Blessuretijd
Het ging het afgelopen weekend in de voetbalwereld vooral weer over de blessuretijd. Bij PSV spuwde men vuur over de negen minuten die scheidsrechter Danny Makkelie bijtelde. Trainer Ruud van Nistelrooij wond zich enorm op en spits Luuk de Jong, die zelf geen deuk in een pakje boter trapte, begreep er niets van. Het was voor PSV natuurlijk zuur dat ze opnieuw in de blessuretijd een overwinning uit handen gaven. Maar als PSV achter had gestaan had je natuurlijk niemand van de Eindhovenaren horen klagen over die negen minuten. En dat geldt uiteraard voor alle andere teams in zo’n geval, dus graag minder huilie huilie.
De term blessuretijd dekt niet helemaal de lading, eigenlijk moet je spreken van extra speeltijd. Tijd wordt behalve voor blessures ook bijgetrokken bij tijdrekken, de tijd die de VAR nodig heeft en het aantal wisselspelers dat invalt. Ik kan me voorstellen dat er soms vraagtekens worden gezet bij het aantal minuten dat een scheidsrechter langer laat spelen. Ik maak dat zelf wekelijks mee. Wedstrijden die 90 minuten duren zijn een zeldzaamheid. Menigeen pleit opnieuw voor het invoeren van zuivere speeltijd zoals bij balsporten als waterpolo, basketbal, hockey, korfbal, rugby en zaalvoetbal. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Wie gaat die spelonderbrekingen bijhouden? Als de scheidsrechter dat allemaal moet doen is hij meer met zijn stopwatch bezig dan met de wedstrijd. Misschien iets voor de 4e man? Maar die heb je niet bij de amateurs. De tijd dat er echte blessures zijn en de tijd dat de VAR bezig is met zijn werk zijn gemakkelijk bij te houden. Bij invallers is de stopwatch ook gemakkelijk stil te zetten en bij doelpunten ook. Maar hoe ga je om met tijdrekken. Voor eindredacteuren van sportprogramma’s zal er bij het invoeren van zuivere speeltijd bij het voetbal ook het nodige veranderen. Er zal dan misschien minder tijd zijn voor nabeschouwingen. Dat laatste is dan een voordeel, want dan zijn we ook van het vele gezwets na afloop van een wedstrijd af. Laten we een proef gaan doen, te beginnen bij vriendschappelijke wedstrijden
Sport en poezie
Het is van 26 januari tot 1 februari Poëzieweek, het grootste poëziefeest van de Lage Landen. Ik ben behalve een liefhebber van poëzie ook een liefhebber van sport. Sport en poëzie, wat mij betreft een prima combinatie die vaak hand in hand gaan.
Sport en poëzie, dan denk ik aan dichters als Spartasupporter Jules Deelder (Als de geest van Bok de Korver, zich warm loopt langs de lijn). Cees Buddingh en Nico Scheepmaker die onsterfelijke sportgedichten hebben geschreven waarin de liefde voor DFC en Johan Cruyff wordt beleden. Wielergedichten zijn er ook in overvloed. De Vlaamse dichter Elvis Peeters bij de Tour de France van 2016 (De laatste bergen zijn bedwongen, de posities liggen vast. Ons lied is morgen uitgezongen, tenzij Parijs ons nog verrast).
Zijn er ook Goudse sportgedichten vroeg ik me af. Ik vond er een van de Goudse dichter Eduard Ditmar. Hij schreef een ode aan voetbalclub ONA (Waar zie je nog plaatjes met lachende voetballers? Waar vind je nog een club midden in een woonwijk?). De vorig jaar overleden voetballer-dichter van Old Stars 1886 Ton Houtman uitte zijn liefde voor Olympia (Ouwe tevreden knakkers, we verliezen ons in gedachten, denken meestal dat we beter zijn dan dat de werkelijkheid nu is). De oud Goudse stadsdichter, en tegenwoordig Amsterdammer in hart en nieren Pieter Stroop van Renen, nam onlangs poëtisch afscheid van trainer Alfred Schreuder van Ajax (Met witte zakdoek in de hand, zwaai ik hem uit).
Ik ben zelf geen dichter, hooguit een rijmelaar en dan nog alleen met Sinterklaas. Soms haal ik in gedachten J.H. Leopold aan (o rijkdom van het onvoltooide), als voetballers denken dat een treffer in de blessuretijd de overwinning oplevert.
Het echte dichten laat ik graag over aan echte dichters zoals b.v. onze nieuwe stadsdichter Jeffrey van Geenen. De fraaie prestaties van de waterpolomannen en –vrouwen van GZCDONK moeten toch een bron van inspiratie zijn. Of de crosscompetitie van GRTC Excelsior op de vroege zondagmorgen. En zo kan ik nog wel even doorgaan.
Jeffrey, je bent hierbij uitgenodigd.