Jennifer Porter – Yes, I do!
De muziekcarrière van de Amerikaanse singer-songwriter Jennifer Porter (24 september 1968, Springfield, Massachusetts), begint in 1989. Ze speelt jarenlang met haar kwartet in jazzclubs.
In 1998 verschijnt haar debuutalbum Hyacinth boy blue. Naast haar muziekcarrière is ze ook actrice. Ze is te zien in Mr. Barrington (2003) en 40 West (2011). Voor beide films schrijft zij de filmmuziek. In 2013 brengt ze haar eerste jazzalbum The way you look tonight uit.
Begin deze maand verscheen haar 9e album Yes, I do!, een album met zes eigen composities en twee covers.
Before we call it a day is het swingende openingsnummer, met heerlijke (solerende) blazers en de warme stem van Jennifer Porter die ook voor een mooie pianosolo zorgt. Met de soulvolle ballad, het titelnummer Yes, I do, zakt het tempo. Over you is een prachtige ballad in de beste traditie van Norah Jones. De blazers hebben in dit nummer even rust gekregen en naast de mooie ingetogen zang bewijst Porter hier ook weer uitstekend overweg te kunnen met Hammond B3 en Wurlitzer. Het vrolijke All I needed was you swingt de pan weer uit met de honky-tonk piano, de felle gitaarsolo en de accordeon van C.J. Chenier die voor een lekkere zydecosfeer zorgt. In de jazzy ballad Don’t worry no more is extra drumwerk en percussie te horen. De gitaarsolo van George Naha en de pedalsteel solo van Cindy Cashdollar zijn ronduit zeer fraai. De eerste cover is How long, de bluesstandaard van Leroy Carr en Scrapper Blackwell uit 1928. Piano, Wurlitzer, Hammond B3 en de mooie solo van Steve Jankowski op flugelhorn toveren dit nummer om in een schitterende bluesballad. Lucky dust (Shining through) is opwindende bigband jazz waarin, naast de relaxte zang, trompet, saxofoon, trombone en klarinet hoofdrollen vertolken. Good ol’ wagon, de ragtime blues van Bessie Smith uit 1925, is een wonderschoon slotakkoord, met alleen zang en piano van Porter en een fraaie bijdrage van Randy Andos op tuba.
Conclusie: Yes, I do! is een voortreffelijk album.
Tracks cd:
- Before we call it a day
- Yes, I do
- Over you
- All I needed was you
- Don’t worry no more
- How long
- Lucky dust (Shining through)
- Good ol’ wagon
Line-up:
- Jennifer Porter – zang, backing vocals, piano, Wurlitzer, Hammond B3
- Dana Packard – drums, percussie
- Damon Banks – bas
- George Naha – gitaar
- Steve Jankowski – trompet, flugelhorn
- Doug DeHays – tenorsaxofoon, baritonsaxofoon, klarinet
- Randy Andos – trombone, tuba
- Vinnie Raniolo – gitaar
- Jonathan Truman – drums
Special guests:
- C.J. Chenier – accordeon (track 4)
- Cindy Cashdollar – pedal steel (track 5)
The Tibbs – Keep it to yourself
The Tibbs is een Noord-Hollandse soulband waarvan de leden komen uit de driehoek Amsterdam – Alkmaar – Hoorn. De band werd opgericht in 2012 en hun repertoire bestond in het begin uit obscure Northern Soul- en Memphis soulnummers en instrumentals. Al snel ontstond de behoefte om eigen werk te gaan spelen. In 2014 verscheen de in eigen beheer uitgebrachte ep Cleaned out. Het eerste volledige studioalbum Takin’ over kwam in 2016 uit. Na het uitkomen van dit album verliet zangeres van het eerste uur Elsa Beekman de band om een solocarrière te beginnen. Haar plaats werd ingenomen door Roxanne Hartog die debuteerde op het in 2020 verschenen Another shot of fire. Afgelopen maand verscheen het nieuwe studioalbum Keep it to yourself. Dit derde studioalbum is opnieuw geproduceerd door Paul Willemsen.
Het album opent met Ain’t it funny, ook de eerste single van het album. Een heerlijke groovy uptempo song met de strakke soulvolle blazers. Can’t teach an old dog new tricks is funky soul met gedreven zang van Roxanne Hartog. De blazers zijn weer zeer fraai in de soulballad For lack of better words. In Give me a reason, de tweede single, is een mooi samenspel tussen zang, blazers en de strakke ritmesectie. Die ritmesectie maakt met de blazers van het titelnummer het funky Keep it to yourself een feest waar de soul van afdruipt. In de sfeervolle instrumental Chicken bones, die begint met gekakel van kippen, belandt de luisteraar vooral door de prominente rol van het orgel, in de sferen van de legendarische Booker T & The MG’s. Het tempo zakt in Guess I’m guilty. Lekkere gitaarlicks, orgel, blazers en bluesy zang. Ook in Rafaele is Roxanne Hartog sterk op dreef. Last train en Pyjama komen als het ware rechtstreeks uit de Stax-catalogus. Pure soul! In Rosie, met de heerlijke orgelwaaiers, gaat het tempo weer omlaag. Het album wordt afgesloten met de soulballad In orbit, met zeer sterke zang die varieert van ingetogen tot uitbundig. Een schitterend slotakkoord.
Conclusie: Keep it to yourself is een uitstekend album van een soulband waar Nederland trots op mag zijn.
Tracks:
- Ain’t it funny
- Can’t teach an old dog new tricks
- For lack of better words
- Give me a reason
- Keep it to yourself
- Chicken bones
- Guess I’m guilty
- Rafaela
- Last train
- Pyjama party
- Rosie
- In orbit
Line-up
- Roxanne Hartog – zang
- Henk Kemkes – gitaar
- Anton Titsing – Hammond, keys
- Michael Willemsen – bas
- Bas de Vries – drums
- Frank Stolwijk – tenor sax
- Berd Ruttenberg – bariton sax
- Siebe Posthuma de Boer – trompet
Jacques Mees – Hall of Fame – live
De Tilburgse singer-songwriter Jacques Mees (1959, Moergestel), wordt al op jonge leeftijd door de muziek gegrepen. Als hij 11 jaar is koopt hij zijn eerste gitaar. Zijn eerste en grootste inspiratiebron was en is nog steeds Bob Dylan. Later ontdekt hij ook de muziek van artiesten als Woody Guthrie, Hank Williams en Dave van Ronk. Jacques Mees wordt door velen beschouwd als de bekendste en beste vertolker van de songs van Bob Dylan. De naam Jacques Mees wordt zelfs vermeld in het in 2011 verschenen ABC Dylan Book van de popjournalist Bert van de Kamp.
In 1996 verschijnt zijn eerste officiële album Drive them all crazy. Mees heeft de afgelopen jaren meerdere keren een muzikale ode gebracht aan zijn favoriete singer-songwriters Guy Clark, Townes van Zandt, John Prine, Blaze Foley, Billy Marlow, Rory C. McNamara en uiteraard zijn grote inspiratiebron Bob Dylan. Mees toert regelmatig in Nederland en België.
Op 22 december 2023 vierde Jacques Mees zijn 50-jarige artiestenjubileum met een optreden in de Hall of Fame in Tilburg. Dit optreden is sinds 17 januari 2024 te beluisteren op Hall of fame live, een ep met vijf zelf geschreven akoestische songs.
Gang bang ritual is een song met relaxt akoestisch gitaarwerk en ingetogen zang. De idee voor dit liedje kwam van Eddy die een keer met een andere verslaafde bij Mees op bezoek was. “Ik heb een mooie titel voor een song”, zei Eddy en hij viel in slaap. Mees pakte zijn gitaar en schreef het lied in vijf minuten. No more rolling like a stone doet me een beetje denken aan knockin on heavens door en de mondharp brengt je echt in de Bob Dylan sferen. Het nummer gaat over het verlies van Rob Vermijs, een goede vriend en een soort mentor van Jacques Mees. Ook de zang van Mees in Sound of the south doet weer aan Dylan denken. Ook hier komt de verslaafde Eddy uit Tilburg weer langs en Mees waarschuwt: “you better be wise, don’t give Fast Eddy your gun”. These are no wasted years, met sterk en ontspannen gitaarspel, gaat over het verlaten van zijn zoon en zijn moeder ruim 30 jaar geleden. Tribute to rock & roll is een van de vroege songs van Mees over de veranderingen in de muziek. Over de rock & roll heroes waar hij met veel plezier naar luisterde en hun videoclips bekeek. Over Stephen Stills, Jimi Hendrix en al die ‘oude’ blueszangers. En over zijn liefde voor akoestische gitaren.
Conclusie: Eerlijk en sfeervol. Een genot om naar te luisteren.
Tracks:
- Gang bang ritual
- No more rolling like a stone
- Sound of the south
- These are no wasted years
- Tribute to rock & roll
Chris Wragg and Greg Copeland – The last sundown
De Amerikaanse singer-songwriter Greg Copeland (juli 1954, Portsmouth, Virginia) woont alweer geruime tijd in Duitsland. Vanaf zijn jeugd is hij muzikaal beïnvloed door o.a. James Brown, Wilson Pickett, Robert Johnson en Howlin’ Wolf. Zijn stijl zit ergens tussen blues, soul en funk. Hij heeft samengewerkt met o.m. Gerry Williams (ex-Eruption) en de blues gitaristen Gregor Hilden, Guitar Crusher en Kai Strauss en blueszanger Big Daddy Wilson. Daarnaast heeft hij zijn eigen band en maakt hij met Martin Messing deel uit van het akoestische bluesduo Deep Down South.
De in Sheffield woonachtige Engelse gitarist Chris Wragg is bekend als gitarist van het bluesrocktrio The Mudcat Blues Trio. Met deze band toerde hij uitgebreid door het Verenigd Koninkrijk en Europa. Hij speelde ook samen met o.a. Buddy Guy, T. Model Ford en Aynsley Lister.
Chris Wragg en Greg Copeland ontmoetten elkaar in 2015 tijdens een bluesfestival in België. Tijdens deze ontmoeting bleek hun voorliefde voor de Chicagoblues. Van het een kwam het ander en beide heren besloten te gaan samenwerken en samen een album op te nemen. In 2019 verscheen hun debuutalbum Deep in the blood. Begin dit jaar verscheen de opvolger The last sundown.
Met het stevige openingsnummer Alabama train wordt meteen de toon gezet. Fel gitaarwerk van Chris Wragg, soulvolle intense zang van Greg Copeland en de prima vaste ritmesectie Lee Bradley (bas) en Matt Talbot (drums). Can’t shake these blues is een soulvolle bluesballad. 1964 vertelt de geschiedenis van Mississippi Burning, de racistische moorden op drie burgerrechtenactivisten in juni 1964. De uitstekende ritmesectie legt weer de solide bodem in de met spetterend gitaarwerk opgetuigde funky blues Don’t let the devil ride. Na het indringende en meeslepende titelnummer The last sundown wordt wat gas teruggenomen in de ingetogen gezongen ballad House burned down, met sober drumwerk van Parker Kindred en Chris Wragg op orgel. In de funky blues Losing hand zit een fraaie bassolo van Bradley. Where my stars should be is een prachtige soulvol gezongen slowblues met een huilende mondharp van Bino Ribeiro, flonkerend pianospel van Dale Storr en fraaie basloopjes van John Reed. Na het heerlijke Miss Ruby volgt de lange schitterende soulballad When the cold winds blow. In Just a man levert Jorge Oliveira met zijn droge drumwerk een mooie bijdrage. Het stevige Light will shine wordt op sleeptouw genomen door drummer Matt Talbot. In de soulblues After the sun goes down zit een fijne orgelbijdrage van Joel White en leeft Wragg zich met zijn lyrische gitaarwerk weer uit. Fameus is ook het gitaarwerk in het gospelachtige, enigszins psychedelische slotnummer Gonna be with my maker.
Conclusie: The last sundown is een uitstekend album.
Tracks:
- Alabama train
- Can’t shake these blues
- 1964
- Don’t let the devil ride
- The last sundown
- House burned down
- Losing hand
- Where my stars should be
- Miss Ruby
- When the cold winds blow
- Just a man
- Light will shine
- After the sun goes down
- Gonna be with my maker
Line-up:
- Greg Copeland – zang
- Chris Wragg – gitaar, keys (track 6),
- Lee Bradley – bas
- Matt Talbot – drums
- Joel White – keys (track 1,2,9,13)
- Parker Kindred – drums (track 6)
- John Reed – bas (track 8)
- Dale Storr – piano (track 8)
- Bino Ribeiro –mondharmonica (track 8)
- Jorge Oliveira – drums (track 11)
BJ Baartmans – Ghostwriter
Singer-songwriter-multi-instrumentalist-producer Bart-Jan (BJ) Baartmans (29 juli 1965, Boxmeer), is sinds 1980 actief in de muziekscene. Hij speelde in de loop der jaren in meerdere qua muziek zeer uiteenlopende bands (o.a. BJ’s Pawnshop, BJ’s Wild Verband, Hidden Agenda Deluxe, Matthews Southern Comfort). Van Baartmans verschijnt een groot aantal albums, hij neemt deel aan honderden albumsessies en heeft tot nu toe zo’n 4000 keer opgetreden. Eigenlijk behoeft BJ Baartmans voor de kenners en de liefhebbers van zijn muziek verder geen nadere introductie.
Zijn debuutalbum The Pawnshop Guitar Chase verschijnt in 1998 en nu, ruim 25 jaar na dat debuut, komt er weer een nieuw album van BJ Baartmans uit. Deze maand verscheen Ghostwriter, een album met 13 zelf geschreven liedjes vol heel persoonlijke verhalen, observaties en opvattingen. Een mix van americana, pubrock en folk. Inspiratiebronnen voor Baartmans bij het maken van dit album waren o.a. Wilco, The Black Keys, Elvis Costello, Tom Petty en Nick Lowe. Ook werd hij geïnspireerd door de energieke optredens van nieuwe jonge Nederlandse bands.
Het openingsnummer The other side is heerlijke relaxte en fraai geinstrumenteerde americana. De zang van Baartmans doet mij hier, en ook in bijna alle andere nummers, heel sterk denken aan de droge en soms schorre stem van de Amerikaanse singer-songwriter Steve Forbert. Pedal steel en keys zijn heerlijk in Troubled. In your only is countryrock met reggae-invloeden. Sjoerd van Bommel verzorgt het strakke drumwerk. Baartmans etaleert zijn virtuoze gitaarwerk in het melodieuze uptempo Room 242. De band is weer in topvorm in Chasing dreams. Prachtige americana. De pedal steel van Johan Jansen duikt weer op in The fall en in Old habits die hard. In die laatste song is Rob Geboers ook op keys sterk aanwezig. In het ‘huppelende’ Happy even only is het drumwerk van Sjoerd van Bommel uitstekend. Zen master is opwindende stevige countryrock met lekker gitaarwerk en een prachtige korte orgelsolo. Baartmans neemt op het soulvol gezongen Solid ground het drumwerk voor zijn rekening. Dat Nick Lowe een inspiratiebron is voor Baartmans is te horen in de met heerlijk gitaarwerk versierde pubrocker Bootleg companion. De ritmesectie is strak in het stevige Someone to blame. In het slotnummer She just knows toont Baartmans nogmaals zijn grote gitaarkwaliteiten.
Conclusie: Op Ghostwriter plak ik zonder dralen het etiket topalbum.
Tracks:
- The other side
- Troubled
- In your only
- Room 242
- Chasing dreams
- The fall
- Old habits die hard
- Happy even only
- Zen master
- Solid ground
- Bootleg companion
- Someone to blame
- She just knows
Line-up:
- BJ Baartmans – zang, elektrische (slide) gitaar, akoestische gitaar, mandoline, bas, drums (track 10), percussie
- Sjoerd van Bommel – drums
- Gerco Aerts – bas (track 5,7,11,13)
- Tom Baartmans – bas (track 2,4,12)
- Rob Geboers – grand piano, Wurlitzer, Hammond B3 en VOX orgel (track 3,5,7,8,9)
- Mike Roelofs – grand piano, Wurlitzer, Hammond B3 (track 1,2,6,10,11,12)
- Johan Jansen – pedal steel (track 2,6,7,10)
Dawn Brothers – Alpine gold
Dawn Brothers is een Rotterdamse band. Hun muziek is volgens hun bio een botsing van klanken en stijlen, waarbij rock, folk, blues en soul worden gemixt en geroerd tot een onweerstaanbare cocktail. In 2017 verschijnt hun platendebuut Stayin’ out late. Als gitarist-zanger Bas van Holt en zanger-gitarist Pablo van der Poel van TheWolff tot de ontdekking komen dat ze allebei een grote voorliefde hebben voor oude soul en R&B besluiten, beide bands samen een album op te nemen. Dit zeer goed ontvangen album, Double Cream, werd in 2022 uitgebracht.
In oktober 2023 verscheen er een nieuw album van Dawn Brothers. De nummers voor dit album Alpine gold, werden in twee maanden geschreven en daarna opgenomen in de Electric Monkey Studio in Zaandam o.l.v. producer Paul Willemsen.
Het album opent sterk met gitaar en strak drumwerk in het uptempo rockende Lucky. In het enigszins duistere met dubeffecten en fraaie orgeltonen versierde titelnummer Alpine gold gaat het tempo omlaag. Sheryl Crow is een fantasierijke melodieuze song met de hit ‘All I wanna do’ van Sheryl Crow uit 1993 min of meer als leidraad. Sheryl Crow figureert samen met Eddie Vedder en Cat Stevens naast Bas van Holt in dit nummer. Het dynamische uptempo Dancing all over town heeft raakvlakken met Bruce Springsteen. It’s so easy is een ballad met mooie harmoniezang. De fraaie harmonieen horen we daarna ook weer in het relaxte Whippoorwill, met prominent en rustig drumwerk. Ingetogen is de zang in de rustige ballad The breeze met keys en een heldere twangy gitaarsolo. Het ontspannen I am a singer wordt gedragen door de strakke ritmesectie. Het tempo gaat weer omhoog in For better or worse. In dit melodieus rockende nummer met hamerende keys en sterke harmoniezang is de sound van Creedence Clearwater Revival niet ver weg. Bonkende drums openen Mona Lisa, dat naast orgel en wederom de sterke harmoniezang ook hier en daar psychedelische elementen bevat. Het album sluit af met Wanting your love so bad, een folky tearjerker met prominent stevig drumwerk.
Conclusie: Alpine gold is een fijn, geïnspireerd, gevarieerd en zeer toegankelijk album.
Tracks:
- Lucky
- Alpine gold
- Sheryl Crow
- Dancing all over town
- It’s so easy
- Whippoorwill
- The breeze
- I am a singer
- For better or worse
- Mona Lisa
- Wanting your love so bad
Line-up:
- Bas van Holt – gitaar, zang
- Rafael Schwiddessen - drums
- Rowan de Vos – keys, zang
- Tammo Deuling – bas, zang
Todd Sharpville – Live at Rockpalast
Todd Sharpville (9 april 1970) is een Britse singer-songwriter-bluesgitarist. Er wordt beweerd dat hij, als lid van een Britse aristocratische familie, ‘de eerste blauwbloedige bluesman ter wereld’ is. Sharpville krijgt als muzikant bekendheid als in 1994 zijn debuutalbum Touch of your love verschijnt. Hij stelt in die tijd ook Europese begeleidingsbands samen voor bezoekende Amerikaanse bluesartiesten als Hubert Sumlin, Ike Turner, Chuck Berry en Byther Smith. In 1995 wint hij de British Blues Connection voor ‘Best UK guitarist’. Van 2005 tot 2007 is hij openingsact bij de Europese concerten van Pink Joe Cocker en BB King. Tijdens de coronapandemie van 2020 stelt Sharpville een professionele lockdownbegeleidingsband samen met bekende sessiemuzikanten, die wekelijks vanuit een gehuurd landhuis in Norfolk online streamingshows uitvoerde. In mei 2022 opende Sharpville voor Eric Clapton tijdens diens Royal Albert Hall concerten in Londen.
Op 8 mei 2023 trad Todd Sharpville op in het legendarische Rockpalast van de WDR. Opnamen van dit concert in de Harmonie Club in Bonn verschenen november vorig jaar op twee cd’s en een dvd. De setlist bevat 15 songs van zijn soloalbums Medication Time en Porchlight en ook nooit eerder uitgebracht materiaal.
Cd 1 opent met de prachtige ballad, het nooit eerder op de plaat verschenen The blue standard. Sharpville die hier zelf piano speelt, haalde zijn inspiratie bij het schrijven van dit nummer bij Frank Sinatra en met een goed glas whiskey bij de hand. God loves a loser is een bluesrocker met felle gitaarlicks, golvende Hammond tonen en een strakke ritmesectie. Ook in de midtempo blues Used laat Sharpville zijn vlijmscherpe solo’s horen. Intens is de zang, naast de gierende Hammond en de felle gitaarsolo’s in Walk out in the rain, een cover van Bob Dylan. De 10 minuten lange ballad Medication time is het verhaal over de totale breakdown die Sharpville 18 jaar geleden had. Na het rockende House rules krijgt het publiek een geheel eigen versie van de Dire Straits klassieker Money for nothing voorgeschoteld. Een regelrechte bluesstamper met een huilende mondharp van harmonicavirtuoos Will Wilde en backing vocals van Mim Grey en Gavin Skeggs.
In het ook nooit eerder uitgebrachte openingsnummer Struggling van cd 2 is drummer Steve Rushton prominent aanwezig en tovert Sharpville lange wah wah solo’s uit zijn gitaar. Sole survivor is een ontroerende ballad met harmonieen, fraai pianospel van Joe Mac en een lyrische gitaarsolo als slotakkoord. Dit nummer is ook nooit eerder uitgebracht. I don’t need to know your name is een sterk gezongen ingetogen geinstrumenteerde ballad. Stevig is daarna weer het door de ritmesectie gedragen Lying to me. Love knows no bounds is een ballad die Sharpville tijdens de lockdown heeft geschreven. Hij heeft dit nummer onlangs ook als duet opgenomen met Robbie Williams voor zijn liefdadigheidsinstelling Music Support, een instelling die muzikanten met geestelijke gezondheids- en verslavingsproblemen helpt. De Bruce Springsteen cover Red headed woman is een zeer snelle rocker met een fantastische Joe Mac op piano. Het tempo zakt daarna in de ingetogen gezongen ballad Won’t say goodbye, en nu Joe Mac met een fraaie Hammond. In de nagift If love is a crime perst de band er als afsluiter gedurende vijf minuten nog een keer alles uit.
Conclusie: Live at Rockpalast is 90 minuten genieten van een virtuoos concert.
Tracks cd 1:
- The blue standard
- God loves a loser
- Used
- Walk out in the rain
- Medication time
- House rules
- Money for nothing
Tracks cd 2:
- Struggling
- Sole survivor
- I don’t need to know your name
- Lying to me
- Love knows no bounds
- Red headed woman
- Won’t say goodbye
- If love is a crime
Line-up:
- Todd Sharpville – zang, gitaar, piano (The blue standard)
- Matt Round – bas
- Joe Mac – piano, Hammond B3
- Steve Rushton – drums
- Will Wilde – harmonica (Money for nothing en If love is a crime)
- Mim Grey – backing vocals
- Gavin Skeggs – backing vocals
Carla Olson – Have harmony will travel 3
De Amerikaanse singer-songwriter-gitariste-producer Carla Olson is op 3 juli 1952 geboren in Austin, Texas. In 1978 verhuist ze naar Los Angeles en richt daar de Textones op, waarmee ze door de VS en Europa toert. Bekend is ook haar samenwerking Mick Taylor, Gene Clark, Ry Cooder, Bob Dylan, Percy Sledge, Eric Clapton, John Fogerty, Don Henley en vele anderen. Sinds 1987 verschijnen er regelmatig albums van Carla Olson, solo en met andere artiesten. In 2013 neemt ze het album Have harmony, will travel 1 op, een ‘duet’ album met covers met een groot aantal gastmusici. In 2020 volgt er een deel 2.
In november jl. verscheen Have harmony, will travel 3. Ook op dit 3e deel zijn weer veel gerenommeerde gastmusici te horen.
In de openingstrack, het uptempo rockende In another land, zijn gitarist Craig Ross en bassist Jimmy Ashhurst de gastmusici. Spetterend is het gitaarwerk daarna van Eric Johnson in het met fraaie basloopjes versierde Face tot face. Olson ’s favoriete Rolling Stones song is Street fighting man. De gitaristen Jake Andrews en Jonathan Lea, en uiteraard Carla Olson zelf, schotelen de luisteraar een stomende versie voor. De Pete Townsend song I can see for miles is een doordenderende rocker in de beste traditie van The Who, met roffelende drums en felle gitaarlicks van Gary Myrick. Todd Wolfe perst felle licks uit zijn gitaar in het opwindende Lead me. Prachtig is de zang van Harvey Shield naast de orgeltonen in het romantische (Just like) Romeo en Julie. Dan is het tijd voor een drietal prachtige ballads. Gary Myrick schittert met lyrische gitaarsolo’s, naast het duet van Olson met Robert Rex Waller jr., in Stronger. Alan Clarke (The Hollies) schreef samen met Carla Olson het prachtige It makes me cry en Clarke begint dit nummer met mondharp en zingt samen met Olson. Het fantastische gitaarspel van Laurence Juber maakt dit nummer helemaal ‘af’. In A love that never blooms. met duozang van Olson en Shawn Barton Vach, is weer mooi gitaarwerk van Laurence Juber te horen. Een van de hoogtepunten is Cool water, de C&W standaard van Bob Nolan uit 1936. met de ‘gedragen’ zang van B.J. Thomas en de mondharp van Mickey Raphael. Maar het mooiste wordt voor het laatst bewaard, drie eerder nooit uitgebrachte livetracks van Carla Olson met de legendarische Gene Clark van The Byrds. Gypsy rider, Del gato en Set you free this time zijn hartverscheurend mooi en gevoelige duetten van Olson met een van de mooiste stemmen uit de countryamericana. Kippenvel!
Conclusie: Have harmony, will travel 3 is een album om te koesteren. Prachtig.
Tracks cd:
- In another land
- Face to face
- Street fighting man
- I can see for miles
- Lead me
- (Just like) Romeo & Julie
- Stronger
- It makes me cry
- A love that never blooms
- Cool water
- Gypsy rider
- Del gato
- Set you free this time
Line-up:
- Carla Olson – zang, akoestische en elektrische gitaar, handclapping, backing vocals
- Craig Ross – gitaar (track 1)
- Benjamin Lecourt – claves, drums, maracas
- Allan Clarke – zang, harmonica (track 8)
- B.J. Thomas – zang (track 10)
- Eric Johnson – gitaar (track 2)
- Gary Myrick – gitaar, lapsteel (track 4,7)
- Gene Clark – gitaar, zang (track 11,12,13)
- George Callins – 12 string gitaar
- Gregg Sutton – backing vocals
- Harvey Shield – zang, handclapping (track 6)
- Jake Andrews – gitaar (track 3)
- James Intveld – gitaar, handclapping
- Jimmy Ashhurst (track 1), Lou Castro, Tony Marsico, Paul Marshall – bas
- Joe Read – bas, gitaar, keyboards
- Jonathan Lea – elektrische gitaar (track 3)
- Laurence Juber – (akoestische) gitaar (track 8,9)
- Markus Cuff, Michael Reid, Steve Zipper, Paul Marshall – handclapping
- Micky Raphael – harmonica (track 10)
- Mike Clinco – gitaar
- Mike Thompson – piano
- Rick Hemmen – drums, handclapping
- Robert Rex Waller jr. – zang (track 7)
- Shawn Barton Vach – zang (track 9)
- Skip Edwards – Hammond B3, piano, Wurlitzer
- Todd Wolfe – gitaar, slide (track 5)
Misty Blues – Live at the Cavern Club
Misty Blues is een Amerikaanse band, gevestigd in Berkshire County, Massachusetts. De band, geleid door zangeres Gina Coleman, die de band in 1999 oprichtte, speelt originele en traditionele blues met vleugjes jazz, soul, funk en gospel. Misty Blues stond in het voorprogramma van o.a. Roomful of Blues, Tab Benoit, James Montgomery en John Primer.
Op 24 november verscheen het 14e album van Misty Blues, het live-album Live at the Cavern Club. Dit album is opgenomen tijdens hun concert op 3 juli jl. in de beroemde club in Liverpool.
Het album opent swingend met Hear my call. Gitaar, keys, een bonkende ritmesectie, een spetterende saxofoon en de ‘bezwerende’ zang van Gina Coleman. Ook Blues on my heels is stevig met felle gitaarsolo’s, ‘lopende’ bas, strak drumwerk, een heerlijke lange orgelsolo en een scheurende saxsolo. Het vooral van Nina Simone bekende I need a little sugar in my bowl is een 7 ½ minuut lange schitterende ballad met de indrukwekkende zang van Coleman. De band is geweldig in het tevens op single verschenen zwoele How the blues feels. Ook in het funky swingende Swing my blues gaat de band er volop tegenaan. Wang dang doodle, de door Willie Dixon geschreven bluesklassieker, is een bijna 16 minuten lange jamsessie waarin iedereen weer naar hartenlust mag soleren. In het intense Take a long ride valt het prominente drumwerk op. In het funky uptempo Freight car neemt Coleman de band weer stevig op sleeptouw. I don’t sleep en Day of voodoo and laughter zijn lange fraai geïnstrumenteerde soulballads. One of these days is de geweldige soulvolle uitsmijter.
Conclusie: Live at the Cavern Club is een gepassioneerd album van een band in topvorm.
Tracks cd:
- Hear my call
- Blues on my heels
- I need a little sugar in my bowl
- How the blues feels
- Swing my blues
- Wang dang doodle
- Take a long ride
- Freight car
- I don’t sleep
- Day of voodoo and laughter
- One of these days
Line-up:
- Gina Coleman – zang
- Seth Fleischmann – gitaar
- David Vittone – keys
- Rob Tatten – drums, zang
- Aaron Dean – saxofoon
- Diego Mongue – bas
John the Revelator – Where are you?
John the Revelator, een van de oudste bluesband van Nederland, viert dit jaar het 55 jarig jubileum. Het begint allemaal in 1968 als een stelletje bluesfreaks de handen ineen slaan en de band John the Revelator, vernoemd naar een a-capella bluestraditional van Son House, oprichten. John the Revelator wint in 1970 tijdens een live tv-uitzending de Loosdrecht Jazz Award. Op 1 mei van datzelfde jaar verschijnt bij Phonogram hun door Tony Vos geproduceerde debuut lp Wild Blues. John the Revelator wordt steeds bekender en maakt tournees door Nederland, Duitsland, België en Zwitserland. In 1973 valt de band uiteen, maar herrijst meteen weer uit zijn as met een nieuwe bezetting. Een korte periode van individuele avonturen en herbezinning levert in 1978 de wedergeboorte op van John the Revelator en in 1981 verschijnt het album Empty Road. John the Revelator viert in 1994 het 25-jarig bestaan met een nieuw studioablum, Cahow, en in de jaren daarna verschijnen er nog meerdere albums en dvd’s. In 2002 ontmoeten de bandleden hun grote voorbeeld Peter Green, maar helaas gaat een jamsessie niet door omdat leden van Green’s band Splinter dit tegenhouden. In 2008 gaat wel een andere wens in vervulling, een optreden met de Britse blues- en soulzanger Chris Farlowe. Het 50-jarig bestaan van de band wordt in 2018 o.a. gevierd met het uitbrengen van een 4-cd box met een 60 pagina’s tellend geïllustreerd boek.
John the Revelator is nog steeds ‘on the road’ en nog altijd springlevend. Begin dit jaar verscheen, na een aantal jaren stilte, het album A dark for sleeping. Op 28 december a.s. viert John the Revelator hun 55-jarig bestaan met een speciaal concert in het Haarlemse Patronaat. Tevens verschijnt er die dag op cd het album Where are you?, een verzamelalbum van 15 songs uit het repertoire van de band. Deze 15 nummers zijn door de band geselecteerd op een aansprekende mix van geslaagde opnames en een afwisseling van slow naar deep, naar lekkere rocknummers, slide en sologitaar, goede teksten en oud en nieuw. Het album is vanaf 2 januari 2024 ook o.a. te beluisteren via Spotify.
Het album opent, uiteraard zou ik haast zeggen, met een intense versie van de traditional John the Revelator, de song waarmee het allemaal begon voor de Haarlemmers. Daarna is gekozen voor de schitterende bluesballad A woman knows, het openingsnummer van het album The blue skin album uit2015. In 2012 verschijnt het album Underway. Van dit album komt de stampende rocker Diego’s drive. Dit nummer is een herinnering aan hun optredens op Spaanse festivals, waar altijd een zekere Diego vooraan stond die helemaal gek was van blues en die hen in een open Cadillac rondreed. Het oudste nummer op het album is One track mind, een slowblues uit 1971 en geproduceerd door Hans van Hemert. Het was de bedoeling dat dit nummer op single zou verschijnen maar dat is uiteindelijk niet gebeurd. Naast Tom Huissen (zang, bas) en Frans ten Kleij (rhythm gitaar), speelt Fred Huissen hier drums, medeauteur Jos de Wilde slide, Charles van der Steeg tenor saxofoon en Hans van Hemert mellotron. Little snake drive komt van het album Seven blue seas uit 1999. Prachtig lyrisch gitaarwerk, een ‘lopende’ bas en ingetogen zang. Een nummer met een hoog Fleetwood Mac gehalte, de Fleetwood Mac met Peter Green welteverstaan. Dreamtime stamt uit 2012. Een uptempo boogie met vette slide en Henk Suurling op bas. Het nummer, over de reusachtige rotsformatie Uluru (Ayer’s Rock) in de woestijn in Midden Australië, werd geschreven tijdens een van de vele lange busritten van hun Australische tournee in 2009. Cahow (blues for a gadfly petrel) komt van het gelijknamige album uit 1994. Een dromerige lyrische instrumental met fantastisch gitaarwerk en Sjoerd Bosma op orgel. Op de traditional Kokomo (album Cahow 1994), een opwindende versie met slide en mondharp, speelt Sjoerd Bosma ook op orgel en zijn de backing vocals van Janet van der Woude en Georgia van der Leeden. Too many to bail is afkomstig van 50 & Beyond uit 2018. De invloeden van Fleetwood Mac zijn ook hier weer duidelijk te horen aan het lyrische gitaarwerk van Frans ten Kleij. Naast ten Kleij zijn Tom Huissen (zang, bas) en Henk Suurling (drums, piano, en akoestische gitaar) te horen. Darkened room werd destijds s’-nachts tijdens een jetlag geschreven. Dit ‘donkere’ nummer met Sjoerd Bosma op piano, Frans ten Kleij op gitaar en zang van Tom Huissen is afkomstig van het album Down in the mud uit 2005. Mama don’t move is het meest recente nummer. Het verscheen in 2018 op het album Not now John. Een uptempo rockende blues met Tom Huissen (zang, bas), Frans ten Kleij (gitaar en huilende mondharp) en Henk Suurling (drums). Wandering eye komt ook van The blue skin album (2016). Ook hier is weer duidelijk te horen dat de oude Fleetwood Mac een grote inspiratiebron was/is voor John the Revelator. Prachtige lyrische gitaarsolo’s en ook de stem van Tom Huissen vertoont hier en daar gelijkenis met die van Peter Green. Heerlijk is ook het orgel en de blazerssectie van The Alabama Horns (Bert Baars tenor saxofoon en Jan Doedens trompet) maakt het feest compleet. De mooie countryblues Down in the mud komt van het gelijknamige album uit 2005. In 2009 bracht de band een ep met vier nummers uit. Een van die songs, de countryblues Old man rock ‘n’ roll staat ook op dit nieuwe verzamelalbum. Het slotnummer is de titelsong, het lichtelijk psychedelsiche Where are you? Tom Huissen schreef dit nummer in 2012 en kwam dat jaar op het album Underway. De titel en tekst verwijzen volgens Huissen naar het onvermijdelijke einde. “Ik hoop dat dit nummer ooit op mijn begrafenis wordt gespeeld” aldus Huissen, om er lachend aan toe te voegen dat ze er nog steeds zijn en dat ze door gaan.
Conclusie: Een prachtige staalkaart van het rijke repertoire van een gerenommeerde Nederlandse bluesband.
Tracks cd:
- John the Revelator
- A woman knows
- Diego’s drive
- One track mind
- Little snake drive
- Dreamtime
- Cahow (Blues for a gadfly petrel)
- Kokomo
- Too many to bail
- Darkened room
- Mama don’t move
- Wandering eye
- Down in the mud
- Old man rock ‘n’ roll
- Where are you?
Line-up John the Revelator:
- Erwin Aubroeck – piano, Hammond, magical sounds, zang
- Cor Dijkhuizen – drums
- Paul Dammers – slide, rhythm gitaar
- Tom Huissen – zang, bas
- Frans ten Kleij – lead & rhythm gitaar, harmonica