Gerritschinkel.nl Columns & meer

21okt/250

Doc Bowling and His Blues Professors – Sing the americana songbag

Doc Bowling and His Blues Professors zijn geïnspireerd door de helden van de blues, jazz en country uit de jaren ’20, ’30, ’40 en ’50 van de vorige eeuw. Al meer dan 15 jaar speelt de band van  de gepensioneerde hoogleraar criminologie Ben ‘Doc’ Bowling voor een enthousiast publiek in grote en kleine zalen in het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Duitsland. Hun debuutalbum Down home blues komt in 2012 uit.

Onlangs verscheen hun nieuwe (4e) album Sing The American Songbag vol. 1, een album met 11 iconische songs die belangrijk zijn in de geschiedenis van de Amerikaanse populaire muziek uit het begin van de 20e eeuw. Het boek The American Songbook, een verzameling van Amerikaanse folksongs uit 1927 van de Amerikaanse dichter Carl Sandburg, was een inspiratie voor Bowling voor dit nieuwe album. “Het is een terugkeer naar de roots van de blues”, aldus Bowling. “In totaal hebben we 22 nummers opgenomen. Deel 2 brengt ons naar Chicago en de periode naar de oorlog”.

Het album opent relaxt met Me and the devil blues van Robert Johnson. Door de viool krijgt het nummer een aparte sfeer. Keltische sferen zijn er door de viool in de klassieker Irene, good night van Lead Belly. De traditional Going down the road (feeling bad) is swingend uptempo met banjo, mondharp en heerlijke harmoniezang. Viool, banjo en harmoniezang zijn ook een lust voor het oor in de vrolijke traditional Cotton-eyed Joe. Het door Ada Blenkhorn en Howard Entwistle in 1899 geschreven Keep on the sunny side, dat vooral in 1928 populair is geworden door The Carter Family, krijgt hier een ronduit schitterende vertolking. Fijne gitaarlicks, een fraaie bas en geweldige vioolsolo’s zijn er in de gospel I’ll fly away, een song van Albert E. Brumley uit 1929. Het prijsnummer is voor mij de jazz- en bluesstandard St James Infirmary blues, met een ‘huilende’ viool en een fantastische saxofoon. De traditionele folksong Midnight special, door velen opgenomen, is een prachtige countryblues met een mooi acapella intermezzo. I wish I was a mole in the ground is een traditionele folksong van Bascom Lamar Lunsford uit 1928, De accordeon komt volop in beeld in de vrolijke door Mississippi John Hurt geschreven countryblues My creole belle. Het slotnummer is de door jazzpianist Richard M. Jones in 1924 geschreven bekende bluesstandard Trouble in mind, door heel veel artiesten op de plaat gezet (o.a. Aretha Franklin, Nina Simone, Dinah Washington en Lightnin’ Hopkins). De uitvoering van Dow Bowling c.s. is ook niet te versmaden met piano en jazzy saxsolo’ s.

Conclusie: Sing The American Songbag vol. 1 vanDoc Bowling and His Blues Professors is een ontroerend mooi album met respect voor traditie. Laat deel 2 maar snel komen.

Tracks cd:

  1. Me and the devil blues
  2. Irene, good night
  3. Going down the road (feeling bad)
  4. Cotton-eyed Joe
  5. Keep on the sunny side
  6. I’ll fly away
  7. St James Infirmary blues
  8. Midnight special
  9. I wish I was a mole in the ground
  10. My creole belle
  11. Trouble in mind

Line-up:

  • Doc Bowling – gitaar, zang, mondharmonica
  • Donnie Burke – gitaar, backing vocals
  • Simon Minney – bas, backing vocals
  • Roger Chapman – drums, backing vocals
  • Johannes Bowling – saxofoon
  • Mlle Chat Noir – viool
  • Jens Skwirblies – accordeon
  • Kenny Bruno – keys
  • Eamonn McKeever – banjo
8okt/250

Mickey Junior – Tribute to Aleck ‘Rice’ Miller (Sonny Boy Williamson)

De op 28 juli 1980 in Trenton, New Jersey geboren Amerikaanse blueszanger en mondharmonicaspeler Mikey Junior is al jaren een begrip in de bluesscene van Philadelphia. Hij staat bekend om zijn grote vaardigheid op de mondharmonica en zijn rijke soulvolle stem. Als zoon van een professionele muzikant komt hij op jonge leeftijd volop in aanraking met muziek. Op zijn 18e is hij al min of meer een veteraan in de lokale muziekscene en maakt hij furore met zijn mondharmonicaspel. Zijn grote voorbeeld is de legendarische mondharpist Aleck ‘Rice’ Miller, oftewel Sonny Boy Williamson II (1912 – 1965). Diens album Real folk blues (1966) heeft een grote invloed gehad op de jonge Mikey Junior.

Onlangs verscheen het nieuwe album van Mikey Junior, Tribute to Aleck ‘Rice’ Miller, een album met elf covers van Sonny Boy Williamson II. Het album werd opgenomen op 24 en 25 april 2023 in de Fat Rabbit Studios in Franklin Lakes, New Jersey. De productie was in handen van Dave Gross, een van de gitaristen op het album, en Mikey Junior zelf.  

Het album opent met Eyesight to the blind, een 12-bar blues met mondharp en krachtige soulvolle zang. Don’t start me talking swingt vooral door de geweldige mondharpsolo’s de pan uit. Het tempo zakt in de langzame blues She got next to me, waarin naast de mondharp, de piano en de gitaarlicks de strakke ritmesectie opvalt. De sterk gezongen midtempo blues Little village, met wederom verschroeiende mondharpsolo’s, leunt ook op het droge drumwerk van Michael Bram. Het tempo gaat in Like wolf weer omlaag, maar de geweldige mondharpsolo’s blijven onverminderd aanwezig. Fraai is de contrabas in de fantastische klassieke bluesballad Don’t loose your eye. De intense mondharpsolo’s zijn hier om je vingers bij af te likken. Het is weer swingen geblazen bij het uptempo Keep it to yourself. In de bluesballad Sad to be alone is Junior met zijn stem en mondharp in topvorm en het is opnieuw swingen in Shuckin’ mama, waarin de gitaar meer op de voorgrond treedt. Het overbekende One way out is bij de popliefhebbers vooral bekend in de uitvoering van The Allman Brothers Band. Hun live versie van juni 1971 in The Fillmore East heb ik grijsgedraaid. De geweldige bluesballad Keep your hand out of my pocket is een meer dan voortreffelijke afsluiter van het album met een Mikey Junior in absolute topvorm.

Conclusie: Het is volop genieten van dit geweldige album.

Tracks cd:

  1. Eyesight to the blind
  2. Don’t start me talking
  3. She got next to me
  4. Little village
  5. Like wolf
  6. Don’t loose your eye
  7. Keep it to yourself
  8. Sad to be alone
  9. Shuckin’ mama
  10. One way out
  11. Keep your hand out of my pocket

Line-up:

  • Mikey Junior – zang, mondharmonica
  • Matt Daniels – gitaar
  • Dave Gross – gitaar
  • Grep Gumpel – gitaar
  • Matt Raymond – contrabas
  • Michael Bram – drums
  • Bill Heid – piano
3okt/250

Mud Morganfield – Deep mud

Blueszanger Mud Morganfield (27 september 1954, Chicago, Illinois) is de oudste zoon van de legendarische McKinley Morganfield, beter bekend als Muddy Waters. Mud werd opgevoed door zijn moeder en zeven ooms. Zijn vader heeft hij nooit echt gekend. Hij groeide op omringd door muziek, maar hij werd pas professioneel muzikant na de dood van zijn vader in 1983. Zijn debuutalbum Fall waters fall verscheen in 2008.

Op 26 september jl. verscheen Deep mud, het nieuwe album van Mud Morganfield, een album met voornamelijk eigen nummers en twee covers van zijn vader. Het album werd opgenomen in de JoyRide Studio in Chicago.

Met het openingsnummer Bring me my whiskey wordt meteen de toon gezet. Pure uptempo Chicagoblues met mondharp, gitaar, krachtige zang en een onverstoorbare ritmesectie. Dat geldt daarna ook voor Big fame met een flonkerende pianosolo van Sumito Ariyo Ariyoshi. Strange woman is een song van zijn vader en de zang van Mud, die op dit nummer ook bas speelt, komt heel dicht in de buurt van vader Muddy. De midtempo blues Don’t leave me wordt gedomineerd door de mondharp van Studebaker John. In de opwindende en funky soulblues She’s getting her groove on zijn de uitbundige trompet van Phil Perkins en het orgel van Roosevelt Purifov de ‘blikvangers’. In het door piano en mondharp gedreven Ernestine doet de krachtige zang van Mud weer sterk aan zijn vader denken. Na de slowblues Strike like lighting komt de vrolijke funky blues Cosigner man, met backing vocals van Felicia Collins en Kristen Lowe, en waarbij Phil Perkins de oren met een spetterende trompetsolo verwent. Lover man is uptempo klassieke Chicagoblues, gevolgd door de gospelachtige soulblues In and out of my life, met backing vocals van Collins en Lowe en een pianosolo van Ariyoshi. Vermeldenswaard zijn ook de fraaie bastonen van E.G. McDaniel. The man that you’re with is er weer eentje in de beste traditie van Muddy Waters. Na het funky midtempo Carolina is het tijd voor de 2e song van Muddy Waters, de slowblues Country boy, met een indrukwekkend fraaie contrabas van Rodrigo Mantovani. Het album wordt afgesloten met A dream walking, een bluesballad met fameus orgelspel van Prifov. De backing vocals van Jacole Avent en Demetrias M. Hall zorgen voor het gospelachtige sfeertje.

Conclusie: Deep Mud is pure en klassieke Chicagoblues. Volop genieten. Vader Muddy zal vanaf zijn wolk in de muzikantehemel ongetwijfeld zijn goedkeuring geven.

Tracks cd:

  1. Bring me my whiskey
  2. Big fame woman
  3. Strange woman
  4. Don’t leave me
  5. She’s getting her groove on
  6. Ernestine
  7. Strike like lightning
  8. Cosigner man
  9. Lover man
  10. In and out of my life
  11. The man that you’re with
  12. Carolina
  13. Country boy
  14. A dream walking

Line-up:

  • Mud Morganfield – zang, bas (track 3)
  • Rick Kreher – gitaar (all tracks)
  • Melvin ‘Pooky Styx’ Carlisle – drums (all tracks)
  • Studebaker John – harmonica (track 1,2,3,4,6,7,9,11,12,13)
  • Mike Wheeler – gitaar (track 1,2,4,5,6,7,8,9,10,11,12)
  • E.G. McDaniel – bas (track 1,2,4,5,6,7,8,9,10,11,12,14)
  • Sumito Ariyo Ariyoshi – piano (track 1,2,3,4,7,9,10,11,12)
  • Roosevelt Purifov – piano (track 5,6,8), orgel (track 5,6,8,14)
  • Rodrigo Mantovani – contrabas (track 13)
  • Phil Perkins – trompet (track 5,8)
  • Felicia Collins – backing vocals (track 8,10,14)
  • Kristen Lowe – backing vocals (track 8,10)
  • Jacole Avent – backing vocals (track 14)
  • Demetrias M. Hall – backing vocals (track 14)
27sep/250

Monster Mike Welch – Keep living till I die

De Amerikaanse blueszanger –gitarist en songwriter Monster Mike Welch is geboren op 11 juni 1979 in Boston, Massachusetts. Via de platencollectie van zijn vader wordt Mike ingewijd in de muziek van bluesartiesten als Magic Sam, Earl Hooker en BB King en ook van The Beatles en The Rolling Stones. In bluesclubs leert hij gitaarvaardigheden van o.a. Ronnie Earl en Luther Johnson. Hij treedt op en neemt op met o.a. Johnny Winter, Duke Robillard en Nick Moss. Hij is ook een voormalig lid van Sugar Ray & the Bluetones. In 1996 verschijnt zijn solodebuut. In 2017, 2018 en 2019 wordt hij genomineerd voor een Blues Music Award en in 2019 wint hij de Award for Instrumentalist – gitaar.

Vorige maand kwam Keep living till I die, het nieuwe album van Monster Mike Welch, uit.

Keep living till I die, het openings- en titelnummer is een lekkere shuffle met fantastisch gitaarwerk. In Love me baby zakt het tempo, maar de geweldige vlijmscherpe gitaarsolo’s blijven. Verschroeiend zijn de gitaarsolo’s in de vlotte bluesrocker Your problem to solve. De slowblues Good to me as I am to you, een cover van Aretha Franklin, is een schitterende instrumental waarbij het spetterende gitaarwerk door merg en been gaat. Orgel en piano zijn ook niet te versmaden. Hellhound on my trail is een opwindende cover van Robert Johnson. Het is ook weer genieten van de piano van Brooks Milgate. Formidabel is het gitaarwerk, naast een hamerende piano, in I finally hit the bottom, een song van blueszanger en mondharmonicaspeler Rick Estrin. Het gedreven gezongen Do what you want with my grave wordt weer gekenmerkt door vlijmscherp (wah wah) gitaarwerk en ‘orgelgolven’, en in de rootsy blues She makes time tovert Milgate weer een flonkerende solo uit zijn piano. Een van de (vele) hoogtepunten voor mij is het instrumentale Dear landlord, een song van Bob Dylan, waarin Welch weer de sterren van de gitaarhemel speelt, naast de wervelende keys van Milgate. Fijn zijn de background vocals in I just don’t understand, een song geschreven door Marijohn Wilkin en Kent Westberry, een song die wellicht bekend is van de Amerikaanse uit Zweden afkomstige zangeres-actrice Ann-Margret en ook door The Beatles op de plaat is gezet. Jerry Leiber en Mike Stoller schreven Some other guy. In deze uptempo klassieker is Milgate weer geweldig met zijn toetsen. Vlijmscherp is het gitaarwerk in de bluesballad The whole idea of you. Het album wordt tamelijk rustig afgesloten met Burial season, een nummer van bassist-pianist-songwriter Michael Mudcat Ward. Een bekend nummer voor Welch want het staat ook op het gelijknamige album van Sugar Ray & the Bluetones ui 2003, met gitarist Monster Mike Welch in de gelederen.

Conclusie:  Met Keep living till I die, heeft Monster Mike Welch weer een fantastisch visitekaartje afgegeven. Wat een formidabele gitarist. Een absoluut topalbum.

Tracks cd:

  1. Keep living till I die
  2. Love me baby
  3. Your problem to solve
  4. Good to me as I am to you
  5. Hell hound on my trail
  6. I finally hit the bottom
  7. Do what you want with my grave
  8. She makes time
  9. Dear landlord
  10. I just don’t understand
  11. Some other guy
  12. The whole idea of you
  13. Burial season

Line-up:

  • Monster Mike Welich – zang, elektrische en akoestische gitaar, background vocals (track 10)
  • Brad Hallen – elektrische bas
  • Brooks Milgate – piano, orgel, Wurlitzer, clavinet
  • Fabrice Bessouat – drums, percussie
  • Lisa Leuschner Andersen en John Blues Boyd – background vocals (track 10)
  • Marcel Smith en Dennis Dove – background vocals (track 12)
24sep/250

Leif de Leeuw Band – A mighty fine live album

Leif de Leeuw (17 februari 1995 Amersfoort), raakt al heel jong bezeten van de gitaar. In 2009 en in 2013 wint hij de Sena Young Talent Guitar Award. In 2014 wint hij met de door hem opgerichte Leif de Leeuw Band de Dutch Blues Challenge. In 2015 wordt de Leif de Leeuw Band door de European Blues Awards uitgeroepen tot ‘Best band 2015’ en in 2016 wordt hij door de lezers van ‘Gitarist’ uitgeroepen tot beste blues(rock) gitarist van de Benelux. De lezers van ‘Gitarist’ hebben de Leeuw in 2020 gekozen tot Gitarist van het jaar van de Benelux en ook voor de vijfde keer op rij als eerste in de categorie blues(rock) gitarist. Inmiddels behoren Leif de Leeuw en zijn band tot de top van de Nederlandse bluesscene en maken ze ook in het buiteland furore.  

Vorige maand verscheen het dubbelalbum A might fine live album. Dit livealbum is eind augustus 2024 met een aantal vrienden en fans opgenomen in de Trypoul Recording Studios in Neerkant.

Het album opent met Rosalie, een lange prachtige melodieuze ballad. Het tempo gaat daarna flink omhoog met Playing in a band, een uptempo bluesrocker met felle gitaarpartijen in de geest van Little Feat. De sound van The Allman Brothers Band is volop te horen in de instrumental Gumbo man, met prachtrol voor bassist Boris Oud. Small town is een intens gezongen bluesballad met meerdere tempowisselingen en verschroeiend en snijdend gitaarwerk. Felle gitaarlicks horen we ook in de bluesballad Fool for love met een strakke ritmesectie en jazzy orgel. Na de ballad Home wrecker gaat de band weer los in de zeer lange bluesrocker Where I’m heading, waarin explosieve en meer ingetogen gedeeltes elkaar afwisselen als ware het een grote jamsessie. The gypsy flies is een lange instrumental met fel gitaarwerk en een jazzy orgelsolo. Een intro van orgel en slide opent de ruim elf minuten lange ballad Soulshine, met soulvolle zang, ingetogen intermezzo’s met orgel en eindigend met snijdend gitaarwerk. Indrukwekkend is de explosieve zang van Berget Lewis in de Neil Young klassieker Southern man. Het lyrische gitaarwerk in Lone star doet weer sterk denken aan de Allman Brothers. Nadat de beide drummers zich zes minuten hebben mogen uitleven in Drumsolo wordt het album met Hard to hold in stijl afgesloten met southern rock met wederom een hoog Allman Brothers gehalte.

Conclusie: De Leif de Leeuw Band bewijst met A mighty fine live album tot de absolute top van de Nederlandse bluesscene te horen.

Tracks cd:

  1. Rosalie
  2. Playing in a band
  3. Gumbo man
  4. Small town
  5. Fool for love
  6. Home wrecker
  7. Where I’m heading
  8. The gypsy flies
  9. Soulshine
  10. Southern man
  11. Lone star
  12. Drumsolo
  13. Hard to hold

Line-up:

  • Leif de Leeuw – gitaar, backing vocals
  • Sem Jansen – zang, gitaar
  • Boris Oud – bas, backing vocals
  • Tim Koning – drums
  • Joram Bemelmans - drums
  • Quint Vullings – orgel
  • Stan De Kwaadsteniet – Wurlitzer, clavinet, akoestische gitaar, backing vocals
  • Berget Lewis – zang (track 10)

16sep/250

Texas Headhunters – Texas Headhunters

Johnny Moeller, Jesse Dayon en Ian Moore zijn drie gerenommeerde en fanatieke gitaristen uit Texas. De drie heren hebben een indrukwekkende staat van dienst. Moeller was o.a. lid van The Fabulous Thunderbirds, Dayton speelde op platen van o.a. Willie Nelson, Johnny Cash en Waylon Jennings. Ian Moore was lid van diverse Texaanse bluesbands en stond o.a. in het voorprogramma van The Rolling Stones en Bob Dylan.

Maar nu hebben de veteranen de muzikale handen ineen geslagen en staan ze op hetzelfde podium als The Texas Headhunters. Volgens hun website is de band geboren uit diepe wortels, oude vriendschappen en een gedeelde eerbied voor de zwierige ziel van de Texaanse blues. Later deze maand komt hun album Texas Headhunters uit waarmee ze volgens zeggen een nieuw hoofdstuk in het boek van de Amerikaanse rootsmuziek hebben geschreven.

Het openingsnummer Pocket is een ruige bluesstamper met scheurend gitaarwerk. Vlammende gitaren beheersen ook Maggie went back to Mineola, een rauwe bluesrocker in de beste traditie van ZZ Top over het harde leven van een meisje dat stripper wordt in Dallas. Vette gitaarsolo’s zijn daarna weer te horen in de midtempo blues Everybody loves you (when you’re down). Het ook op single verschenen Kathleen is een gevoelig gezongen bluesballad met mooie lyrisch gitaarwerk. Invloeden van Stevie Ray Vaughan zijn er duidelijk in Foll don’t play with fire. De funky boogie Headhunters theme, met de wervende tekst ‘Headhunters gonna get you’, is weer ‘vergeven’ van scherpe afwisselende gitaarsolo’s. De slide is er in de opwindende boogie Gun barrel boogie. Strak drumwerk is prominent naast het vlijmscherpe gitaarwerk in de heavy rocker Independence day en Seeing around corners is een soulvolle met verschroeiend gitaarwerk versierde bluesballad. Iets ingetogener is Who will your next lover be met mooie soulvolle zang van Ian Moore. Na de luie groovy blues Gimme some love wordt het album funky en fel afgesloten met de instrumental Burnin’ daylight.     

Conclusie: De Texas Headhunters hebben een uitstekend album het licht laten zien. Dit smaakt naar meer.

Tracks cd:

  1. Pocket
  2. Maggie went back to Mineola
  3. Everybody loves you (when you’re down)
  4. Kathleen
  5. Fool don’t play with fire
  6. Headhunters theme
  7. Gun barrel boogie
  8. Independence day
  9. Seeing around corners
  10. Who will your next lover be
  11. Gimme some love
  12. Burnin’ daylight

Line-up:

  • Johnny Moeller – gitaar, zang, bas
  • Jesse Dayton – gitaar, zang, bas, percussie
  • Ian Moore – gitaar, zang
  • Jason Moeller, drums
  • Nico Leophonte - drums
  • Anthony Farrell – synth. bas
10sep/250

Hey Moocher! – Blue heart

De Zwolse bluesband Hey Moocher is in haar huidige bezetting sinds 2023 actief in het bluescircuit van Nederland. Tijdens optredens gaat het er enthousiast en stevig aan toe. Het kwartet brengt eigen nummers en werk uit het repertoire van gerenommeerde bluesmannen en inspiratiebronnen als Little Walter, Elmore James, Paul Lamb, Cab Calloway, Muddy Waters, Chuck Berry en Ike Turner. Hey Moocher stond o.a. op het podium in bluesroute Vlissingen, bluesroute Helmond, de bluesnacht in Schiedam, Winterblues in Zwolle, muziekpodium De Lantaarn in Hellendoorn, Festival Blije Beuk in Heino en het Fellowship Festival in Dedemsvaart. De muziek van Hey Moocher brengt je als het ware terug in de jaren ’50 van de vorige eeuw, de hoogtijdagen van de rock & roll, rokerige bluescafe’s en naar de jazz- en bandleider Cab Calloway (bekend van de jazzstandaard Minnie the Moocher uit 1932 die in 1980 ook weer bekend werd door de film The Blues Brothers).

Op 6 mei jl. presenteerde de band hun ep Blue heart in het Bluesworld Café in Zwolle. De titel verwijst naar hun thuisstad Zwolle. Zwollenaren worden blauwvingers genoemd en de stad is sinds twee jaar een ‘hartstad’, een bijnaam als gevolg van een nieuwe citymarketingcampagne van de hoofdstad van Overijssel. De ep is in januari en februari van dit jaar opgenomen in de Rooftop Studio van Zwolle.

Baby love is de opwindende energieke opener met gedreven drumwerk, een pompende contrabas, een verpletterende mondharp en scherp gitaarwerk. Het nummer werd oorspronkelijk geschreven voor brouwerij Barbier uit Zeeuws Vlaanderen en is ook gebruikt voor de biercommercial van twee nieuwe bieren Twist en Shout van de brouwerij uit Biervliet. De slowblues A woman like that is een bewerking van de oorspronkelijke compositie van gitarist John Whitehill van de Britse bluesband Paul Lamb and the King Snakes. Straf gitaarwerk en een verschroeiende mondharp. Het nummer is vorig jaar al op single uitgebracht. In de fraai gezongen indringende jazzy slowblues Blue heart blues worden de verschillende aspecten van hun geliefde Zwolle bezongen. Met het vierde en laatste mysterieuze en onheilspellende nummer Writing on the wall wil de band een statement maken tegen de gevolgen van het wegkijken bij naderend onheil.

Conclusie: De ep Blue heart is een zeer prettige kennismaking met de energieke en pure muziek van Hey Moocher.

Tracks cd:

  1. Baby love
  2. A woman like that
  3. Blue heart blues
  4. Writing on the wall

Line-up:

  • Rob Bults – gitaar, zang
  • John Beumer – zang, bluesharp
  • Jeroen van Halem – contrabas, zang
  • Joop de Haan – drums
4sep/250

Angelique Francis – Not defeated

De in Ottawa geboren en getogen Canadese zangeres en multi-instrumentaliste Angelique Francis is een van nature getalenteerde en veelzijdige muzikante. Ze stond al op het podium toen ze pas 7 jaar was en speelde op 14-jarige leeftijd al op muziekfestivals in Noord-Amerika. Ze stond in het voorprogramma van o.a. Beth Hart, Buddy Guy, Gary Clark jr., Joe Bonamassa, Eric Gales en Keb’ Mo. De afgelopen jaren heeft Angelique Francis zich gevestigd als een ware ster in de Canadese blues-, soul-, jazz- en folkscene. Zij won de afgelopen jaren de nodige prijzen zoals de Ontario Folk Music Award (2022), de Canadese Folkmuziekprijs (2023) en de JUNO Award voor bluesalbum van het jaar 2023.

Vorige maand verscheen Not defeated, het nieuwe (haar 3e) studioalbum van Angelique Francis. Zij wordt op dit album begeleid door haar zussen Kharincia (saxofoon), Kira (trombone) en Kayla (zang), haar vader Kiran, Dave Williamson (elektrische gitaar) en de trompettisten Ed Lister en Andrew Knox. Gastbijdragen zijn er van de Amerikaanse bluesgitaristen Christone ‘Kingfish’ Ingram en Eric Gales.

Sugarcane jukejoint is het openingsnummer, een zwoele bluesballad met blazers en mondharmonica. Gitarist Christone ‘Kingfish’ Ingram is met zijn verschroeiende gitaarlicks te gast in de rauw gezongen bluesballad Escape. De schitterende blazers maken van de meeslepende gospel Watch me now een waar feest. De blazers dragen daarna ook de soulvolle ballad Not defeted. Intens is de zang in dit titelnummer en de gitaarsolo is verpletterend. Spetterend is daarna het gitaarwerk van gastgitarist Eric Gales in de strakke funky bluesrocker Train coming. Strak drumwerk, een straffe bas, backing vocals, blazers en een felle gitaarsolo zijn te horen in de uptempo bluesrocker Gimmie what you got. Na de korte interlude (55 seconden) None tonight volgt het enigszins spookachtige We’re over, met jazzy blazers. Overweldigend is daarna weer de door blazers en orgel gedreven soulvolle bluesrocker Hit dog. Het heel korte When the heart opent met een mondharpsolo gevolgd door acapella zang van Angelique en zus Kayla. De fraai gezongen prachtige bluesballad Dance for me eindigt met een verschroeiende gitaarsolo. Ook in de melodieuze bluesballad Where you been? bewijst Angelique Francis nogmaals dat zij een fantastische zangeres is. That gun is een moderne countryblues met slide, mondharmonica en harmonieen. Een grommende saxofoon is prominent te horen in het opwindende groovy Break dem chains. Het album sluit af met de funky blues Do that work.

Conclusie: De veelzijdige Angelique Francis wordt terecht beschouwd als een ware ster. Not defeated is een prachtig album.

Tracks cd:

  1. Sugarcane jukejoint
  2. Escape (feat. Christone ‘Kingfish’ Ingram)
  3. Watch me grow
  4. Not defeated
  5. Train coming (feat. Eric Gales)
  6. Gimmie what you got
  7. None tonight (interlude)
  8. We’re over
  9. Hit dog
  10. When the heart
  11. Dance for me
  12. Where you been?
  13. That gun
  14. Break dem chains
  15. Do that work

Line-up:

  • Angelique Francis – zang, bas, gitaar, mondharmonica, keyboards
  • Kharincia Francis – saxofoon
  • Kira Francis – trombone
  • Kayla Francis – zang
  • Kiran Francis – drums
  • Ed Lister – trompet
  • Dave Williamson – elektrische gitaar
  • Andrew Knox – trompet
26aug/250

Rory Block – Heavy on the blues

Singer-songwriter Rory Block (6 november 1949) draait al vele decennia mee in de muziekbusiness. De in Princeton, New Jersey, geboren en in Manhattan opgegroeide Amerikaanse richt zich op de studie klassieke gitaar, maar als ze op haar 14e kennis maakt met gitarist Stefan Grossman, die haar kennis laat maken met de muziek van de gitaristen van de Mississippi Delta Blues, gaat ze zich in deze muziek verdiepen. Haar grote doorbraak in Nederland is in 1988 met Lovin’ whiskey, een song over de alcoholverslaving van haar ex man. De liefde van Rory Block voor de oude countryblues blijkt uit albums waarop ze een ode brengt aan Robert Johnson, Mississippi John Hurt, Skip James, Mississippi Fred McDowell, Son House, Rev. Gary Davis, Bukka White en Bessie Smith. Vorig jaar bracht ze het album Positively 4th street uit, een eerbetoon aan Bob Dylan.

Deze maand verschijnt er weer een nieuw album van Rory Block. Op dit album, Heavy on the blues, staan tien bluessongs, negen covers en een eigen song. Gastrollen zijn er voor Ronnie Earl, Jimmy Vivino en Joanna Connor.

Het album opent met High heel sneakers, de bekende klassieker van Tommy Tucker (1933 – 1982) uit 1963. Fijn is de slide van Rory. Op de slowblues Walking the back streets van Little Milton (1934 – 2005) uit 1973 is Ronnie Earl te horen met ingetogen gitaarwerk. Jimmy Vivino is gastgitarist in het door Buddy Guy geschreven What kind of woman is this. Fraai is weer de slide. Oorstrelend is de traditional Hold to his hand, acapella gospel met schitterende harmonieen. Joanna Connor is gastvocaliste in het meeslepende The wind cries Mary uit 1967 van Jimi Hendrix (1942 – 1970). Mooi is het akoestische gitaarwerk in Down the dirt road blues, een deltablues van Charley Patton (1891 – 1934). De slide is weer heerlijk in Mississippi blues, een deltablues uit 1942 van Willie Brown (1900 – 1952). Zang en gitaarwerk betoveren Me and my chauffeur, de klassieker uit 1941 van Memphis Minnie (1897 – 1973). Can’t quit that stuff is het enige door Rory Block zelf geschreven nummer op dit album. Een countryblues die helemaal past tussen de covers op dit album. De tweede compositie van Buddy Guy is het uit 2010 stammende Stay around a little longer, een fraaie gospelachtige afsluiter.

Conclusie: Met Heavy on the blues brengt Rory Block een sprankelende ode aan de traditionele blues.

Tracks cd:

  1. High heel sneakers
  2. Walking the back streets
  3. What kind of woman is this
  4. Hold to his hand
  5. The wind cries Mary
  6. Down the dirt road blues
  7. Mississippi blues
  8. Me and my chauffeur
  9. Can’t quit that stuff
  10. Stay around a little longer
21aug/250

Buddy Guy – Ain’t done with the blues

De Amerikaanse bluesgitarist-zanger Buddy Guy wordt op 30 juli 1936 geboren in Lettsworth, Louisiana. Begin jaren ’50 begint hij met bandjes op te treden. Muzikaal wordt hij geïnspireerd door Muddy Waters om later in de jaren ’60 zelf een inspiratiebron voor Jimi Hendrix, Stevie Ray Vaughan, Eric Clapton en andere bekende bluesgitaristen uit die jaren te worden. In 1957 verhuist hij naar Chicago en in 1958 krijgt hij een platencontract. Vanaf 1965 verschijnt er een groot aantal albums van Buddy Guy samen met mondharmonicaspeler Jr. Wells. Guy’s solodebuut Left my blues in San Francisco verschijnt in 1967. In 2005 wordt Buddy Guy opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame en in 2014 in de Musicians Hall of Fame. Hij wint vele prijzen waaronder acht Grammy Awards.   

Op zijn 89e verjaardag (30 juli 2025), is er weer een nieuw album van deze legendarische bluesman verschenen. Het album Ain’t done with the blues is geproduceerd door Tom Hambridge, die (al dan niet samen) met singer-songwriter-producer Gary Nickelson en songwriter Richard Fleming de meeste nummers (12) van dit album schreef. Gastoptredens zijn er van Joe Bonamassa, Peter Frampton, Christone “Kingfish” Ingram, Joe Walsh, en The Blind Boys of Alabama.

De opener Hooker thing is een door John Lee Hooker geschreven rudimentaire boogie met alleen Buddy Guy’s akoestische gitaar en zang. Felle gitaarsolo’s zijn er in de krachtige bluesrocker Been there done that met Chuck Leavell op orgel en Wurlitzer. Heerlijk is de piano van Kevin McKendree daarna in de intense uptempo blues Blues chase the blues away. In het funky Where you at? is gitarist en zanger Christone “Kingfish” Ingram te horen. In de bluesballad Blues on top is pianist Kevin McKendree weer prominent aanwezig. Bongo en handclaps versieren de funky Guitar Slim song I got sumpin’ for you. Joe Walsh luistert met zijn vette slide How blues is that op, maar pianist Kevin McKendree steelt ook hier de show. In het gospelachtige Dry stick mag Joe Bonamassa een aantal lyrische gitaarlicks loslaten. Zanger-gitarist Peter Frampton is te horen in de uptempo bluesrocker It keeps me young. Het sfeervolle Love on a budget wordt gekenmerkt door de krachtige zang van Guy, het verschroeiende gitaarwerk en de tinkelende piano van Chuck Leavell. The Blind Boys of Alabama geven hun vocale visitekaartje af in de groovy gospelblues Jesus love the sinner. Een mooie bijdrage is hier ook van Mike Rojas op orgel en Wurlitzer. In de felle bluesrocker Upside down zijn er de blazers Max Abrams (saxofoon) en Steve Patrick (trompet en flugelhorn). Alleen zang en akoestische gitaar van Guy zijn te horen in de heel korte akoestische countryblues, met Lightnin’ Hopkins in gedachten, Preston Foster’s One from Lightnin’. Na de prachtig gezongen soulballad I don’t forget, met Mike Rojas op orgel en Rob McNelley op slide, steelt Glenn Worf, naast de piano van McKendree, de show in het funky Trick bag, een song van Earl King. De elektrische bas van Tal Wilkinfield trekt de aandacht in Swamp poker, een song over de swamps van Louisiana. Send me some loving is geschreven door John Marascalco en Leo Price (de jongere broer van soulzanger Lloyd Price). Deze klassieker is door velen op de plaat gezet (o.a. Otis Redding, Sam Cooke, Brenda Lee, Little Richard, Dean Martin, Stevie Wonder en John Lennon. De uitvoering van Buddy Guy is ook zeer te pruimen al was het alleen maar om het pianospel van McKendree. Het album eindigt met een opwindende versie van Talk to your daughter, de klassieker van J.B. Lenoir.

Bt formulier

Conclusie: De titel Ain’t done with the blues dekt helemaal de lading. Het is nog lang niet gedaan met de blues van Buddy Guy. Ruim 1 uur genieten.

Tracks cd:

  1. Hooker thing
  2. Been there done that
  3. Blues chase the blues away
  4. Where you at?
  5. Blues on top
  6. I got sumpin’ for you
  7. How blues is that
  8. Dry stick
  9. It keeps me young
  10. Love on a budget
  11. Jesus loves the sinner
  12. Upside down
  13. One from lightnin’
  14. I don’t forget
  15. Trick bag
  16. Swamp poker
  17. Send me some loving
  18. Talk to your daughter

Line up:

  • Buddy Guy – zang, gitaren
  • Tom Hambridge – drums, percussie, bongo’s, handclaps, backing vocals
  • Christone “Kingfish” Ingram – zang, elektrische gitaar (track 4)
  • Joe Walsh – zang, slide (track 7)
  • Joe Bonamassa – elektrische gitaar (track 8)
  • Peter Frampton -  zang, elektrische gitaar (track 9)
  • The Blind Boys of Alabama – zang (track 11)
  • Tal Wilkenfield – elektrische bas (track 1,4,10,16)
  • Chuck Leavell – B-3 orgel, (track 2,4), piano (track 10), Wurlitzer (track 2,16)
  • Rob McNelley – elektrische gitaar (track 2,3,4,5,6,7,8,9,10,11,12,14,15,17,18), slide (track 14,15)
  • Kevin McKendree – piano (track 3,5,7,9,15,17), Wurlitzer, B3 orgel (track 8,12,)
  • Glenn Worf – elektrische bas (track 3,5,7,8,11,12,14,15) akoestische bas (track 9) upright bas (track 17,18)
  • Emil Justian – handclaps (track 6)
  • Tommy MacDonald – handclaps (track 6)
  • Michael Hicks – backing vocals (track 8)
  • Mike Rojas – B3 orgel, Wurlitzer (track 11, 14)
  • Max Abrams – saxofoon (track 12)
  • Steve Patrick – trompet, flugelhorn (track 12)