Gerritschinkel.nl Columns & meer

29mrt/260

Studebaker John and His Maxwell Street Kings – Jumpin’ from limb to limb

John Grimaldi, beter bekend als Studebaker John, is geboren op 5 november 1952 in Chicago, Illinois. Hij begint op zijn 7e met mondharmonica spelen. Later neemt hij ook de slidegitaar ter hand. Zijn inspiratiebron daarbij is slidegitarist Hound Dog Taylor. In de jaren ’70 richt hij zijn band  Studebaker John & The Hawks op. Hun eerste album Straight no chaser verschijnt in 1979. Begin jaren ’90 krijgt Studebaker John ook bekendheid in Europa. Sinds die tijd treedt hij ook regelmatig op internationale podia op. De muziek van Studebaker John & The Hawks was ook te horen in films en reclamespots.  

Tijdens de coronaperiode heeft Studebaker John met zijn Maxwell Street Kings muziek opgenomen in de Harlem Avenue Lounge in Chicago. Deze opnamen zijn deze maand verschenen op het album Jumpin’ from limb to limb. Het album is opgedragen aan de eigenaar van Harlem Avenue Lounge, de inmiddels overleden Ken Zimmerman.

Het album opent met de opwindende ruige boogie Shake that thing, gevolgd door de lome shuffle Sho-enuff did met fraaie mondharp. Do it like you should is lekker uptempo met een gruizige slide. Het titelnummer, de instrumental Jumpin’ from limb to limb, wordt naast de strakke ritmesectie gedragen door de geweldige mondharp. Prominent is het drumwerk van Earl Howell in het 7½ minuut durende That’s what (the blues is). In de langzame blues Well allright, met vette slidelicks van Rick Kreher, waart de geest van Muddy Waters rond. De ritmesectie draagt daarna de bezwerende blues Wig head woman. Studebaker John blaast vervolgens in de voortjagende boogie Freighttrain zijn mondharp bijkans aan flarden. In de heerlijke lome blues She’s nice zijn weer geweldig gitaarwerk en een uitwaaierende mondharp te horen. De mondharp is daarna ook weer dominant in de als een trein voortdenderende boogie This lonesome road. Het album sluit tamelijk ingetogen af met Stone blind, waarin Studebaker John nogmaals zijn niet geringe mondharptalenten etaleert.

Conclusie: Jumpin’ from limb to limb straalt energie uit. Is rauw, puur en authentiek zoals Chicago blues moet klinken. Na een halve eeuw is de muziek van Studebaker John nog steeds vitaal en relevant.

Tracks:

  1. Shake that thing
  2. Sho-enuff did
  3. Do it like you should
  4. Jumpin’ from limb to limb
  5. That’s what (the blues is)
  6. Well allright
  7. Wig head woman
  8. Freighttrain
  9. She’s nice
  10. This lonesome road
  11. Stone blind

Line-up

  • Studebaker John – mondharmonica, slide, zang
  • Rick Kreher – gitaar, slide
  • Mike Azzi – bas
  • Earl Howell - drums
Gearchiveerd onder: Bluestownmusic Geen reacties
12mrt/260

Lynn Miles – A bouquet of black flowers

De Canadese singer-songwriter Lynn Miles (29 september 1958, Cowansville, Quebec), bracht sinds 1987 in totaal 17 albums uit. Haar grote succes begon met het album Slightly haunted uit 1996. Het gevolg was hoge noteringen in de hitlijsten en ze ontving in Canada de ene na de andere Juno Award of Folk Music. In Europa kregen haar albums ook lovende recensies en ook hoge noteringen in de Euro  Americana Charts.

Door de coronaperiode moest ze noodgedwongen twee geplande tournees afzeggen. Maar na zes jaar is ze weer terug in Nederland en treedt ze met haar Canadese trio in maart op in diverse plaatsen  in Nederland. Speciaal ter gelegenheid van deze tournee heeft Must Have Music eind februari een compilatie cd uitgebracht, met vijftien hoogtepunten van haar albums Black flowers vol. 1, vol. 2, vol. 3 en vol. 4, uitgebracht in 2008, 2009, 2012 en 2014. Opnieuw opgenomen in Ottawa in Happyrock Studios o.l.v. producer Ross Murray en in Bova Lab Studios o.l.v. producer Philip Shaw. Eenvoudige arrangementen en Lynn Miles die zichzelf begeleidt op piano en gitaar.

Meteen al in het openingsnummer I’m still here is de wonderschone zang van Miles te horen, net als daarna in het emotioneel gezongen Sweet & tender heart. In het bluesy Sorry that I broke your heart is een mondharp te horen naast de tokkelende gitaar. Hockey night in Canada is een prachtige pianoballad en After all wordt mede gedragen door de akoestische gitaar, die daarna ook heel mooi is in het iets snellere A thousand lovers. Hemels is de ingetogen zang in de met akoestische gitaarakkoorden versierde Look up. Iets steviger is het uitbundig gezongen I give up, dat gevolgd wordt door het meer ingetogen Fearless heart. Map of my heart wordt weer gekenmerkt door die mooie emotionele zang. De zang in Sorry’s just not good enough doet me hier en daar denken aan Dolly Parton. Na het ingetogen Surrender Dorothy, gaat het er in I always told you the truth door het gitaarspel iets steviger aan toe. Lyrisch is de gitaar in The one you’re waiting for met de stem van Miles die me aan Joni Mitchell doet denken. Het album eindigt met Rust, een rustig liedje, een tokkelende gitaar en de schitterende soms vibrerende zang van Lynn Miles.   

Conclusie: Lynn Miles heeft de liefhebber van intieme folky rootsmusic op een schitterend album getrakteerd. Het album verveelt geen seconde. Een singer-songwriter in de categorie van andere Canadese toppers als Joni Mitchell en Leonard Cohen om er maar een paar te noemen. Ik zou tegen de liefhebbers willen zeggen: ga haar deze maand zien en vooral horen.

Tracks:

  1. I’m still here
  2. Sweet & tender heart
  3. Sorry that I broke your heart
  4. Hockey night in Canada
  5. After all
  6. A thousand lovers
  7. Look up
  8. I give up
  9. Fearless heart
  10. Map of my heart
  11. Sorry’s just not good enough
  12. Surrender Dorothy
  13. I always told you the truth
  14. The one you’re waiting for
  15. Rust
2mrt/260

Jay Buchanan – Weapons of beauty

De Amerikaanse singer-songwriter-gitarist Jay Buchanan (6 juli 1975, San Bernardino, California), is vooral bekend als de leadzanger van de in 2009 in Long Beach California opgerichte rockband Rival Sons. Rival Sons bracht tot nu toe acht albums uit. Naast Rival Sons werkte Buchanan (al eerder) ook samen met Jason Isbell, Massive Attack, The Bloody Beetroots, Kaleo, Brendi Carlile, The Blind Boys of Alabama en Barry Gibb.   

In 2023 besloot Buchanan om zich te gaan toeleggen op het schrijven van eigen nummers voor een  soloalbum. Hierbij sloot hij zich, afgezonderd van alles en iedereen, op in een bunker in de Mojavewoestijn.

Zijn debuutsoloalbum Weapons of beauty verscheen op 6 februari jl. Het album is opgenomen in de Georgia Mae Studio in Savannah, Georgia met producer Dave Cobb, bekend van zijn werk met o.a. Chris Stapleton, John Prine, Brandi Carlile, Jason Isbell, Sturgeon Simpson, Shooter Jennings en Rival Sons.

Het album opent met de krachtig en emotioneel gezongen ballad Caroline, gevolgd door de samen met Dave Cobb geschreven ballad High and lonesome. Beide nummers zijn eerder verschenen op single. Het tempo wordt daarna flink opgevoerd in het gospelachtige en uitbundig rockende True black, met fraaie bastonen en een fijne piano. Tumbleweeds is een melodieuze mooie countryballad. Geweldig is de zang weer in de ingetogen pianoballad Shower of roses. De ritmesectie legt vervolgens een geweldige basis voor de opzwepende rocker Deep swimming. Het tempo zakt dan weer in de emotioneel gezongen ballad Sway. Na het uitstekend geinstrumenteerde jazzy achtige Great divide, volgt Dance me to the end of love. Buchanan heeft hier leentjebuur gespeeld bij Leonard Cohenen transformeert deze song tot een eigen en flink rockende versie. Het album sluit af met het titelnummer Weapons of beauty, een indrukwekkend gezongen prachtige pianoballad.

Conclusie: Jay Buchanan heeft mij prettig verrast met dit verbluffend mooie album.

Tracks:

  1. Caroline
  2. High and lonesome
  3. True black
  4. Tumbleweeds
  5. Shower of roses
  6. Deep swimming
  7. Sway
  8. Great divide
  9. Dance me to the end of love
  10. Weapons of beauty

Line up:

  • Jay Buchanan – zang, gitaar
  • Dave Cobb – akoestische gitaar
  • J.D. Simo – elektrische gitaar
  • Leroy Powell – elektrische gitaar
  • Chris Powell – drums, percussie
  • Brian Allen – bas
  • Philip Towns - keyboards