Gerritschinkel.nl Columns & meer

4mrt/220

Ruzz Guitar’s Blues Revue – LIVE! Against the grain

The Britse band Ruzz Guitar’s Blues Revue is in 2014 in Bristol opgericht. Hun muziek is een soort mix van de bigband van de stijl van The Brian Setzer Orchestra en de Texas blues van Jimmie Vaughan Ook zijn er duidelijke invloeden van B.B. King en Ray Charles. Ruzz Guitar’s Blues Revue deelde het podium met o.a. Dr. Feelgood, Innes Sibun, Kirk Fletcher, The Blockheads, Kid Ramos en Junior Watson.

Op 19 juni 2021 gaf Ruzz Guitar’s Blues Revue, voor het eerst na 1½ jaar noodgedwongen stilzitten vanwege COVID-19 weer een concert. In The Cheese & Grain in Frome, (graafschap Somerset). Opnamen van dit concert en een aantal nummers van de videoserie RG Sessions, zijn samengebracht op het deze maand uitgebrachte album LIVE! Against the grain.  

Het album schiet swingend uit de startblokken met de instrumental Hold it. Uitbundige blazers, vette gitaarlicks en een jagende ritmesectie. Baby please come home is een heerlijke big band rocker. De sound van de big band zet zich met een flinke scheut soul en blues voort in Movin’ on. Weer die verpletterende blazerssectie met een glansrol voor trompettist Jack Jowers. Woke up this morning van B.B. King is een swingende versie met een wervelende gitaarsolo in een bad van blazers. Wonderful world van Louis Armstrong is een mooie ingetogen instrumental met alleen Ruzz op gitaar. De soulbluesballad Soulful blues is ook een instrumental. It’s been a long time is Texas blues in de beste traditie van Jimmie Vaughan. Uitstekend gitaarwerk, afwisselend verschroeiend en subtiel. En de vette saxsolo van Michael Gavaghan maakt het feest compleet. De instrumental Longing to see you is een slowblues met fraai gitaarwerk, ondersteund door de blazerssectie. Surfinvloeden zijn er in de swingende mambo Spag mambo. Pete Gage (o.a. Vinegar Joe, Dr. Feelgood, Ram Jam Band) speelt elektrische piano en neemt de vocalen voor zijn rekening in de bluesstandaard Ain;t nobody’s business. De blazers scheuren en aan het eind teistert Ruzz ook nog even zijn gitaar met een vette solo. Jerry Tremaine  (Jerry Tremaine & the Rising Suns) zingt en speelt mondharp in Baby, scratch my back, de R&B song van Slim Harpo. In de stomende boogie Sweet as honey doet het begin me sterk denken aan Shake your hips, (album Exile on Main Street van The Rolling Stones uit 1972). Ook een compositie van Slim Harpo trouwens. Ruzz Guitar is hier weer gitaristisch in topvorm. Het spetterende slotakkoord is een opwindende en stevig rockende versie van Mama talk to your daughter van bluesgitarist en –zanger J.B. Lenoir.   

Conclusie: Bij dit album kun je onmogelijk stil blijven zitten. Ruzz Guitar’s Blues Revue weet wat swingen is. Geweldig album.

Tracks cd:

  1. Hold it
  2. Baby please come home
  3. Movin’ on
  4. Woke up this morning
  5. Wonderful world
  6. Soulful blues
  7. It’s been a long time
  8. Longing to see you
  9. Spag mambo
  10. Ain’t nobody’s business
  11. Baby, scratch my back
  12. Sweet as honey
  13. Mama talk to your daughter

Line-up:

  • Ruzz Guitar – zang, gitaar
  • Mike Hoddinott – drums
  • Richie Blake – bas
  • Graham Nicolls – ritme gitaar
  • Michael Gavaghan – sax
  • Jack Jowers – trompet
  • Will Jones – trombone

Special guests:

  • Pete Gage – zang, piano (track 10)
  • Jerry Tremaine – zang, harmonica (track 11)
24feb/220

The California Honeydrops – Covers from the cave

The California Honeydrops is een Amerikaanse blues- en R&B band. De band, opgericht in november 2007, trad voor het eerst op straat op en in de metrostations van Oakland, California. De muziek van The California Honeydrops is geworteld in de blues, gospel, vroege R&B en New Orleans jazz. Bandleider en frontman is de in Warschau, Polen, geboren Lech Wierzynski. Hun debuutalbum Soul tub! Verscheen in 2008.

In januari jl. werd het nieuwe album Covers from the cave uitgebracht. De titel zegt het al, een album met negen covers. Bij het openingsnummer, het door Danny Flowers geschreven en van Don Williams en ook van Eric Clapton bekende Tulsa time, worden we meteen de sferen van New Orleans ingezogen. Een lekkere lome ontspannen versie met flonkerend pianospel en een slepende sax. That’s where it’s at van Sam Cooke uit 1964 krijgt hier een heerlijke ska uitvoering. Heel apart is Fire and rain, de bekende song van James Taylor uit 1970. Mooi gezongen met subtiele begeleiding. Het is pure soul wat de klok slaat in Up and down world van Bobby ‘Blue’ Bland uit 1973. Heerlijke uptempo oude R&B is te horen in Bloodshot eyes van Wynonie Harris (1915-1969). Daarna is het rock ‘n ‘ roll en beentjes van de vloer met het bekende You never can tell van Chuck Berry uit 1964. Mooi is de zang van Wierzynski weer met zijn hoge stem in de liveversie van The Drifters klassieker Under the boardwalk. Met de laatste twee nummers belanden we weer volop in New Orleans. Eerst met de schitterende jazzy versie van Ripple van Grateful Dead en tenslotte met een zeer sfeervolle vertolking van My key don’t fit van Dr. John. Alsof de in 2019 overleden Nighttripper zelf aanwezig is.

Conclusie: Covers from the cave is een heerlijk album waar je heel vrolijk van wordt.

Tracks cd:

  1. Tulsa time
  2. That’s where it’s at
  3. Fire and rain
  4. Up and down world
  5. Bloodshot eyes
  6. You never can tell
  7. Under the boardwalk (live)
  8. Ripple
  9. My key don’t fit

Line-up:

  • Lech Wierzynski – zang, trompet, gitaar,
  • Ben Malament – drums, washboard, percussie
  • Johnny Bones – tenor saxofoon, klarinet
  • Lorenzo Loera – keyes, melodica
  • Beau Bradbury – bas, percussie
17feb/220

Kiefer Sutherland – Bloor street

Kiefer Sutherland is geboren op 21 december 1966 in het St. Mary’s Hospital in Paddington, Londen, als zoon van de succesvolle Canadese acteurs Donald Sutherland en Shirley Douglas. Enkele jaren daarna verhuist het gezin Sutherland naar Los Angeles en in 1975, als zijn ouders zijn gescheiden, verhuist Kiefer met zijn moeder naar Toronto, Canada, om aldaar naar de middelbare school te gaan. In 1983 speelt hij voor het eerst in een film, Max Dugan returns.

Kiefer Sutherland is zeer veelzijdig want behalve acteur is hij in de jaren ’90 een succesvol rodeorijder en speelt hij ijshockey. En hij is muzikant! In 2016 verschijnt zijn debuutalbum Down in a hole. Op dit album staat ook zijn eerste single Not enough whiskey. Sutherland toert daarna met een band door Noord Amerika. In 2019 komt zijn tweede album Reckless & me uit.

Vorige maand verscheen het nieuwe album van Sutherland. Zijn 3e album, Bloor street, dat Sutherland met zijn vaste band opnam in Los Angeles, is geproduceerd door Chris Lord-Ange. De titel van het album verwijst naar de belangrijkste verkeersader in Toronto. Het album is als het ware een liefdesbrief aan deze Canadese stad.   

Het album opent met het titelnummer Bloor street, een zeer radiovriendelijke, melodieuze en ontspannen ode aan Toronto. Na het midtempo Going down gaat het tempo met stevig gitaarwerk omhoog in Two stepping in time. Het intro van het stevige So full of love doet me in de verte denken aan Sweet home Alabama van Lynyrd Skynyrd. County jail gate is een prachtige door piano gedragen ballad over de 48 dagen dat Sutherland in de gevangenis zat wegens rijden onder invloed. De geest van Bruce Springsteen waart hier ook rond. Strak drumwerk, orgel en een vette gitaarsolo bepalen het stevige en soms funky Goodbye. De invloeden van Tom Petty & the Heartbreakers zijn er weer in Lean into me, een ballad met veel piano en orgel. Ook Chasing the rain, met twangy gitaren, heeft een hoog Tom Petty gehalte. Lekker ontspannen is het gitaarwerk in de melodieuze countryrocker Nothing left to say, waarin ook piano en orgel zich niet onbetuigd laten. Set me free is een heerlijke roadsong. In het slotnummer, het door gitaren gedreven Down the line, krijgt Sutherland vocale assistentie van Eleanor Whitmore, de zangeres van het alternatieve countryrockduo The Mastersons uit Brooklyn, New York.    

Conclusie: Bloor street is een aangenaam en prettig in het gehoor liggend album.

Tracks cd:

  1. Bloor street
  2. Going down
  3. Two stepping in time
  4. So full of love
  5. County jail gate
  6. Goodbye
  7. Lean into me
  8. Chasing the rain
  9. Nothing left to say
  10. Set me free
  11. Down the line
9feb/220

John Mayall – The sun is shining down

John Mayall, de aartsvader van de Britse blues, is inmiddels 88 jaar, maar het woord pensioen komt niet in zijn woordenboek voor. Sinds zijn debuut in 1965, John Mayall plays John Mayall, verschijnen er met grote regelmaat albums van hem. En hoewel hij het nu wat rustiger aan doet, treedt hij ook nog steeds op.  

Eind januari 2022 kwam er na drie jaar een nieuw album uit van John Mayall, The sun is shining down, waarop weer een aantal gerenommeerde gastmusici meespelen.

Het album opent met de bluesshuffle Hungry and ready, met blazers, mondharpsolo’s en gitaarsolo’s van Melvin Taylor. In het aanstekelijke Can’t take no more, met sterk werk van Mayall ’s vertrouwde ritmesectie Jay Davenport (drums) en Greg Rzab (bas), trakteert Marcus King op een verschroeiende gitaarsolo. Fraai is de baritongitaar van Buddy Miller in I’m as good as gone, een strakke vertolking van de song van Bobby Rush. Opvallend is de sterke soulvolle zang van Mayall op wiens stem de tand des tijds geen grip lijkt te krijgen. Violiste Scarlet Rivera, bekend van haar werk met Bob Dylan, is de ster in het jazzy Got to find a better way. In het funky One special lady is de hoofdrol weggelegd voor Jake Shimabukuro met zijn virtuoze solo’s op de elektrische ukelele. Mike Campbell (Tom Petty & the Heartbreakers) steelt de show met fantastisch gitaarwerk in Bernard Allison ’s Chills and thrills. De orgelsolo van Mayall is hier ook niet te versmaden. De Tinsley Ellis song A quitter never wins is een slowblues met typische John Mayall mondharmonicasolo’s. Scarlet Rivera maakt haar opwachting weer met vioolsolo’s naast de piano van Mayall in Deep blue sea. Driving wheel is een prachtige cover van pianist Roosevelt Sykes uit 1936. De blazers en het felle gitaarwerk van Melvin Taylor stuwen dit nummer naar grote hoogten. Fraai is tenslotte het gitaarwerk van Carolyn Wonderland in de heerlijk ontspannen titeltrack The sun is shining down.   

Conclusie: Een zeer vitale John Mayall heeft met The sun is shining down weer een sterk album toegevoegd aan zijn imposante repertoire.

Tracks cd:

  1. Hungry and ready (feat.  Melvin Taylor)
  2. Can’t take no more (feat. Marcus King)
  3. I’m as good as gone (feat. Buddy Miller)
  4. Got to find a better way (feat. Scarlet Rivera)
  5. One special lady (feat. Jake Shimabukuro)
  6. Chills and thrills (feat. Mike Campbell)
  7. A quitter never wins
  8. Deep blue sea (feat. Scarlet Rivera)
  9. Driving wheel (feat. Melvin Taylor)
  10. The sun is shining down (feat. Carolyn Wonderland)

Line-up

  • John Mayall – zang, Hammond B-3, piano, Wurlitzer, mondharmonica
  • Greg Rzab – bas
  • Jay Davenport – drums
  • Richard A. Rosenberg – trombone
  • Mark Pender – trompet
  • Ron Dziubla – saxofoon
  • Eric Corne – ritme gitaar
  • Carolyn Wonderland – ritme gitaar
  • Billy Watts – ritme gitaar
4feb/220

Wille & the Bandits – When the earth stood still

Wille & the Bandits is een in 2010 opgerichte Britse band uit Cornwall. Net als bij zoveel muzikanten gooide ook COVID-19 en de daarmee gepaarde gaande lockdown roet in de optredens. Maar wel tijd  om de studio in te duiken om een nieuwe plaat op te nemen. Het album When the earth stood still werd opgenomen in de legendarische Sawmills Studios aan de oevers van de rivier Fowey in Cornwall, de studio waar o.a. Robert Plant, Oasis, Muse en Supergrass platen opnamen.

Eind januari verscheen dit nieuwe album van de band die inmiddels na hun vorige album Paths uit 2019 van samenstelling is veranderd. Drummer Andrew Naumann is vervangen door Tom Gilkes en bassist Matt Brooks door Harry Mackaill. En door de komst van toetsenist-gitarist Matthew Gallagher is er nu sprake van een viermansband.

Het album opent met Caught in the middle, een stevige mix van hip-hop, folk en powerrock. En het stevige werk zal aanhouden. Drumgeroffel opent daarna I’m alive, waarmee we met gruizige gitaren, orgel en backing vocals in het refrein in psychedelische sferen belanden. Without you is een ruim 8 ½ minuut durende donkere ballad met naast orgeltonen en bonkend drumwerk en worden duidelijke invloeden van Pink Floyd en Led Zeppelin opgeroepen. In Good stuff, de 2e single van het album, is een fraaie slidesolo van Edwards te horen. De ritmesectie is strak en de geest van AC/DC niet ver. Bij de uptempo rocker In this together heeft de band ongetwijfeld Tom Petty in het achterhoofd. Will we ever, de 1e single van het album, is vette southern rock met dobro, orgel en lap steel. We komen even op adem met de mooie ballad When the world stood still. Fraai zijn de dobro, de piano en de contrabas in dit titelnummer over de eerste weken van de lockdown toen de natuur de wereld weer over ‘dreigde’ te nemen. In de beste traditie van Little Feat is daarna het soulvolle en funky Move to fast. Tom Gilkes vestigt met zijn drumwerk en percussie volop de aandacht op zich in het funky Broken words. Zowel instrumentaal als vocaal leunt Daylight, waarin Edwards zijn 2e dochter bezingt, sterk op de sound van Led Zeppelin. De invloeden van War on Drugs zijn er in Refuge met ook weer lekker strak drumwerk van Gilkes. Het slotnummer, met Peter Green achtig gitaarwerk, is een bijna acht minuten durende bluesballad, waarin de band de hoop uitspreekt dat onze kinderen nog een goede aarde zullen hebben.

Conclusie: When the earth stood still is een album waarop Wille & the Bandits klassieke (rock)invloeden op een voortreffelijke wijze hebben verwerkt.    

Tracks cd:

  1. Caught in the middle
  2. I’m alive
  3. Without you
  4. Good stuff
  5. In this together
  6. Will we ever
  7. When the world stood still
  8. Move to fast
  9. Broken words
  10. Daylight
  11. Refuge
  12. Solid ground

Line-up:

  • Wille Edwards- zang, elektrische en akoestisch gitaar, dobro, elektrische lap steel
  • Harry Mackaill – backing vocals, bas, synthesizer
  • Matthew Gallagher – Hammond, piano, mellotron, gitaar, backing vocals
  • Tom Gilkes – drums en percussie
2feb/220

Scott Ellison – There’s something about the night

De Amerikaanse singer-songwriter-gitarist Scott Ellison (13 juni 1954, Tulsa, Oklahoma) is al meer dan 30 jaar actief in de blues- en rockscene. Hij speelt met veel artiesten en richt begin jaren ‘90 zijn eigen bluesband The Scott Ellison Band op. De band opent o.a. voor Joe Cocker, Leon Russell, Bobby Bland, The Fabulous Thunderbirds en Buddy Guy. In 1993 komt zijn debuutalbum Chains of love uit. In 1996 verhuist Ellison van Los Angeles, waar hij in de jaren ’80 naar toe was getrokken, weer terug naar Tulsa.    

Deze maand verscheen There’s something about the night, het nieuwe (13e) album van Scott Ellison. Het album opent met de shuffle Half a bottle down en hier laat Ellison meteen horen dat hij een geweldige gitarist is. Vlammend is ook het gitaarwerk in het titelnummer, de in soul gedrenkte ballad There’s something about the night. Orgel en fel gitaarwerk bepalen de temperamentvolle vertolking van het van Bobby ‘Blue’ Bland bekende Ain’t no love in the heart of the city. Bury your bone at home is een uptempo jazzy gitaarrocker met een tinkelende piano van Jon Greathouse. Chris Campbell neemt de leadvocals voor zijn rekening in de felle gitaarrocker Blowin’ like a hurricane. Met Salina belanden we met slide en accordeon in de opwindende zuidelijke sferen van de zydeco. Meat and potatoes is vette bluesrock met slide en huilende mondharp. De blazers en de fijne backing vocals maken van de funky soulblues Feast or famine een feest. Ellison is weer in topvorm, zowel gitaristisch als vocaal, in de slowblues Good year for the blues. Opwindend is het pianospel in de gruizige gitaarrocker I’m ready baby. De piano klinkt ook lekker in de shuffle Mirror image. De gashendel gaat daarna weer, met Hammond, felle gitaarlicks en soulvolle backing vocals, open in de strakke rocker Chains of love. Slide en mondharp zijn er in de bluesrocker Revolutionary man. Het album sluit met vlammend gitaarwerk, piano en fraaie backing vocals opwindend af.  

Conclusie: There’s something about the night is een uitstekend album.

Tracks cd:

  1. Half a bottle down
  2. There’s something about the night
  3. Ain’t no love in the heart of the city
  4. Bury your bone at home
  5. Blowin’ like a hurricane
  6. Salina
  7. Meat and potatoes
  8. Feast or famine
  9. Good year for the blues
  10. I’m ready baby
  11. Mirror image
  12. Chains of love
  13. Revolutionary man
  14. Where do you go when you leave

Line-up:

  • Scott Ellison – zang, backing vocals, lead gitaar, ritme gitaar, slide gitaar, bas
  • Chris Campbell – zang
  • Rick Robbins – ritme gitaar
  • Lou Castro, Jon Parris – bas
  • Robbie Armstrong, Jamie Oldaker, Todd Wolf, Dave Teegarden, Ron McRorey – drums
  • Dave Teegarden – shakers, tamboerijn
  • Jon Greathouse – Hammond B 3, piano
  • Dick Simms – Hammond B 3
  • Walt Richman, Hank Charles – piano
  • Scott McQuade – accordeon
  • David Bernston – mondharmonica
  • Ginger Blake, Maxine Waters, Julia Waters, Oren Waters, Marcy Levy – backing vocals
21jan/220

Tim Easton – You don’t really know me

De Amerikaanse gitarist en singer-songwriter Tim Easton (25 april 1966, Lewiston, New York) groeit op in Akron, Ohio. Tijdens zijn studie vormt hij de band Kosher Spears. Hij maakt daarna reizen naar o.a. Londen, Parijs, Spanje, Italië en Ierland. Bij zijn terugkeer in de VS midden jaren ’90 treedt hij toe tot The Haynes Boys. Het enige album van deze band verschijnt in 1996. Als The Haynes Boys uiteenvallen start Easton een solocarrière. Zijn debuutalbum Special 20 verschijnt in 1998. Easton woont tegenwoordig in Nashville, Tennessee.

Zijn meest recente, zijn 10e, album You don’t really know me verscheen al weer een tijdje geleden op 3 september 2021. Het album is geproduceerd door Brad Jones en Robin Eaton, producers die al eerder met Tim Easton samenwerkten. Easton schreef de songs van dit album tijdens de COVID-19 pandemie van 2020 toen hij genoeg tijd had om zijn leven de revue te laten passeren. Easton betitelt zijn album als vredig, positief, liefdevol en een persoonlijke revolutie.

Het openings- en titelnummer You don’t really know me is een met een flinke dosis southernrocksaus overgoten midtempo rocker met lekker gitaarwerk. In Real revolution valt de Dylanesque zang van Easton op en ook in Speed limit, met twangy gitaarwerk van Brad Jones, zijn de invloeden van Bob Dylan duidelijk aanwezig. Peace of mind is een mooie fraai geïnstrumenteerde melodieuze song met fraaie zang en backing vocals. In Voice on the radio brengt Easton een prachtige akoestische ode aan singer-songwriter John Prine (1946 – 2020). Het strakke uptempo Running down your soul is ook weer een song met een groot Dylan gehalte, zeker ook door de mondharp. De country/gospel blues Son my son is een intense protestsong. Het mooi ingetogen Anchor schreef Easton samen met Meredith Kimbrough. Het heerlijk opwindende Festival song zit vol met het grote verlangen naar de festivals. Het slotnummer River where time was born is een schitterende afsluiter. Een heel mooi folky eerbetoon aan singer-songwriter Justin Townes Earle (1982 – 2020), de op 38-jarige leeftijd veel te vroeg overleden zoon van Steve Earle.    

Conclusie: You don’t really know me is een sterk en zeer toegankelijk album.

Tracks cd:

  1. You don’t really know me
  2. Real revolution
  3. Speed limit
  4. Peace of mind
  5. Voice on the radio
  6. Running down your soul
  7. Son my son
  8. Anchor
  9. Festival song
  10. River where time was born

Line-up:

  • Tim Easton – zang, gitaar, mondharmonica, piano, mandoline, shakers
  • Ryan Knaack – drums, percussie, shaker, backing vocals
  • Tommy Scifres – bas
  • Brad Jones – contrabas, mellotron, bariton tremolo gitaar, harmonium, orgel, elektrische mandoline,  mellotron, keyboards, elektrische gitaar, bas, backing vocals
  • Packy Bergquist – lead gitaar
  • Dylan Sevey – drums, tamboerijn, handclaps, backing vocals
  • Robin Eaton – gitaar, backing vocals
  • Dave Jacques – contrabas
  • Evan Phillips, Meredith Kimbrough, Nikki Barber, Amanda Stone – backing vocals
12jan/220

Lucinda Williams – You are cordially invited – a tribute to The Rolling Stones

Singer-songwriter Lucinda Williams (26 januari 1953, Lake Charles, Louisiana) loopt ruim vier decennia mee in de muziekscene. In 1979 verschijnt haar debuutalbum Ramblin’ on my mind. Haar grote succes en doorbraak naar een groter publiek, komt in 1998 met het album Carwheels on a gravel road.

In 2020 begon Williams de zesdelige serie Lu’s Jukebox, een project ter ondersteuning van de door COVID-19 getroffen muziekpodia. De zes liveoptredens werden via HD-video gestreamd. Elk optreden had een thema (een artiest, een muziekstijl of een muziekperiode). Vanaf 2020 werden vol.1 (Tom Petty), vol. 2 (Southern soul), vol. 3 (Bob Dylan), vol. 4 (Country classics) en vol. 5 (Little Christmas) ook op cd en vinyl uitgebracht.

Eind januari a.s. verschijnt vol. 6, You are cordially invited – A tribute to The Rolling Stones. Een album met 16 covers van The Rolling Stones. Hits en songs van de albums Beggars banquet (1968), Let it bleed (1969), Sticky fingers (1971), Goats head soup (1973) en It’s only rock ‘n’ roll (1974).

De eerste vijf songs zijn Stones hits uit de jaren ’60. In het openingsnummer Street fighting man zijn verre contouren van de bekende gitaarrifs van Keith Richards te horen. The last time krijgt een lekkere zompige uitvoering met vette gitaarlicks en de klagende zang van Williams. Ook in Get off of my cloud zijn elementen van het origineel te horen. De wereldhit Paint it black begint zonder het bekende gitaarintro, maar verder is het een heerlijke gruizige versie met een strak meppende drummer en een zoemende bas. In Play with fire lijkt de stem van Williams sterk op die van Marianne Faithful. Prachtig is de bluesballad No expectations. Mooi is de zang in de langzame versie van Dead flowers en de intensiteit van de zang neemt toe in het ruim zes minuten durende Salt of the earth. Lekker gitaarwerk is te horen in You gotta move, de gospel van Mississippi Fred McDowell, het enige nummer dat niet door het duo Jagger/Richards werd geschreven. De band is uitstekend op dreef in Moonlight mile met Williams en haar typische klagende zang. De stringarrangementen van Paul Buckmaster worden hier niet gemist. Behoorlijk afwijkend van het origineel is de strakke versie van Time waits for no one. Sway is hier ook een vette blues met vlammend gitaarwerk. De broeierige versie van Doo doo doo doo (heartbreaker) komt soms, afgezien van de afwezige blazers, behoorlijk in de buurt van de originele versie van The Stones. Met strak drumwerk en een fuzzy gitaar maken Williams c.s. van de wereldhit (I can get no) satisfaction ook een opwindende versie. De bekende verschroeiende gitaarsolo is ook te horen in het bijna 7 minuten durende Sympathy for the devil. Het slotnummer, de ballad You can’t always get what you want, is lekker stevig, inclusief het bekende uptempo eindschot.    

Conclusie: Lucinda Williams verrast met een zeer persoonlijke interpretatie van (klassieke) songs uit het repertoire van The Rolling Stones. Een mooie ode.

Tracks cd:

  1. Street fighting man
  2. The last time
  3. Get off of my cloud
  4. Paint it black
  5. Play with fire
  6. No expectations
  7. Dead flowers
  8. Salt of the earth
  9. You gotta move
  10. Moonlight mile
  11. Time waits for no one
  12. Sway
  13. Doo doo doo doo (heartbreaker)
  14. (I can get no) satisfaction
  15. Sympathy for the devil
  16. You can’t always get what you want

Line-up:

  • Lucinda Williams – zang
  • Joshua Grange – gitaar
  • Stuart Mathis – gitaar
  • Steve Mackey – bas
  • Fred Eltringham – drums, percussie
5jan/220

A.J. Plug – Killer king

De Katwijkse zangeres Alexandra Jolanda (A.J) Plug staat bekend als één van de beste blueszangeressen van Nederland. in 2021 verschijnt haar debuutalbum Let go or be dragged. Hierna komt haar carrière in een stroomversnelling. Ook haar tweede album Chew chew chew levert haar in 2016 louter lovende kritieken op en ze belandt zelfs op de voorpagina van het toonaangevende Amerikaanse bluesmagazine Blues-E-News. Sandra Plug maakt ook deel uit van de succesvolle tournee in de theatershow The Sound of the Blues & Americana van Johan Derksen. In 2018 neemt zij in een studio in Grolloo het akoestische album Barefoot op. Enige tijd daarna wordt zij getroffen door slokdarmkanker, waar ze nu gelukkig van is genezen.

Op 10 december jl. verscheen het nieuwe album van A.J. Plug. Dit album, Killer king, verwijst naar haar ziekteperiode en die ellendige periode heeft zij verwerkt in de negen songs, maar waarin ze ook hoopvol naar de toekomst kijkt. Plug wordt op het album bijgestaan door topmuzikanten als gitarist Guy Smeets (tevens de producer van het album), toetsenist Roel Spanjers en drummer Arie Verhaar.    

Het openingsnummer, de huiveringwekkend mooie bluesballad Killer king is meteen raak. In dit titelnummer geven Plug en de band hun visitekaartje af. The shape I’m in is een schitterende ballad met een felle melodieuze gitaarsolo. In Gimme a smile voert Plug een wanhopig gesprek met haar ouders over hoe ellendig zij zich voelt. Een stevig nummer met een felle gitaarsolo en een Roel Spanjers die strooit met zijn toetsen. Fraai is het pianospel en uitbundig de zang in de ballad Dream. Never gonna stop rockt lekker weg met keys en een vette gitaarsolo. De ballad The sky turned black is weer een voorbeeld van de geweldige van blues doordrenkte stem van Plug. Na de hoopvolle zeer fraaie ballad It will be alright, teistert Guy Smeets zijn gitaar met een verschroeiende slepende solo in River blue. Het slotnummer Tears ran dry duurt acht minuten. Een fenomenale ballad, een strakke ritmesectie, Plug in topvorm, tinkelende pianoklanken en een zeer lange fantastische gitaarsolo.

Conclusie: Killer king is een prachtig recht uit het hart komend album. A.J. Plug is helemaal terug, en hoe!

Tracks cd:

  1. Killer king
  2. The shape I’m in
  3. Gimme a smile
  4. Dream
  5. Never gonna stop
  6. The sky turned black
  7. It will be alright
  8. River blue
  9. Tears ran dry
2jan/220

Nienke Dingemans – Devil on my shoulder

Nienke Dingemans is een 17-jarige singer-songwriter uit Ossendrecht. Ze wordt gezien als een zeer jong bluestalent. Maar haar muziek strekt zich ook uit tot soul, country en jazz. Nienke Dingemans is de frontvrouw van Mindblow, een jonge bluesband uit Bergen op Zoom.

Op 15 december jl. verscheen Devil on my shoulder, haar solodebuut, een ep met zes zelf geschreven songs. Het album is opgenomen en geproduceerd door twee door de wol geverfde multi-instrumentalisten Joost Verbraak en Jan van Bijnen.

In het openingsnummer, de countryblues Why the caged bird sings geeft Dingemans met haar heldere stem meteen haar vocale visitekaartje af. Met pedal steel, banjo, mandoline en fraaie contrabas wordt in Heartache train een vrolijke bluegrass sfeer opgeroepen. Tennessee river is eerder op single uitgebracht. Een fraai gezongen bluesy ballad met sfeervolle begeleiding. Met Love labours lost, met Nienke ook op piano, belanden we via de banjo en lapsteel van van Bijnen en de trompet, trombone en sousafoon van Verbraak in de sferen die zo kenmerkend zijn voor New Orleans. Mississippi road blues is een sobere countryblues met Nienke en van Bijnen op elektrische gitaar. Het album sluit af met het titelnummer Devil on my shoulder. Een prachtige ballad met soulvolle zang en een vlammende gitaarsolo.   

Conclusie: Devil on my shoulder is een fraai debuut van een zeer talentvolle zangeres. Met dank aan de voortreffelijke begeleiders. Dit smaakt naar meer.

Tracks cd:

  1. Why the caged bird sings
  2. Heartache train
  3. Tennessee river
  4. Love labours lost
  5. Mississippi road blues
  6. Devil on my shoulder

Line-up

  • Nienke Dingemans – zang, piano, elektrische gitaar
  • Jan van Bijnen – akoestische en elektrische bas, pedal steel, resonator en tricone resonator gitaar, dobro, banjo, lapsteel, mandoline, piano, Hammond orgel, harmonica, backing vocals
  • Joost Verbraak – drums, percussie, trompet, trombone, sousafoon, backing vocals
  • Reyer Zwart – contrabas (track 2)
  • Joris Verboot – bas (5,6)
  • Sanne Verbogt – bas (track 1)
  • Arend Bouwmeester – bariton saxofoon (track 3)