7,9)
  • Steve Crum – trompet (track 2,4)
  • Carol Nelson – backing vocals (track 1,5)
  • Melody McCullum – backing vocals (track 5)
  • Jordan ‘Delano’ Nelson – backing vocals (track 5)
15feb/240

Carnaval

Afgelopen weekend barstte het carnaval los. Aan mij gaat dit feest voorbij, maar voor hele volksstammen staat carnaval voor lol en jolijt. Ook in Pijpenburg zoals Gouda dezer dagen heet. Met Prins Johnny der Marktzotten die de stadssleutel een aantal dagen mag beheren.  

Hoewel afgelopen weekend het aantal sportwedstrijden beperkt was, moesten toch de nodige voetballers zaterdag de wei in. Zoals die van RVC ’33 die liever carnaval hadden gevierd in Reedurp. Met moeite kon men een elftal samenstellen. Maar het inlevingsvermogen van de KNVB is blijkbaar niet groot want de bond had in haar oneindige wijsheid besloten dat ze naar Koudekerk moesten voor een inhaalwedstrijd. Waarom die wedstrijd niet op 17 februari kan worden gespeeld is mij een raadsel, want het komend weekend staat ook in het teken van inhaalwedstrijden. Waarom kan DONK – EMM ’21 wel op die datum worden gespeeld?

Ik moet bij de combinatie carnaval – voetbal denken aan een aantal gebeurtenissen van jaren geleden. Koploper UNIO speelde, met de Raad van Elf van Uivergein langs de lijn, bij DONK en verloor. Jammer, maar na afloop vertrokken de bezoekers snel naar Oudewater, want de kantine was helemaal klaar voor het grote carnavalsfeest. Dat ook in Reeuwijk carnaval hoog in het vaandel staat merkte ik toen ik verslag mocht doen van een wedstrijd van RVC ’33. Ik weet niet meer wie de tegenstander was, maar ik vond het prachtig dat de scheidsrechter van dienst, op verzoek van de thuisclub, de wedstrijd een half uur later liet beginnen. Dan konden de kerkgangers de wedstrijd ook helemaal bijwonen.

Ik was zaterdag in Cabauw om verslag te doen van de wedstrijd Cabauw – Gouda. Ook in Cabauw, een katholieke enclave in de overwegend reformatorische Lopikerwaard, is men dol op carnaval. Nu was de wedstrijd tegen Gouda na 8 minuten met een 3-0 stand eigenlijk al gespeeld, de volle 90 minuten moesten worden volgemaakt. Het carnaval moest nog even wachten, maar na afloop wisten de spelers van Cabauw niet hoe snel ze naar Uivergein of Knopengein moesten afreizen om het feest voort te zetten. Alaaf!

14feb/240

Jennifer Porter – Yes, I do!

De muziekcarrière van de Amerikaanse singer-songwriter Jennifer Porter (24 september 1968, Springfield, Massachusetts), begint in 1989. Ze speelt jarenlang met haar kwartet in jazzclubs.

In 1998 verschijnt haar debuutalbum Hyacinth boy blue. Naast haar muziekcarrière is ze ook actrice. Ze is te zien in Mr. Barrington (2003) en 40 West (2011). Voor beide films schrijft zij de filmmuziek. In 2013 brengt ze haar eerste jazzalbum The way you look tonight uit.  

Begin deze maand verscheen haar 9e album Yes, I do!, een album met zes eigen composities en twee covers.   

Before we call it a day is het swingende openingsnummer, met heerlijke (solerende) blazers en de warme stem van Jennifer Porter die ook voor een mooie pianosolo zorgt. Met de soulvolle ballad, het titelnummer Yes, I do, zakt het tempo. Over you is een prachtige ballad in de beste traditie van Norah Jones. De blazers hebben in dit nummer even rust gekregen en naast de mooie ingetogen zang bewijst Porter hier ook weer uitstekend overweg te kunnen met Hammond B3 en Wurlitzer. Het vrolijke All I needed was you swingt de pan weer uit met de honky-tonk piano, de felle gitaarsolo en de accordeon van C.J. Chenier die voor een lekkere zydecosfeer zorgt. In de jazzy ballad Don’t worry no more is extra drumwerk en percussie te horen. De gitaarsolo van George Naha en de pedalsteel solo van Cindy Cashdollar zijn ronduit zeer fraai. De eerste cover is How long, de bluesstandaard van Leroy Carr en Scrapper Blackwell uit 1928. Piano, Wurlitzer, Hammond B3 en de mooie solo van Steve Jankowski op flugelhorn toveren dit nummer om in een schitterende bluesballad. Lucky dust (Shining through) is opwindende bigband jazz waarin, naast de relaxte zang, trompet, saxofoon, trombone en klarinet hoofdrollen vertolken. Good ol’ wagon, de ragtime blues van Bessie Smith uit 1925, is een wonderschoon slotakkoord, met alleen zang en piano van Porter en een fraaie bijdrage van Randy Andos op tuba. 

Conclusie: Yes, I do! is een voortreffelijk album.

Tracks cd:

  1. Before we call it a day
  2. Yes, I do
  3. Over you
  4. All I needed was you
  5. Don’t worry no more
  6. How long
  7. Lucky dust (Shining through)
  8. Good ol’ wagon

Line-up:

  • Jennifer Porter – zang, backing vocals, piano, Wurlitzer, Hammond B3
  • Dana Packard – drums, percussie
  • Damon Banks – bas
  • George Naha – gitaar
  • Steve Jankowski – trompet, flugelhorn
  • Doug DeHays – tenorsaxofoon, baritonsaxofoon, klarinet
  • Randy Andos – trombone, tuba
  • Vinnie Raniolo – gitaar
  • Jonathan Truman – drums

Special guests:

  • C.J. Chenier – accordeon (track 4)
  • Cindy Cashdollar – pedal steel (track 5)
8feb/240

Clubiconen

“Buiten is het … graden, binnen zit …….”. Sinds 5 januari 1976 opent Hans Hogendoorn zo elke avond het populaire radioprogramma ‘Met het oog op morgen’. Maar binnenkort verdwijnt deze iconische radiostem na 48 jaar op het vertrouwde tijdstip. A.s. zaterdag wordt bekend wie de nieuwe ‘Stem van het Oog’ wordt. Of deze opvolger ook zo iconisch wordt zal in de toekomst blijken.

Over iconische radiostemmen gesproken, afgelopen zondag hebben overleed Jan van Veen. Jan van Veen, de man met de donkerbruine stem die jarenlang liefdesgedichten voorlas in het radioprogramma ‘Candlelight’.

Iconen zijn er in vele soorten en maten, uiteraard ook in de sportwereld. In iedere sport is er wel een man of vrouw op wie het etiket ‘icoon’ kan worden geplakt. Ook al is hij al bijna 8 jaar dood, de naam Johan Cruijff is wereldwijd nog steeds een begrip. Ard en Keessie zijn ook nog niet vergeten. Judokampioen Anton Geesink is nog steeds een legende in Japan.

Ook de Goudse sportwereld heeft zijn iconen. Mario den Edel, de missionaris van het jiujitsu is zo’n icoon die wereldwijd nog bewondering oproept. Net als Anton Geesink wordt zijn naam in Japan nog met veel eerbied uitgesproken.

En dan heb je de echte clubiconen. Sporters die hun leven lang hun cluppie trouw blijven. B.v. de heer Oussoren, de legendarische voorzitter van GRTC Excelsior. De vorig jaar overleden Siem de Jong weerstond de lokroep van andere voetbalclubs en bleef ‘zijn’ ONA trouw. Bij sv DONK spreekt men, bijna zeven jaar na zijn overlijden, nog steeds met vertedering over Jober Thoen. Afgelopen week verloor Jodan Boys met Henny Vermeer een echte clubicoon. Ik ken Henny alleen als zeer trouwe supporter bij thuis- en uitwedstrijden van zijn club. Altijd was hij in voor een praatje. Hij zat dan in de kantine op ‘zijn’ stoel. De man met de sigaar, hoewel hij die sinds 1 oktober 2021 niet meer mocht opsteken op het rookvrije sportcomplex. Zaterdag was er een indrukwekkend eerbetoon aan Henny. Bij zijn uitvaart a.s. donderdag zal het ongetwijfeld ook druk zijn.

8feb/240

Een Siamese tweeling

‘Ofwel hou je van sport, ofwel van poëzie. Ofwel van geen van beide’. Deze openingszinnen kwam ik al surfend op internet toevallig tegen op de website van de KU Leuven. ‘Wat een baarlijke nonsens’ was mijn eerste gedachte. Met zulke onzin moet je bij mij niet aankomen, zeker niet in de Poëzieweek 2024. Ik hou van sport en van poëzie.

Sport en poëzie zijn geen aparte grootheden. Zonder sport geen poëzie, zonder poëzie geen sport. Ze horen bij elkaar als een Siamese tweeling. In 1928 was poëzie op de Zomerspelen in Amsterdam een volwaardig olympisch onderdeel! 

Het afgelopen weekend zag ik weer meerdere voorbeelden van een verbond tussen sport en poëzie. Zaterdag was ik bij de streekderby Gouda – CVC Reeuwijk. Een draak van een wedstrijd die in extremis door de thuisploeg werd gewonnen. Zou het Goudse trainersduo, dat

eerder die dag een jaar had bijgetekend, aan de woorden van dichter J.H. Leopold hebben gedacht? ‘O rijkdom van het onvoltooide’. De fraaie nieuwe namen in het Nederlandse schaatsen. Weliswaar niet zulke illustere namen als van der Karbargenbok, Kiekertak, Klotterbooke en Taas Daamde uit de roman Bint van Bordewijk, maar Jenning de Boo, Rem de Hair, Sylke Kas en Tjilde Bennis kunnen een inspiratiebron zijn voor een dichter. Tallon Griekspoor en Botic van de Zandschulp moeten toch ook fraaie tennisgedichten op kunnen leveren. Hoewel ik geen liefhebber ben van paardensport kan ik me voorstellen dat de dressuur dichters in beweging kan krijgen. En het kan niet anders of de VAR bij het voetbal moet wel een geliefd onderwerp zijn van een puntdichter. Kees Stip had er ongetwijfeld raad mee geweten. De wijze waarop Matthieu van de Poel de Stairway to heaven trappen bij het veldrijden beklimt en de concurrentie zijn hielen laat zien is pure poëzie. Ga zondagmorgen vroeg eens kijken op de Geluidswal als de veldrijders van GRTC Excelsior aan het werk zijn. Ook de ‘springende’ en hoog in de lucht zwevende motorcrossers van MCC Holland zijn ideaal om in een lofdicht te vereeuwigen.

Leve de sport, leve de poëzie!

8feb/240

The Tibbs – Keep it to yourself

The Tibbs is een Noord-Hollandse soulband waarvan de leden komen uit de driehoek Amsterdam – Alkmaar – Hoorn. De band werd opgericht in 2012 en hun repertoire bestond in het begin uit obscure Northern Soul- en Memphis soulnummers en instrumentals. Al snel ontstond de behoefte om eigen werk te gaan spelen. In 2014 verscheen de in eigen beheer uitgebrachte ep Cleaned out. Het eerste volledige studioalbum Takin’ over kwam in 2016 uit. Na het uitkomen van dit album verliet zangeres van het eerste uur Elsa Beekman de band om een solocarrière te beginnen. Haar plaats werd ingenomen door Roxanne Hartog die debuteerde op het in 2020 verschenen Another shot of fire. Afgelopen maand verscheen het nieuwe studioalbum Keep it to yourself. Dit derde studioalbum is opnieuw geproduceerd door Paul Willemsen.

Het album opent met Ain’t it funny, ook de eerste single van het album. Een heerlijke groovy uptempo song met de strakke soulvolle blazers. Can’t teach an old dog new tricks is funky soul met gedreven zang van Roxanne Hartog. De blazers zijn weer zeer fraai in de soulballad For lack of better words. In Give me a reason, de tweede single, is een mooi samenspel tussen zang, blazers en de strakke ritmesectie. Die ritmesectie maakt met de blazers van het titelnummer het funky Keep it to yourself een feest waar de soul van afdruipt. In de sfeervolle instrumental Chicken bones, die begint met gekakel van kippen, belandt de luisteraar vooral door de prominente rol van het orgel, in de sferen van de legendarische Booker T & The MG’s. Het tempo zakt in Guess I’m guilty. Lekkere gitaarlicks, orgel, blazers en bluesy zang. Ook in Rafaele is Roxanne Hartog sterk op dreef. Last train en Pyjama komen als het ware rechtstreeks uit de Stax-catalogus. Pure soul! In Rosie, met de heerlijke orgelwaaiers, gaat het tempo weer omlaag. Het album wordt afgesloten met de soulballad In orbit, met zeer sterke zang die varieert van ingetogen tot uitbundig. Een schitterend slotakkoord.  

Conclusie: Keep it to yourself is een uitstekend album van een soulband waar Nederland trots op mag zijn.

Tracks:

  1. Ain’t it funny
  2. Can’t teach an old dog new tricks
  3. For lack of better words
  4. Give me a reason
  5. Keep it to yourself
  6. Chicken bones
  7. Guess I’m guilty
  8. Rafaela
  9. Last train
  10. Pyjama party
  11. Rosie
  12. In orbit

Line-up

  • Roxanne Hartog – zang
  • Henk Kemkes – gitaar
  • Anton Titsing – Hammond, keys
  • Michael Willemsen – bas
  • Bas de Vries – drums
  • Frank Stolwijk – tenor sax
  • Berd Ruttenberg – bariton sax
  • Siebe Posthuma de Boer – trompet
5feb/240

Jacques Mees – Hall of Fame – live

De Tilburgse singer-songwriter Jacques Mees (1959, Moergestel), wordt al op jonge leeftijd door de muziek gegrepen. Als hij 11 jaar is koopt hij zijn eerste gitaar. Zijn eerste en grootste inspiratiebron was en is nog steeds Bob Dylan. Later ontdekt hij ook de muziek van artiesten als Woody Guthrie, Hank Williams en Dave van Ronk. Jacques Mees wordt door velen beschouwd als de bekendste en beste vertolker van de songs van Bob Dylan. De naam Jacques Mees wordt zelfs vermeld in het in 2011 verschenen ABC Dylan Book van de popjournalist Bert van de Kamp.

In 1996 verschijnt zijn eerste officiële album Drive them all crazy. Mees heeft de afgelopen jaren    meerdere keren een muzikale ode gebracht aan zijn favoriete singer-songwriters Guy Clark, Townes van Zandt, John Prine, Blaze Foley, Billy Marlow, Rory C. McNamara en uiteraard zijn grote inspiratiebron Bob Dylan. Mees toert regelmatig in Nederland en België.

Op 22 december 2023 vierde Jacques Mees zijn 50-jarige artiestenjubileum met een optreden in de Hall of Fame in Tilburg. Dit optreden is sinds 17 januari 2024 te beluisteren op Hall of fame live, een ep met vijf zelf geschreven akoestische songs.

Gang bang ritual is een song met relaxt akoestisch gitaarwerk en ingetogen zang. De idee voor dit liedje kwam van Eddy die een keer met een andere verslaafde bij Mees op bezoek was. “Ik heb een mooie titel voor een song”, zei Eddy en hij viel in slaap. Mees pakte zijn gitaar en schreef het lied in vijf minuten. No more rolling like a stone doet me een beetje denken aan knockin on heavens door en de mondharp brengt je echt in de Bob Dylan sferen. Het nummer gaat over het verlies van Rob Vermijs, een goede vriend en een soort mentor van Jacques Mees. Ook de zang van Mees in Sound of the south doet weer aan Dylan denken. Ook hier komt de verslaafde Eddy uit Tilburg weer langs en Mees waarschuwt: “you better be wise, don’t give Fast Eddy your gun”. These are no wasted years, met sterk en ontspannen gitaarspel, gaat over het verlaten van zijn zoon en zijn moeder ruim 30 jaar geleden. Tribute to rock & roll is een van de vroege songs van Mees over de veranderingen in de muziek. Over de rock & roll heroes waar hij met veel plezier naar luisterde en hun videoclips bekeek. Over Stephen Stills, Jimi Hendrix en al die ‘oude’ blueszangers. En over zijn liefde voor akoestische gitaren.

Conclusie: Eerlijk en sfeervol. Een genot om naar te luisteren.

Tracks:

  1. Gang bang ritual
  2. No more rolling like a stone
  3. Sound of the south
  4. These are no wasted years
  5. Tribute to rock & roll

1feb/240

Chris Wragg and Greg Copeland – The last sundown

De Amerikaanse singer-songwriter Greg Copeland (juli 1954, Portsmouth, Virginia) woont alweer geruime tijd in Duitsland. Vanaf zijn jeugd is hij muzikaal beïnvloed door o.a. James Brown, Wilson Pickett, Robert Johnson en Howlin’ Wolf. Zijn stijl zit ergens tussen blues, soul en funk. Hij heeft samengewerkt met o.m. Gerry Williams (ex-Eruption) en de blues gitaristen Gregor Hilden, Guitar Crusher en Kai Strauss en blueszanger Big Daddy Wilson. Daarnaast heeft hij zijn eigen band en maakt hij met Martin Messing deel uit van het akoestische bluesduo Deep Down South.

De in Sheffield woonachtige Engelse gitarist Chris Wragg is bekend als gitarist van het bluesrocktrio The Mudcat Blues Trio. Met deze band toerde hij uitgebreid door het Verenigd Koninkrijk en Europa. Hij speelde ook samen met o.a. Buddy Guy, T. Model Ford en Aynsley Lister.

Chris Wragg en Greg Copeland ontmoetten elkaar in 2015 tijdens een bluesfestival in België. Tijdens deze ontmoeting bleek hun voorliefde voor de Chicagoblues. Van het een kwam het ander en beide heren besloten te gaan samenwerken en samen een album op te nemen. In 2019 verscheen hun debuutalbum Deep in the blood. Begin dit jaar verscheen de opvolger The last sundown.

Met het stevige openingsnummer Alabama train wordt meteen de toon gezet. Fel gitaarwerk van Chris Wragg, soulvolle intense zang van Greg Copeland en de prima vaste ritmesectie Lee Bradley (bas) en Matt Talbot (drums). Can’t shake these blues is een soulvolle bluesballad. 1964 vertelt de geschiedenis van Mississippi Burning, de racistische moorden op drie burgerrechtenactivisten in juni 1964. De uitstekende ritmesectie legt weer de solide bodem in de met spetterend gitaarwerk opgetuigde funky blues Don’t let the devil ride. Na het indringende en meeslepende titelnummer The last sundown wordt wat gas teruggenomen in de ingetogen gezongen ballad House burned down, met sober drumwerk van Parker Kindred en Chris Wragg op orgel. In de funky blues Losing hand zit een fraaie bassolo van Bradley. Where my stars should be is een prachtige soulvol gezongen slowblues met een huilende mondharp van Bino Ribeiro, flonkerend pianospel van Dale Storr en fraaie basloopjes van John Reed. Na het heerlijke Miss Ruby volgt de lange schitterende soulballad When the cold winds blow. In Just a man levert Jorge Oliveira met zijn droge drumwerk een mooie bijdrage. Het stevige Light will shine wordt op sleeptouw genomen door drummer Matt Talbot. In de soulblues After the sun goes down zit een fijne orgelbijdrage van Joel White en leeft Wragg zich met zijn lyrische gitaarwerk weer uit. Fameus is ook het gitaarwerk in het gospelachtige, enigszins psychedelische slotnummer Gonna be with my maker.     

Conclusie: The last sundown is een uitstekend album.

Tracks:

  1. Alabama train
  2. Can’t shake these blues
  3. 1964
  4. Don’t let the devil ride
  5. The last sundown
  6. House burned down
  7. Losing hand
  8. Where my stars should be
  9. Miss Ruby
  10. When the cold winds blow
  11. Just a man
  12. Light will shine
  13. After the sun goes down
  14. Gonna be with my maker

Line-up:

  • Greg Copeland – zang
  • Chris Wragg – gitaar, keys (track 6),
  • Lee Bradley – bas
  • Matt Talbot – drums
  • Joel White – keys (track 1,2,9,13)
  • Parker Kindred – drums (track 6)
  • John Reed – bas (track 8)
  • Dale Storr – piano (track 8)
  • Bino Ribeiro –mondharmonica (track 8)
  • Jorge Oliveira – drums (track 11)