Gerritschinkel.nl Columns & meer

9nov/210

Eric Devries – Song & dance man

Singer-songwriter-gitarist Eric Devries is al meer dan vier decennia actief in de muziekbusiness. Met zijn eerste band Dance Stance staat hij in 1982 in Paradiso twee avonden in het voorprogramma van The Jam. Met zijn band The Big Easy behaalt hij in 1992 de tweede plaats in de Grote Prijs van Nederland. Na het uiteenvallen van The Big Easy in 1997 wordt hij gitarist in Bengels, de band van BJ Baartmans. Devries toert en maakt platen met de americanaband Hidden Agenda Deluxe, o.a. de schitterende kerstplaat Angels in the snow met de Canadese singer-songwriter Suzie Ungerleider (Oh Susanna). In 2017 wordt hij lid van Matthews Southern Comfort (MSC). Met MSC maakt Devries twee albums (Like a radio in 2018, en The new mine in 2020).  

In 2004 verschijnt zijn solodebuut Little of a Romeo, in 2007 gevolgd door Sweet Oblivion en in 2014 het door BJ Baartmans geproduceerde Close to home. Dit jaar tekende Devries een platencontract bij MG-music en begin november verscheen zijn nieuwe soloalbum Song & dance man. Dit bijna geheel akoestische album is geproduceerd door Janus Koolen, de multi-instrumentalist die ook op dit vierde album van Devries zeer nadrukkelijk aanwezig is.

Met one two one two trapt het album af met de nieuwe single Little white lies. Opwindende bluegrass met twangy gitaren, mondharmonica en de stuwende bas van Lucas Beukers. De zang van Devries doet me denken aan Rodney Crowell. In het ontspannen Jericho walls strooit Joost van Es met vioolsolo’s en is de banjo van Janus Kolen zeer fraai. Banjo en accordeon zijn ook weer een lust voor het oor in de prachtig gezongen ballad Ballad of a song & dance man. Ingetogen en gevoelig is de zang in de fraai geïnstrumenteerde ballad Soften the ground. Time is all is alleen al lekker door de tokkelende banjo en de vioolsolo. Americana van grote klasse is het melancholische Matters of love. Mooie gitaren en de harmoniezang van Sophie Janna. Subtiel is de begeleiding in de gevoelige ballad All I know how to do. Het tempo wordt dan weer flink opgeschroefd in Another round. Opwindende bluegrass met banjo, viool en harmonieen. De mandoline is zeer fraai in het melodieuze Don’t let me be. Na het zeer ingetogen Mary swingt de bluegrass met veel viool en mooie harmonieen de pan uit in But for the grace. Eric Devries c.s. bewaren het lekkerste voor het laatst, want Sunday eve in Amsterdam, met akoestische gitaar, klarinet en strijkers, is het absolute hoogtepunt van dit album. 

Conclusie: Song & dance man is een wonderschoon album.

Tracks:

  1. Little white lies
  2. Jericho walls
  3. Ballad of a song & dance man
  4. Soften the ground
  5. Time is all
  6. Matters of love
  7. All I know how to do
  8. Another round
  9. Don’t let me be
  10. Mary
  11. But for the grace
  12. Sunday eve in Amsterdam

Line-up:

  • Eric Devries – zang, akoestische gitaar, mondharmonica, dulcimer
  • Janus Kolen – mandoline, elektrische en akoestische gitaar, banjo, dobro, accordeon, klarinet, backing vocals
  • Lucas Beukers – contrabas
  • Joost van Es – viool
  • Sophie Janna – harmoniezang
1nov/210

Zac Harmon – Long as I got my guitar

De Amerikaanse blueszanger en –gitarist is geboren en getogen in Jackson, Mississippi. Hij woont tegenwoordig in Texas. Zijn moeder was pianiste en zijn vader speelde harmonica en was apotheker die als klanten o.a. Muddy Waters, BB King, Albert King, Ike en Tina Turner en Little Walter had. Tijdens zijn studie op de middelbare school en universiteit speelt Zac gitaar voor o.a. ZZ Hill en Sam Meyers. In de jaren ’80 verhuist hij naar Los Angeles om een carrière in de muziek op te bouwen. Hij werkt als studiomuzikant en als songwriter en producer en hij schijft songs voor o.a. Evelyn ‘Champagne’ King, Freddie Jackson, The Whispers, The O’Jays en Black Uhuru. In 2003 komt zijn solodebuutalbum Live at Babe and Ricky’s Inn uit.

Begin oktober verscheen het nieuwe album van Zac Harmon, Long as I got my guitar. Het album is geproduceerd door Jim Gaines en opgenomen in de Sonic Ranch, de studio van Bob Trenchard in de buurt van El Paso. Harmon heeft het album opgedragen aan zijn moeder Floreada Harmon, die op 6 mei van dit jaar overleed.

In het openingsnummer Deal with the devil is meteen de soulvolle zang van Harmon te horen en zijn

snijdende bluesy gitaarlicks roepen herinneringen op aan Albert King. In de langzame soulblues People been talking zit ook weer heerlijk gitaarwerk, de ritmesectie is strak en Dan Ferguson strooit met orgeltonen. Door de accordeon komen we met de ontspannen soulballad Crying shame in de zydecosferen. Dat Harmon een groots zanger is blijkt daarna weer in de soulballad Soul land, met naast zich de heerlijke backing vocals. En datzelfde geldt daarna ook in Love for you baby. Fameus zijn Harmon’s gitaarlicks achter golvende orgeltonen in de titelsong Long as I got my guitar. Na het felle en funky gitaarwerk in Waiting to be free, schakelt Harmon in New Year’s eve over naar lyrisch gitaarspel en zorgen de backing vocals voor een fijn soulgevoel. In Imagine a prayer gaat het tempo omhoog. Keyboard, passievolle zang en mooie harmonieen. Met Ashes to the wind brengt Zac Harmon een fantastisch slotakkoord. Een hartverscheurend mooie ballad waarin de soul van de jaren ’60 en ’70 herleeft.  

Conclusie: Long as I got my guitar is een album om te koesteren.

Tracks cd:

  1. Deal with the devil
  2. People been talking
  3. Crying shame
  4. Soul land
  5. Love for you baby
  6. Long as I got my guitar
  7. Waiting to be free
  8. New year’s day
  9. Imagine a prayer
  10. Ashes to the wind

Line up:

  • Zac Harmon – lead gitaar, zang
  • The Rays (track 1,2,3,4,5,6,8,9,10)
    • Bob Trenchard – bas
    • Richy Puga – drums
    • Johnny McGhee – gitaar
    • Dan Ferguson – keyboards, accordeon
  • The Zac Harmon Band
    • Corey Lacy – keyboards (track 5,7,8,10), backing vocals
    • Chris Gipson – bas (track 5)
    • Jamil Byron – drums (track 5)
  • SueAnn Carwell – backing vocals
  • Munyungo Jackson – percussie (track 1,4,5,7,8)
26okt/210

Kyle McKearney – Down home

De tegenwoordig in Calgary, Alberta, woonachtige Canadese singer-songwriter Kyle McKearney is geboren en getogen in Fort St. John, een stadje in de westelijke provincie British Columbia. Daar ontstaat ook zijn liefde voor de country- en bluegrassmuziek. Hij speelt met zijn broer in verschillende niet al te succesvolle bandjes en is ook gedurende zes maanden in 2019 te horen en te zien in de rockmusical We will rock you, de bombastische musical gebaseerd op de muziek van Queen. Hij treedt hiermee op in steden als Los Angeles, Las Vegas, Denver en New York City.

Maar Kyle McKearney miste zijn familie en is muzikaal teruggekeerd naar zijn geliefde country-/americana roots. Onder leiding van producer Russel Broom is hij de studio ingedoken en met een aantal voortreffelijke begeleiders zijn eerste soloalbum opgenomen. Dit debuutsoloalbum, met de toepasselijke titel Down home, is op 1 oktober jl. uitgebracht.

Devil water is een lekker in het gehoor liggende melodieuze opener, met een mooi akoestisch begin waarna de sterk spelende band volop mee gaat doen. Fraai zijn daarna de licks van Mitch Jay (banjo, dobro) in het stevige swampy rockende Keepin’ it simple. Each and every day, met pedal steel en backing vocals, is prima uptempo americana in de beste traditie van Tom Petty. In het prachtige akoestische liefdesliedje Annie is vooral de duozang van Kyle met echtgenote Sara een lust voor het oor. Tough or die is een song, afwisselend ingetogen en steviger, met soms uitbundige zang. Mooi zijn weer de (backing) vocals van Sara McKearney in de fraai geïnstrumenteerde ballad Celebrating. Ol’ rock and roll song rockt weer lekker weg. Het mooiste wordt voor het laatst bewaard, want met de schitterende akoestische ballad Sweet summer rain wordt het album voortreffelijk en fluitend afgesloten.  

Conclusie: Mijn eerste kennismaking met Kyle McKearney is me uitstekend bevallen. Down home is een prima debuutalbum.

Tracks cd:

  1. Devil water
  2. Keepin’ it simple
  3. Each and every day
  4. Annie
  5. Tough or die
  6. Celebrating
  7. Ol’ rock and roll song
  8. Sweet summer rain

Line-up

  • Kyle McKearney – zang, gitaar
  • Mitch Jay – pedal steel, mandoline, banjo, dobro, akoestische gitaar
  • Lisa Jacobs – bas
  • Lyle Mulzan – drums
  • Sara McKearney – zang
19okt/210

The Ronnie Wood Band – Mr. Luck – A tribute to Jimmy Reed – Live at the Royal Albert Hall

De Engelse gitarist en beeldend kunstenaar Ronnie Wood (1 juni 1947, Londen) loopt al enige decennia rond in de muziekscene. Hij begint midden jaren ’60 in The Birds en na het uiteenvallen van deze band wordt hij bassist in The Jeff Beck Group. Na even lid te zijn geweest van The Creation wordt Wood in 1969 lid van The Faces. Hij maakt vervolgens een aantal soloalbums en na het vertrek van gitarist Mick Taylor wordt Wood in 1976 officieel de nieuwe gitarist van The Rolling Stones.

Naast zijn albums met The Rolling Stones blijft Ronnie Wood ook soloalbums uitbrengen. In 2019 komt zijn album Mad lad uit. Op dit album brengt hij een ode aan een van zijn muzikale helden Chuck Berry. Maar Chuck Berry is niet de enige muzikale held van de Stones gitarist. Vorige maand verscheen het album Mr. Luck – A tribute to Jimmy Reed, een ode aan deze Amerikaanse blueszanger en –gitarist (1925 – 1976). De opnamen van dit album dateren al weer van 1 november 2013, toen The Ronnie Wood Band optrad in The Royal Albert Hall in Londen. Speciale gasten waren ex- Stones gitarist Mick Taylor, Bobby Womack, Mick Hucknall en Paul Weller.

Na het kort intro gaat The Ronnie Wood Band van start met de vertrouwde Jimmy Reed sound met Good lover, Let’s get together en Ain’t that loving you baby. Fraai gitaarwerk van Wood en meestergitarist Mick Taylor en de gruizige stem van Wood die zijn mondharp bijkans aan flarden speelt. De geweldige gitaarsolo’s in de schitterende slowblues Mr. Luck worden door het publiek zeer gewaardeerd en met applaus beloond. Na het bekende Honest I do, met een strakke ritmesectie, viert de mondharp weer hoogtij in de shuffles High & lonesome en Baby what you want me to do. Roll and rhumba is een opwindende instrumental met naast de gitaren en de mondharp een imponerende drumsolo van Dexter Hercules. Na het sterke You don’t have to go is er een gastoptreden van zanger Paul Weller in het overbekende Shame, shame, shame. Vlammende mondharpsolo’s en lyrisch gitaarwerk achter de wederom strakke ritmesectie bepalen het tempo van I’m that man down there. Mick Hucknall neemt de vocalen voor zijn rekening in Got no where to go en in het bekende Big boss man is de legendarische Bobby Womack aanwezig met gitaar en zang. In het swingende I ain’t got you geeft Ben Waters zijn visitekaartje af met een geweldige pianosolo. De met vuig gitaarwerk opgetuigde uptempo bluesrocker I’m going upside your head wordt gedragen door het strakke drumwerk van Dexter Hercules. Bobby Womack is weer te horen in een stomende versie van Bright lights big city, met Mick Taylor in een absolute hoofdrol met zijn vlammende gitaarsolo’s. Het album wordt afgesloten met een studio-opname. In Ghost of a man brengt Wood een rauw eerbetoon aan Jimmy Reed, the big bos man, de bluespionier die zo’n grote invloed heeft gehad op de carrière van de Stones gitarist.  

Conclusie: The Ronnie Wood Band brengt met Mr. Luck een eerlijk en groots eerbetoon aan Jimmy Reed. Ik ben benieuwd wie Ronnie Wood de volgende keer een saluut gaat brengen.

Tracks cd:

  1. Essence (intro)
  2. Good lover
  3. Mr. Luck
  4. Let’s get together
  5. Ain’t that loving you baby
  6. Honest I do
  7. High & lonesome
  8. Baby what you want me to do
  9. Roll and rhumba
  10. You don’t have to go
  11. Shame, shame, shame
  12. I’m that man down there
  13. Got no where to go
  14. Big boss man
  15. I ain’t go you
  16. I’m going upside your head
  17. Bright lights, big city
  18. Ghost of a man

Line up:

  • Ronnie Wood – zang, gitaar, mondharmonica, drums (track 1)
  • Mick Taylor – gitaar
  • Ian Jennings – bas
  • Dave Green – contra bas
  • Dexter Hercules – drums
  • Ben Waters – keyboards
  • Bobby Womack – zang (track 14,17), gitaar (track 14)
  • Mick Hucknall – zang (track 13)
  • Paul Weller – zang (track 11)
  • Tommy Hare – backing vocals
15okt/210

Chris Jagger – Mixing up the medicine

De Britse acteur, journalist en musicus Chris Jagger (19 december 1947, Dartford) is de jongere broer van Rolling Stones zanger Mick Jagger. Als acteur is hij te zien en theaters, musicals, films en televisieseries. Hij schreef journalistieke artikelen in The Daily Telegraph, The Guardian, The Mail on Sunday en Rolling Stone. Voor de BBC schreef en presenteerde hij een programma over de Britse bluespionier Alexis Korner. In 1973 verscheen zijn debuutalbum met de hilarische titel You know the name but not the face.

Op 10 september verscheen zijn autobiografie Talking to myself en diezelfde dag kwam ook het nieuwe album van Chris Jagger, het door John Porter geproduceerde Mixing up the medicine uit. Jagger wordt op dit tien nieuwe songs tellende album bijgestaan door een keur aan musici waaronder pianist Charlie Hart, contrabassist Ollie Blanchflower, drummer Dylan Howe, de o.a. van Bill Wyman’ s Rhythm Kings bekende saxofonisten Frank Mead en Nick Payn en de gitaristen Neil Hubbard en John Etheridge.

In het swingende met ska-invloeden gelardeerde openingsnummer Anyone seen my heart is oudere broer Mick te horen in een ontspannen duet, met heerlijke bijdragen van de saxofonisten Payn en Mead. Het strakke drumwerk van Dylan Howe is volop aanwezig in de New Orleans achtige funky soul in Merry go round. Love’s around the corner is stevige soulblues met gitaarlicks, mondharpsolo’s en blazers. Chris Jagger is als crooner te horen in het ballroomjazz achtige Talking to myself, met mooi pianospel en een vette saxsolo. De sprankelende pianosolo en de zang in Happy as a lamb doen mij enigszins denken aan Mose Allison. A love like this is een relaxed jazznummer met sterke gitaarsolo’s van John Etheridge. In Love’s horn gaat Jagger de countrykant op en het opwindende Wee wee tailor wordt gedomineerd door de viool van Elliet Mckrell. Hey brother is een mooie pianoballad met viool die door Jagger fluitend wordt afgesloten. Het slotnummer Too many cockerels begint en eindigt met gekakel van kippen. Een heerlijke blues met mondharp in zydecosferen.   

Conclusie: Mixing up the medicine is een lekker ontspannen, vrolijk en gevarieerd album.

Tracks cd:

  1. Anyone seen my heart
  2. Merry go round
  3. Love’s around the corner
  4. Talking to myself
  5. Happy as a lamb
  6. A love like this
  7. Love’s horn
  8. Wee wee tailor
  9. Hey brother
  10. Too many cockerels
6okt/210

Malford Milligan & the Southern Aces – I was a witness

De Amerikaanse zanger Malford Milligan (29 maart 1959, Taylor, Texas) is in het Nederlandse clubcircuit geen onbekende. In 2017 raakt hij betrokken bij The Southern Aces en reist met dit gezelschap langs de Nederlandse theaters als onderdeel van de door Johan Derksen georganiseerde voorstelling ‘The Sound of the Blues and Americana’. Als de COVID-19 pandemie uitbreekt wordt deze tournee afgebroken. Een van de gevolgen is dat Milligan niet terug kan naar Texas en noodgedwongen in Nederland moet blijven. Een moeilijke tijd ook voor Milligan, die zijn vrouw, zijn familie en zijn vaderland mist.

Maar gelukkig zijn daar dan je vrienden en Milligan zette zich samen met Jack Hustinx, die zich in Eindhoven over Malford ontfermde, Eric van Dijsseldonk en Roel Spanjers, aan het schrijven van songs voor een nieuw album. Dit door Jack Hustinx geproduceerde album I was a witness verscheen op 24 september jl. In de songs geeft Milligan een inkijk in zijn ‘inner soul’, over zijn jeugd in de jaren ’60 en ’70 in Texas en ook over de recente gebeurtenissen in zijn vaderland (Black Lives Matter, de dood van George Floyd) die Milligan zeer hebben aangegrepen.

Het openings- en titelnummer I was a witness, een song over onderdrukking en racisme, is meteen raak. Intense soulvolle zang, orgel, slide en de stuwende ritmesectie Fokke de Jong en Roelof Klijn. This old world is een song van Stephen Bruton (1948 - 2009). In tegenstelling tot de stevige rockversie van Bruton schotelen Milligan en zijn band de luisteraar hier een schitterende soulballad voor met naast de ingetogen zang een hoofdrol voor de accordeon van Roel Spanjers. De band musiceert rustig in de soulballad Take a knee, maar het tempo gaat met een strakke ritmesectie en een hamerende piano omhoog in de rocker Tell the truth & shame the devil. It hurts me too is weer een prachtig gezongen soulballad met Spanjers op Wurlitzer en die daarna met zijn piano glorieert in de ballad I’m so tired. Until the rain, geschreven door singer-songwriter JW Roy en de Amerikaanse producer/songwriter Connor James Thuotte, is een gospelachtige soulballad met mooie harmonieen en ingetogen drumwerk. Deze track staat alleen op de cd. Huiveringwekkend mooi is de zang in de ballad If I died today, voor mij een van de absolute hoogtepunten van het album. Het op single uitgebrachte Freedom ain’t free is alleen al mooi door de meerstemmige zang. I’m worried is een langzame gospel, met accordeon, de 2e stem van Jack Hustinx en een fraaie gitaarsolo van Eric van Dijsseldonk. In de aangrijpende ballad Ain’t no news like bad news verhaalt Milligan over de vaak respectloze manier waarop zwarte mensen worden behandeld en hoe daarover wordt bericht in sommige media. In het slotnummer wordt Milligan alleen begeleid door Spanjers op Wurlitzer. Een indrukwekkend slotakkoord.

Conclusie: I was a witness is een verpletterend mooi album van een geweldige zanger en een fantastische band. Gelukkig zijn Malford Milligan & the Southern Aces ook weer volop live te horen en te zien in de Nederlandse theaters.

Tracks cd:

  1. I was a witness
  2. This old world
  3. Take a knee
  4. Tell the truth & shame the devil
  5. It hurts too bad
  6. I’m so tired
  7. Until the rain
  8. If I died today
  9. Freedom ain’t free
  10. I’m worried
  11. Ain’t no news like bad news
  12. Wake up

Line-up

  • Malford Milligan – zang
  • Jack Hustinx – akoestische gitaar, harmonie vocals, backing vocals
  • Roel Spanjers – Hammond B-3, piano, accordeon, Wurlitzer, backing vocals
  • Eric van Dijsseldonk – elektrische gitaren, elektrische slide, backing vocals
  • Fokke de Jong – drums, percussie
  • Roelof Klijn – bas
5okt/210

Sturgill Simpson – The ballad of Dood & Juanita

De Amerikaanse countryzanger, songwriter en acteur John Sturgill Simpson is op 8 juni 1978 geboren in Jackson, Kentucky. Na zijn studie aan de Woodford  County High School dient hij drie jaar bij de Amerikaanse marine. Na zijn vertrek uit de marine brengt hij enige tijd door in Japan. In 2004 formeert Simpson de countryrockband Sunday Valley. Met deze band maakt hij één album. Als Sunday Valley in 2012 wordt ontbonden verhuist Simpson naar Nashville, Tennessee en gaat hij als soloartiest verder. Zijn zelf gefinancierde en in eigen beheer uitgebrachte solodebuutalbum High top mountain verschijnt in 2013. Dit album wordt gunstig ontvangen en de stijl van Simpson wordt vergeleken met Waylon Jennings en Merle Haggard. Vorig jaar bracht Simpson twee albums uit, Cuttin’ gras, vol. 1 en vol. 2, albums met bluegrassinterpretaties van liedjes uit zijn catalogus.

Vorige maand verscheen zijn 7e studioalbum, The ballad of Dood and Juanita. Simpson bestempelt dit album als een conceptalbum. Deze miniwestern speelt zich af tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861 – 1865). Het vertelt de geschiedenis van de geharde militaire dierenarts Dood en zijn geliefde Juanita.

Het album opent met Prologue, een minuut met geweerschoten en marsmuziek met marcherende soldaten. Ol’ Dood (pt 1) is het verhaal van scherpschutter Dood, zoon van een bergmijnwerker en een Shawnee meid. One in the saddle, one on the ground is een prachtige in viool gedrenkte ballad. Het tempo wordt stevig opgevoerd in Shamrock, fraai meerstemmig gezongen bluegrass, met banjo, mandoline, jaw harp, viool en gitaar, waarin Dood met zijn robuuste paard Shamrock op zoek is naar zijn ontvoerde geliefde Juanita. Played out is een ballad met tokkelende banjo en ‘slepende’ viool. In het ruim een minuut durende Sam wordt a capella meerstemmig  gezongen over Dood’s geliefde hond Sam, die veel te vroeg is doodgegaan. In de mooie countryballad Juanita is er een zeer fraaie gastrol van good old Willie Nelson op zijn Trigger gitaar. Go in peace is weer opwindende bluegrass met banjo en viool en meerstemmige zang. In Epilogue zijn 38 seconden zingende, fluitende en marcherende soldaten uit de Amerikaanse Burgeroorlog te horen. Het slotnummer Ol’ Dood (pt 2) is weer het verhaal van Dood en zijn geliefde Juanita. Het nummer bevat ook gospelinvloeden en eindigt met dierengeluiden en geknetter van kampvuur.

Conclusie: The ballad of Dood & Juanita is een album van een geweldige verhalenverteller gedrenkt in prachtige traditionele muziek. Jammer dat het na een klein half uur al is afgelopen.

Tracks cd:

  1. Prologue
  2. Ol’ Dood (pt 1)
  3. One in the saddle, one on the ground
  4. Shamrock
  5. Played out
  6. Sam
  7. Juanita (feat. Willie Nelson)
  8. Go in peace
  9. Epilogue
  10. Ol’ Dood (pt. 2)

Line-up

  • Sturgill Simpson – zang, rhythm gitaar
  • Stuart Duncan – viool, backing vocals
  • Sam Bacco – percussie
  • Mike Bub – bas, backing vocals
  • Mark Howard – gitaar, mandoline, backing vocals
  • Sierra Hull – mandoline
  • Jelly Roll Johnson – harmonica
  • Miles Miller – percussie, backing vocals
  • Willie Nelson – zang, gitaar
  • Tim O’Brien – banjo, gitaar, backing vocals
  • Russ Pahl – gitaar, jaw harp
  • Scott Vestal – banjo, backing vocals
1okt/210

Johnny Tucker (feat. Kid Ramos and the Allstars – 75 and alive

De Amerikaanse blueszanger Johnny Tucker (17 oktober 1945) komt uit een heel groot gezin van 19 kinderen. Zijn interesse in de muziek ontstaat als hij naar zijn vader luistert wanneer die op de veranda van hun huis op zijn gitaar speelt. Johnny begint met drummen en wordt o.a. beïnvloed door Lowell Fulson en James Brown. In 1964 maakt hij in Los Angeles kennis met Phillip Walker in wiens band hij later drummer wordt. Tucker speelt tijdens zijn vele tournees in de VS, Canada, Japan en Europa met o.a. Floyd Dixon, Robert Cray, Johnny Otis, The Five Royals, Screamin’ Jay Hawkins, Lowell Fulson en Johnny Copeland. In 2006 komt zijn eerste album Why you lookin’ at me? uit.

Onlangs verscheen er weer een nieuw album van Johnny Tucker. Dit album, 75 and alive, werd opgenomen op 17 oktober 2020, de 75e verjaardag van de zanger uit Fresno, California. Tucker wordt begeleid door de gerenommeerde gitarist Kid Ramos en een fantastische all-star band. Johnny Tucker heeft dit album opgedragen aan zijn vrouw Georgia May, die tijdens de opnamen in de studio aanwezig was, maar die vlak na de release van het album overleed.

All night long, all night wrong is de swingende R&B opener met gitaarwerk in de stijl van T-Bone Walker, blazers en een lekkere pianosolo. Intens is de zang van Tucker in de schitterende slowblues There’s a time for love. Met de beukende piano van Carl Sonny Leyland en mondharp van Bob Corritore belanden we met If you ever love me in de sferen van New Orleans. De huilende mondharp  en de doorleefde stem van Tucker maken van de shuffle Can’t you see een feest. De voetjes gaan daarna in het opwindende What’s the matter van de vloer. Fel is het gitaarwerk van Ramos in de intense blues Treat me good. Met de instrumentale shuffle Snowplow wordt een spetterende ode aan Albert Collins (1932-1993) gebracht met gitaar, piano en een saxsolo. What’s on my mind is een boogie met Barrelhouse piano, huilende mondharp en een strakke ritmesectie. Hookline is weer een instrumental waarin met slide, pianosolo’s en mondharp een fraaie ode wordt gebracht aan Earl Hooker (1930-1970). Gedreven en soulvol is de zang in de vette Texas blues Dance like I should. De bluesshuffle Have a good time tonight – play you soul Johnny is een uitbundig eerbetoon van Tucker en Ramos aan Buddy Guy. Het album wordt daverend afgesloten met Gotta do it one time. Memphis soul in optima forma waar Tucker en alle bandleden er nog eens in volle glorie tegenaan gaan.   

Conclusie: Johnny Tucker heeft zichzelf en zijn fans een heel mooi verjaardagscadeau gegeven. De titel van het album dekt helemaal de lading.

Tracks cd:

  1. All night long, all night wrong
  2. There’s a time for love
  3. If you ever love me
  4. Can’t you see
  5. What’s the matter
  6. Treat me good
  7. Snowplow
  8. What’s on my mind
  9. Hookline
  10. Dance like I should
  11. Have a good time tonight – play your soul Johnny
  12. Gotta do it one time

Line-up

  • Johnny Tucker – zang
  • Kid Ramos – gitaar
  • Carl Sonny Leyland – piano
  • John Bazz – contrabas, elektrische bas
  • Jason Lozano – drums
  • Bob Corritore – mondharmonica
  • Ron Dzjubla – saxofoons, blazers arrangementen
23sep/210

Pokey LaFarge / In the blossom of their shade

Pokey LaFarge wordt op 26 juni 1983 in Bloomington, Illinois, geboren als Andrew Heissler. De bijnaam ‘Pokey’ krijgt hij van zijn moeder die hem altijd uitscheldt om zich te haasten. LaFarge raakt in zijn jeugd geïnteresseerd in geschiedenis (Amerikaanse Burgeroorlog, 2e Wereldoorlog) en Amerikaanse literatuur (John Steinbeck, Ernest Hemingway, Jack Kerouac). Ook raakt hij al vroeg in de ban van oude blues (Skip James, Robert Wilkins, Sleepy John Estes) en de bluegrass van Bill Monroe. Na zijn afstuderen in 2001 lift hij naar de westkust van de VS en verdient de kost als straatmuzikant. Hij speelt en toert met verschillende bands (o.a. The Hackensaw Boys en The South City Three). In 2006 brengt hij zijn 1e album (Marmalade) uit.    

Vorig jaar kwam zijn album Rock bottom rhapsody uit, maar vanwege de COVID-19 pandemie kon LaFarge niet toeren om dit album te promoten. Maar Pokey heeft in die tijd niet stilgezeten en een nieuw album opgenomen. Dit album In the Blossom of their shade, is deze maand uitgekomen.

Op Blossom of their shade is een grote verscheidenheid aan muziekstijlen te horen. Het openingsnummer Get it ‘fore it’s gone, met zijn verschillende ritmes, is reggae en in Mi ideal klinken Afrikaanse ritmes door. Fine to me is een opwindend nummer met een sprankelende piano en fijne backing vocals. In de slepende ballad Drink of you zakt het tempo om met twangy gitaarwerk daarna in het aanstekelijke Rotterdam weer omhoog te gaan. Een mooie ode aan Nederland in het algemeen  en aan Rotterdam in het bijzonder, zoals in het refrein is te horen: ‘Is this real life or just the way I am. I long for The Netherlands and I want to go back, back to Rotterdam’. In het opwindende To love or be alone trekt naast het fraaie gitaarwerk de tinkelende pianosolo alle aandacht naar zich toe. Long for the heaven I seek is een countryballad en de gospel is volop aanwezig in Killing time en Yo-yo is met een Latinsaus overgoten. In de prachtig gezongen doowop achtige ballad Goodnight, goodbye (Hope nog forever) druipt de melancholie af en LaFarge leidt de luisteraar letterlijk fluitend naar het einde van het album.

Conclusie: Pokey LaFarge is van vele muzikale markten thuis. Het bewijs wordt weer geleverd met het zeer gevarieerde, luchtige en zonnige album In the blossom of their shade. Een genot om naar te luisteren.

Tracks cd:

  1. Get it ‘fore it’s gone
  2. Mi ideal
  3. Fine to me
  4. Drink of you
  5. Rotterdam
  6. To love or be alone
  7. Long for the heaven I seek
  8. Killing time
  9. Yo-yo
  10. Goodnight, goodbye (Hope not forever)
18sep/210

Rodney Crowell – Triage

Rodney Crowell (7 augustus 1950, Houston, Texas) is een veteraan in de muziekscene. Hij is afkomstig uit een familie met een lange muzikale traditie. Als hij 11 jaar is wordt hij drummer in de band van zijn vader. Op de high school formeert hij zijn eigen band The Arbitratiors. In 1972 verhuist Crowell naar Nashville, Tennessee. Als songwriter wordt Crowell beïnvloed door Guy Clark en Townes van Zandt. Medio jaren ’70 maakt Crowell een aantal jaren deel uit van Emmylou Harris Hot Band. In 1978 komt zijn debuutalbum Ain’t living long like this uit. Crowell ontvangt tijdens zijn carrière meerdere onderscheidingen waaronder twee Grammy Awards (in 1990 voor Best Country Song voor After all this, en in 2014 voor Best Americana Album voor zijn album Old yellow moon, een album met Emmylou Harris).

In juli jl. verscheen Crowell ’s nieuwe album Triage. De opnamen voor dit (18e) album kwamen tot stand in de aanloop naar en in moeilijke omstandigheden tijdens de COVID-19 periode. De sombere thematiek is op dit album alom aanwezig.

Het openingsnummer Don’t leave me now begint ingetogen met zang en akoestische gitaar. Daarna komt het orgel erbij en na ruim een minuut gaat de song over in een rechttoe rechtaan rootsrocker. Het titelnummer Triage is een midtempo bluesy song met fraai baritongitaarwerk en een flonkerende pianosolo. In het dromerige met synthesizerklanken versierde half fluisterend gesproken gezongen Transient global amnesia blues komen de Titanic, de rivier Styx en uiteenlopende figuren als Jezus en Bob Dylan voorbij. One little bird is een prachtig gezongen uptempo folky countryballad met mondharp. Een van de prijsnummers is het bluesy Something has to change. Een strakke ritmesectie, Wurlitzer en een slepende trombonesolo van Raymond Mason. Dat Crowell een stel uitstekende musici om zich heen heeft verzameld blijkt uit de ballad Here goes nothing. In I’m all about love is het drumwerk prominent aanwezig naast de gitaarlicks en de mooie harmonieen. Ook in Girl on the street wordt weer uitstekend geïnstrumenteerd. Samen met John Leventhal schreef Crowell Hymn #43, een akoestische spirituele song met Rosanna Cash in de backing vocals. Het album eindigt met This body isn’t all there is to who I am, melodieuze midtempo americana in de beste traditie van Tom Petty. Een huilende mondharp maakt het nummer af.

Conclusie: Triage is weer een uitstekend album van een singer-songwriter die mij nooit teleurstelt.

Tracks cd:

  1. Don’t leave me now
  2. Triage
  3. Transient global amnesia blues
  4. One little bird
  5. Something has to change
  6. Here goes nothing
  7. I’m all about love
  8. Girl on the street
  9. Hymn #43
  10. This body isn’t all there is to who I am

Line-up

  • Rodney Crowell – zang, akoestische en bariton gitaar
  • Jon Estes – piano
  • Audley Freed, Joe Robinson, Steuart Smith  – akoestische en elektrische gitaar
  • Jen Gunderman – accordeon, piano, Wurlitzer, synthesizer
  • John Jarvis – orgel, piano
  • Larry Klein, Craig Young, Michael Rhodes, Lex Price – bas
  • Dan Knobler – akoestische en elektrische gitaar, synthesizer
  • Rosanne Cash, Tania Hancheroff, Jakob Leventhal, Wendy Moten – backing vocals
  • Ruth Moody, Wendy Moten, John Paul White – harmony vocals
  • John Leventhal – bas, akoestische gitaar, mandoline, orgel, percussie, backing vocals
  • David Henry – cello
  • Raymond Mason – trombone
  • Eamon McLoughlin – bouzouki, mandoline, viool
  • Rory Hoffman – harmonica
  • Catherine Marx – piano, synthesizer
  • Greg Morrow – drums, percussie
  • Jerry Roe - drums
  • Jon Radford – congas
  • Ben Tanner – synthesizer, Wurlitzer
  • Kai Welch – orgel, synthesizer