Rory Block – Heavy on the blues
Singer-songwriter Rory Block (6 november 1949) draait al vele decennia mee in de muziekbusiness. De in Princeton, New Jersey, geboren en in Manhattan opgegroeide Amerikaanse richt zich op de studie klassieke gitaar, maar als ze op haar 14e kennis maakt met gitarist Stefan Grossman, die haar kennis laat maken met de muziek van de gitaristen van de Mississippi Delta Blues, gaat ze zich in deze muziek verdiepen. Haar grote doorbraak in Nederland is in 1988 met Lovin’ whiskey, een song over de alcoholverslaving van haar ex man. De liefde van Rory Block voor de oude countryblues blijkt uit albums waarop ze een ode brengt aan Robert Johnson, Mississippi John Hurt, Skip James, Mississippi Fred McDowell, Son House, Rev. Gary Davis, Bukka White en Bessie Smith. Vorig jaar bracht ze het album Positively 4th street uit, een eerbetoon aan Bob Dylan.
Deze maand verschijnt er weer een nieuw album van Rory Block. Op dit album, Heavy on the blues, staan tien bluessongs, negen covers en een eigen song. Gastrollen zijn er voor Ronnie Earl, Jimmy Vivino en Joanna Connor.
Het album opent met High heel sneakers, de bekende klassieker van Tommy Tucker (1933 – 1982) uit 1963. Fijn is de slide van Rory. Op de slowblues Walking the back streets van Little Milton (1934 – 2005) uit 1973 is Ronnie Earl te horen met ingetogen gitaarwerk. Jimmy Vivino is gastgitarist in het door Buddy Guy geschreven What kind of woman is this. Fraai is weer de slide. Oorstrelend is de traditional Hold to his hand, acapella gospel met schitterende harmonieen. Joanna Connor is gastvocaliste in het meeslepende The wind cries Mary uit 1967 van Jimi Hendrix (1942 – 1970). Mooi is het akoestische gitaarwerk in Down the dirt road blues, een deltablues van Charley Patton (1891 – 1934). De slide is weer heerlijk in Mississippi blues, een deltablues uit 1942 van Willie Brown (1900 – 1952). Zang en gitaarwerk betoveren Me and my chauffeur, de klassieker uit 1941 van Memphis Minnie (1897 – 1973). Can’t quit that stuff is het enige door Rory Block zelf geschreven nummer op dit album. Een countryblues die helemaal past tussen de covers op dit album. De tweede compositie van Buddy Guy is het uit 2010 stammende Stay around a little longer, een fraaie gospelachtige afsluiter.
Conclusie: Met Heavy on the blues brengt Rory Block een sprankelende ode aan de traditionele blues.
Tracks cd:
- High heel sneakers
- Walking the back streets
- What kind of woman is this
- Hold to his hand
- The wind cries Mary
- Down the dirt road blues
- Mississippi blues
- Me and my chauffeur
- Can’t quit that stuff
- Stay around a little longer
Buddy Guy – Ain’t done with the blues
De Amerikaanse bluesgitarist-zanger Buddy Guy wordt op 30 juli 1936 geboren in Lettsworth, Louisiana. Begin jaren ’50 begint hij met bandjes op te treden. Muzikaal wordt hij geïnspireerd door Muddy Waters om later in de jaren ’60 zelf een inspiratiebron voor Jimi Hendrix, Stevie Ray Vaughan, Eric Clapton en andere bekende bluesgitaristen uit die jaren te worden. In 1957 verhuist hij naar Chicago en in 1958 krijgt hij een platencontract. Vanaf 1965 verschijnt er een groot aantal albums van Buddy Guy samen met mondharmonicaspeler Jr. Wells. Guy’s solodebuut Left my blues in San Francisco verschijnt in 1967. In 2005 wordt Buddy Guy opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame en in 2014 in de Musicians Hall of Fame. Hij wint vele prijzen waaronder acht Grammy Awards.
Op zijn 89e verjaardag (30 juli 2025), is er weer een nieuw album van deze legendarische bluesman verschenen. Het album Ain’t done with the blues is geproduceerd door Tom Hambridge, die (al dan niet samen) met singer-songwriter-producer Gary Nickelson en songwriter Richard Fleming de meeste nummers (12) van dit album schreef. Gastoptredens zijn er van Joe Bonamassa, Peter Frampton, Christone “Kingfish” Ingram, Joe Walsh, en The Blind Boys of Alabama.
De opener Hooker thing is een door John Lee Hooker geschreven rudimentaire boogie met alleen Buddy Guy’s akoestische gitaar en zang. Felle gitaarsolo’s zijn er in de krachtige bluesrocker Been there done that met Chuck Leavell op orgel en Wurlitzer. Heerlijk is de piano van Kevin McKendree daarna in de intense uptempo blues Blues chase the blues away. In het funky Where you at? is gitarist en zanger Christone “Kingfish” Ingram te horen. In de bluesballad Blues on top is pianist Kevin McKendree weer prominent aanwezig. Bongo en handclaps versieren de funky Guitar Slim song I got sumpin’ for you. Joe Walsh luistert met zijn vette slide How blues is that op, maar pianist Kevin McKendree steelt ook hier de show. In het gospelachtige Dry stick mag Joe Bonamassa een aantal lyrische gitaarlicks loslaten. Zanger-gitarist Peter Frampton is te horen in de uptempo bluesrocker It keeps me young. Het sfeervolle Love on a budget wordt gekenmerkt door de krachtige zang van Guy, het verschroeiende gitaarwerk en de tinkelende piano van Chuck Leavell. The Blind Boys of Alabama geven hun vocale visitekaartje af in de groovy gospelblues Jesus love the sinner. Een mooie bijdrage is hier ook van Mike Rojas op orgel en Wurlitzer. In de felle bluesrocker Upside down zijn er de blazers Max Abrams (saxofoon) en Steve Patrick (trompet en flugelhorn). Alleen zang en akoestische gitaar van Guy zijn te horen in de heel korte akoestische countryblues, met Lightnin’ Hopkins in gedachten, Preston Foster’s One from Lightnin’. Na de prachtig gezongen soulballad I don’t forget, met Mike Rojas op orgel en Rob McNelley op slide, steelt Glenn Worf, naast de piano van McKendree, de show in het funky Trick bag, een song van Earl King. De elektrische bas van Tal Wilkinfield trekt de aandacht in Swamp poker, een song over de swamps van Louisiana. Send me some loving is geschreven door John Marascalco en Leo Price (de jongere broer van soulzanger Lloyd Price). Deze klassieker is door velen op de plaat gezet (o.a. Otis Redding, Sam Cooke, Brenda Lee, Little Richard, Dean Martin, Stevie Wonder en John Lennon. De uitvoering van Buddy Guy is ook zeer te pruimen al was het alleen maar om het pianospel van McKendree. Het album eindigt met een opwindende versie van Talk to your daughter, de klassieker van J.B. Lenoir.
Bt formulier
Conclusie: De titel Ain’t done with the blues dekt helemaal de lading. Het is nog lang niet gedaan met de blues van Buddy Guy. Ruim 1 uur genieten.
Tracks cd:
- Hooker thing
- Been there done that
- Blues chase the blues away
- Where you at?
- Blues on top
- I got sumpin’ for you
- How blues is that
- Dry stick
- It keeps me young
- Love on a budget
- Jesus loves the sinner
- Upside down
- One from lightnin’
- I don’t forget
- Trick bag
- Swamp poker
- Send me some loving
- Talk to your daughter
Line up:
- Buddy Guy – zang, gitaren
- Tom Hambridge – drums, percussie, bongo’s, handclaps, backing vocals
- Christone “Kingfish” Ingram – zang, elektrische gitaar (track 4)
- Joe Walsh – zang, slide (track 7)
- Joe Bonamassa – elektrische gitaar (track 8)
- Peter Frampton - zang, elektrische gitaar (track 9)
- The Blind Boys of Alabama – zang (track 11)
- Tal Wilkenfield – elektrische bas (track 1,4,10,16)
- Chuck Leavell – B-3 orgel, (track 2,4), piano (track 10), Wurlitzer (track 2,16)
- Rob McNelley – elektrische gitaar (track 2,3,4,5,6,7,8,9,10,11,12,14,15,17,18), slide (track 14,15)
- Kevin McKendree – piano (track 3,5,7,9,15,17), Wurlitzer, B3 orgel (track 8,12,)
- Glenn Worf – elektrische bas (track 3,5,7,8,11,12,14,15) akoestische bas (track 9) upright bas (track 17,18)
- Emil Justian – handclaps (track 6)
- Tommy MacDonald – handclaps (track 6)
- Michael Hicks – backing vocals (track 8)
- Mike Rojas – B3 orgel, Wurlitzer (track 11, 14)
- Max Abrams – saxofoon (track 12)
- Steve Patrick – trompet, flugelhorn (track 12)
Chambers DesLauriers – Our time to ride
De Amerikaanse blueszangeres Annika Chambers is geboren in Houston, Texas. Zij begon haar zangcarrière in de kerk. Zij diende 7,5 jaar in het Amerikaanse leger en tijdens haar militaire dienst ontdekte ze de blues. Haar debuutalbum Making my mark verscheen in 2014 en leverde haar een Blues Foundation nominatie op voor best new blues artist.
De Canadese bluesrocker en producer Paul DesLauriers is afkomstig uit Cornwall, Ontario. Hij begon op zijn vijfde met muziek maken en op zijn vijftiende professioneel op te treden. Zijn muzikale voorbeelden zijn BB King en Robert Johnson. Zijn solo- en bandwerk leverde hem o.a. in 2016 zes Maple Blues Awards op en een tweede plaats bij de International Blues Challenge. Daarna won hij nog meerdere prijzen.
Annika Chambers en Paul DesLauriers ontmoetten elkaar in 2018 tijdens de IBC in Memphis. In datzelfde jaar trouwden ze ook. Hun debuutalbum Good trouble verscheen in 2022.
Op 22 augustus a.s. komt hun nieuwe album Our time to ride uit, een album met een mix van blues, soul, rock-‘n’-roll, is volgens Annika en Paul een liefdesverhaal op muziek. Het album is opgenomen in Montreal, Los Angeles en Houston o.l.v. producer Eric Corne, oprichter van het label Forty Below Records.
In het openingsnummer, het stevige funky soulvolle Love you just the same, is meteen al de explosieve zang van Chambers te horen naast het vette gitaarwerk van DesLauriers. Strak is het drumwerk in People gonna talk (“maak je niet druk om wat de mensen over je zeggen, negeer die roddels”). Written in the stars rockt melodieus weg, met wederom fraai gitaarwerk en soulvolle intense zang. Het tempo gaat iets terug in Believe in love (een ode aan de liefde, ‘geloof er in’), maar halverwege gaat het tempo weer flink omhoog met een gierende gitaarsolo, orgel en een stoïcijnse ritmesectie. Het ballade achtige Sing, met mooie backing vocals en een geweldige gitaarsolo, is een compositie van Eric Corne. Verschroeiend is de gitaarsolo in het funky soulvolle met blazers en fraaie bastonen versierde Temperature of one-o-nine. In the heart of the night is een uptempo gitaarrocker met swingend pianospel van Jesse O’Brien. In het titelnummer Our time to ride gaan ook alle remmen weer los met slide en een hamerende piano. Het slotnummer, de mooie 7½ minuut lange ballad One in a million, is een fraaie afsluiter met fantastische zang en prachtig gitaarwerk.
Conclusie: Mijn kennismaking met Chambers DesLauriers is mij uitstekend bevallen. Our time to ride is een indrukwekkend topalbum.
Tracks cd:
- Love you just the same
- People gonna talk
- Written in the stars
- Believe in love
- Sing
- Temperature of one-o-nine
- In the heart of the night
- Our time to ride
- One in a million
Line-up:
- Annika Chambers – zang, handclapping, backing vocals
- Paul DesLauriers – gitaren, zang, handclapping, backing vocals
- Gary Davenport – bas
- Sly Coulombe – drums, percussie
- Sasha Smith – piano, Wurlitzer, orgel, clavinet
- Jesse O’Brien – piano (track 7)
- Mark Penders – trompet
- David Ralicke – saxofoon
- Nicoya Polar, Eric Corne – backing vocals
Maria Muldaur – One hour mama; the blues of Victoria Spivey
De Amerikaanse jazz- blues- en countryzangeres Maria Muldaur (12 september 1943, Greenwich Village) groeit op in een muzikale familie van Italiaanse afkomst en wordt al vroeg blootgesteld aan vele muzikale invloeden zoals de folkmuziek in Greenwich Village in de vroege jaren ’60. Later verhuist zij naar Cambridge, Massachusetts, waar ze haar toekomstige echtgenoot en folkzanger Geoff Muldaur ontmoet. In 1972 komt er een eind aan de samenwerking (en het huwelijk) met Geoff Muldaur en begint Maria aan een solocarrière. In 1973 komt haar debuut soloalbum uit en scoort ze een zeer grote hit met Midnight at the oasis.
Onlangs verscheen er weer een nieuw album (haar 44e) van Maria Muldaur, getiteld One hour mama; the blues of Victoria Spivey.
Victoria Spivey was een Amerikaanse blueszangeres- en pianiste. Zij werd geboren op 15 oktober 1906 in Houston, Texas en overleed op 3 oktober 1976 in New York. Op jonge leeftijd speelde zij al piano in de band van haar vader. In 1926 verhuisde zij naar St. Louis maakte daar haar eerste opname (Black snake blues). In 1929 speelde ze Misty Rose in de musicalfilm Halleluja en in de jaren ‘30 en ‘40 was ze succesvol als actrice. In 1959 trok ze zich terug van het toneel en ging een kerkkoor leiden. Tijdens de bluesrevival begin jaren ‘60 maakte Spivey haar muzikale comeback. Ze maakte opnamen met o.a. Sippie Wallace, Luther Johnson, Sugar Blue en Bob Dylan.
One hour mama – the blues of Victoria Spivey is een bloemlezing van 12 songs uit het repertoire van Victoria Spivey. Muldaur wordt op dit album o.a. op drie nummers begeleid door James Dapogny’s Jazz Band uit Chicago en op twee nummers door Tuba Skinny, een streetband uit New Orleans.
Het openingsnummer, het lome My handy man, werd geschreven door Andy Raza (1895 – 1973). Naast James Dapogny’s Chicago Jazz Band horen we hier Chris Burns op piano. Lekker is het duet met Elvin Bishop in het swingende door Lonnie Johnson (1899 – 1970) geschreven What makes you act like that? Heerlijk klinkt de piano van Neil Fontano in het intens gezongen Don’t love no married man. Het pianospel is daarna ook sprankelend, naast de fraaie baslijnen, in het uptempo Dreaming of you. Met trompet, tuba, washboard, trombone, banjo, gitaar en piano creëert Tuba Skinny, de streetband uit New Orleans, een geweldige sfeer in Organ grinder. No, papa, no is een vrolijk nummer met tinkelend pianospel. James Dapogny’s Chicago Jazz Band speelt weer fraai in het ‘slepende’ One hour mama. Schitterend is de zang van Muldaur in het prachtige Funny feathers, waarin de bandleden van Tuba Skinny fraai soleren. In Gotta have what it takes zingt Muldaur een duet met Taj Mahal. Sprankelend pianospel is weer te horen in Any-kind-a-man, een compositie van actrice-singer-songwriter Hattie McDaniel (1893 – 1952), de eerste Afro-Amerikaanse actrice die een Oscar won. Na het weemoedige Down hill pull, wordt het album afgesloten met het langzaam slepende T-B Blues. Naast de sterke zang van Maria Muldaur wordt er in dit slotnummer ook weer geweldig gemusiceerd door James Dapogny’s Chicago Jazz Band.
ant formulier
Conclusie: Met One hour mama brengt Maria Muldaur een zeer fraai eerbetoon aan Victoria Spivey.
Tracks cd:
- My handy man
- What makes you act like that?
- Don’t love no married man
- Dreaming of you
- Organ grinder
- No, papa, no!
- One hour mama
- Funny feathers
- Gotta have what it takes
- Any-kind-a-man
- Down hill pull
- T-B blues
Line-up:
- Maria Muldaur – zang
- Elvis Bishop – zang (track 2)
- Taj Mahal – zang (track 9)
- Kurt Krahnke, Steve Height –bas
- Pete Siers, Beaumont Beaulieu – drums
- Rob Bourassa – gitaar (track 1,5,8)
- David Torkanowski – piano (track 2,3,4,6,9,10,11)
- Chris Burns – piano (track 1)
- Johnny Bones – sax
- Danny Caron – gitaar
- Neil Fontano, David K. Matthews – piano
James Dapogny’s Chicago Jazz Band
- Kim Cusack – klarinet, alt sax (track 1,7,12)
- Rod McDonald – gitaar, banjo (track 1,7,12)
- Jon-Erik Kellso – trompet (track 1,7,12)
- Russ Whitmann – klarinet, tenorsax, bariton sax (track 1,7,12)
- Chris Smith – trombone, tuba (track 1,7,12)
Tuba Skinny
- Shaye Cohn – trompet (track 5,8)
- Craig Flory – klarinet (track 5,8)
- Greg Sherman – gitaar (track 5,8)
- Max Bien-Kahn – gitaar, banjo (track 5,8)
- Robin Rapuzzi – washboard (track 5,8)
- Barnabus Jones – trombone (track 5,8)
- Todd Burdick – tuba (track 5,8)